Kamer stemt in met salarisakkoord Ritzen en onderwijsbonden

DEN HAAG, 4 MAART. De meeste fracties in de Tweede Kamer hebben gisteren hun instemming betuigd met het salarisakkoord dat minister Ritzen (onderwijs) eind vorige maand heeft gesloten met de onderwijsbonden.

Alleen de VVD verklaarde het eindoordeel pas te zullen geven als begin volgende maand het akkoord definitief wordt ondertekend. Vorige week vrijdag keurde het kabinet het resultaat van de onderhandelingen al goed. In het akkoord is afgesproken dat de aanvangssalarissen van leerkrachten volgend jaar fors omhoog gaan en de wachtgeldregeling in het onderwijs zal worden versoberd.

Tijdens de begrotingsbehandeling eind vorig jaar was de CDA-fractie nog zeer kritisch geweest over de plannen van minister Ritzen voor een meerjarig salarisakkoord. Nu zei fractie-woordvoerder K. Tuinstra: “Afgezet tegen alles wat er eerder gezegd is, is het onderhandelingsresultaat zeer verrassend in positieve zin”. Het CDA toonde zich vooral ingenomen met het grote bedrag (250 miljoen gulden) dat volgens de afspraken met de bonden beschikbaar komt voor het eigen personeelsbeleid en met het feit dat de verhoging van de aanvangssalarissen door middel van tijdelijke toeslagen wordt bereikt. Tuinstra was wel kritisch over de samenhang van de nieuwe wachtgeldregeling met eerdere maatregelen die scholen dwingen om bij vacatures eerst wachtgelders aan te nemen. Hij vreest dat oudere werkloze leraren, die hun oude wachtgeldregeling mogen houden, niet voldoende worden gestimuleerd weer te gaan werken.

PvdA-Kamerlid T. Netelenbos noemde het akkoord “fantastisch”, een “mijlpaal in het Nederlandse onderwijs”. Over het toeslagensysteem is de PvdA minder enthousiast dan het CDA. Netelenbos zei er maar van uit te gaan dat de toeslagen met zoveel waarborgen zijn omgeven dat in feite sprake is van een structurele verhoging van de salarissen. VVD-Kamerlid J. Franssen vond de toeslagen zelfs “het grootste minpunt uit het akkoord”, omdat daardoor de onzekerheid voor jonge leraren blijft bestaan.

Franssen zette ook kanttekeningen bij de werkgelegenheidsmaatregelen die in het kader van het wachtgeldakkoord zijn afgesproken. Hij vreesde dat het akkoord “zo dichtgeregeld is dat er voor de autonome schoolbesturen niet veel manoeuvreerruimte meer is”. VVD, PvdA, D66 en Groen Links uitten scherpe kritiek op het feit dat bij ontslagen in het onderwijs nog altijd het principe "last in first out' wordt toegepast, waardoor vooral jonge leraren het eerst ontslagen worden. Staatssecretaris Wallage (onderwijs) wees de Kamer er echter op dat dit principe niet berust op een overheidsmaatregel maar op een afspraak tussen de vakbonden en de organisaties van schoolbesturen.