KINDEROPVANG

In de rubriek "De Haagse Staat' (NRC Handelsblad, 15 februari) wordt mij een onvolledige quote in de mond gelegd door redacteur Kees Versteegh.

Toen deze mij onlangs en passant aansprak over mijn besluit niet in te gaan op zijn verzoek tot een discussie in de krant met Kamerlid Hans Hillen over de kinderopvang, heb ik mijn overwegingen van die weigering gegeven. Ik zei Versteegh dat binnen de CDA-fractie anderen dan Tweede Kamerlid H. Hillen belast zijn met het dossier "kinderopvang' en heb daaraan toegevoegd dat ik de afwijzende benadering van Hillen van het fenomeen "kinderopvang' (uitgebreid behandeld in de Volkskrant) heel goed ken, zijn mening respecteer, maar een dergelijke discussie zinloos vindt. Even zinloos als een discussie met Janmaat over het minderhedenbeleid.

De vergelijking is dus heel wat genuanceerder dan in "De Haagse Staat' wordt gereproduceerd. Ik erken van harte dat de vergelijking niet de meest fijnzinnige was en ten onrechte de indruk vestigde dat ik beide Kamerleden over één kam schoor. Dat is dan ook niet zo. In een officieel interview zou ik mij dan ook genuanceerder hebben uitgedrukt. Ik ben er ten onrechte van uitgegaan dat een journalist die en passant naar de achtergronden van een weigering informeert en openhartig wordt bediend, niet onmiddellijk naar zijn schrijfmachine of tekstverwerker loopt om uit de wandelgangen te klappen. Zo leer je ook als politicus telkens weer.