Kaaps viooltje en begonia houden van warme voeten

Het idee dat de worteltemperatuur van potplanten in kassen beslist niet hoger mag zijn dan de luchttemperatuur is achterhaald. Dat blijkt uit onderzoek van José Vogelezang, uitgevoerd bij het Proefstation voor de Bloemisterij in Aalsmeer. Onlangs promoveerde zij in Wageningen op het proefschrift Bench heating for potplant cultivation.

Meestal worden kassen verwarmd met buizenverwarming bovenin de kas en op enige afstand onder de plantentafels. Als men overschakelt op verwarming van de tafels kan de glastuinbouw veel energie besparen, omdat in de verwarmingsbuizen opgewarmd water uit de rookgascondensors wordt gebruikt.

Sinds de energiecrisis zijn in de tuinbouw deze rookgascondensors in zwang geraak. Ze gebruiken afvalwarmte om water op te warmen tot zo'n 40ß8 C. De tabletverwarmingssystemen die ontwikkeld zijn om dit laagwaardige verwarmingswater ten nutte te maken stuitten in de praktijk echter op veel argwaan, aangezien hierbij rondom de plant een "omgekeerde temperatuurgradiënt' ontstaat, met een relatief hoge worteltemperatuur.

Uit onderzoek aan Kaaps viooltje, Begonia, Ficus benjamina, Schefflera, Spathiphyllum en Guzmania blijkt echter dat deze soorten een hoge worteltemperatuur goed verdragen, met een maximum omstreeks 30ß8 C. Voor bloeiende gewassen ligt de grens bij 26ß8 C.

Vooral Kaapse viooltjes zijn dankbaar voor voetverwarming, zij komen sneller tot groei en bloei zonder verlies aan kwaliteit of houdbaarheid. De teeltduur kan met 10 tot 15% worden verkort. Dit gebruik van laagwaardige afvalwarmte kan in de glastuinbouw veel energie besparen.