Jos

Bedoeld als circus maar uitdraaiend op een heksenketel, zo was de methodekeuzeconferentie. Deze prachtige term duidt op een gelegenheid, waarbij in enkele uren vele honderden leraren proberen informatie te krijgen van enkele tientallen min of meer deskundige personen over de nieuwe boeken, die straks in september beschikbaar zijn voor de eerste klas basisvorming.

Jos presenteerde "zijn' boeken en hield daar een praatje bij. Jos is uiterst deskundig. Jos is redacteur bij een uitgever. Hij ontwerpt, bedenkt en produceert schoolboeken. Het schrijven laat hij over aan anderen. Jos haalt er illustratoren, boekhouders en vormgevers bij. Men vergadert wat en dan gaat het naar de drukker. Ondertussen zijn we zo een paar jaar verder.

Volgens Jos dienen schoolboeken beschreven te worden met behulp van een multidimensionale ruimte. Maar we houden het vandaag eenvoudig: tweedimensionaal. Jos maakte het plaatje dat linksonder staat.

Alle schoolboeken voor het voortgezet onderwijs hebben een plaatsje in de rechthoek. Ze zijn in te delen naar schooltype en naar aard: productief of reflectief of daartussen.

De woorden productief en reflectief zijn wat vaag, maar docenten snappen Jos donders goed. Productief staat voor het maken van grote aantallen opdrachten, docent vóór de klas, recht voor z'n raap onderwijs, orde en regelmaat, geen praatjes maar werken. Reflectief staat voor minder weten en meer snappen, geroezemoes, zelfstandig werkende en niet-werkende leerlingen. Productief staat voor behoudzucht, reflectief staat voor experiment. Zo eenvoudig is de onderwijswereld.

Leraren die elkaar niet kennen en sociaal snuffelen, hebben zo hun methodes de ander in te schatten. Ze vragen welk boek deze gebruikt. Dat vertelt je hoe de man of vrouw tegenover je les geeft, hoe deze over onderwijs denkt. Het boek zegt waar op de schaal productief-reflectief de docent staat.

Jos zei meer, terloops. In de grijze linker bovenhoek en de rechter benedenhoek tref je weinig methodes aan. En de rest zei Jos niet, want dan verkoopt Jos geen boeken meer. Ik zeg het wel, maar begeef me op glad ijs. De grijze hoeken betekenen dat op de "lagere' schooltypes conservatiever onderwijs in zwang is. Het omgekeerde geldt voor het havo-vwo onderwijs, modern onderwijs tref je daar wat vaker aan (let wel: wat). Er is tussen de vbo's (=lbo's) en mavo's enerzijds en de havo-vwo scholen anderzijds een verschil in aanleg van de leerlingen. Maar er is ook een verschil in lesstijl.

Jan Leisink is hiervoor de wandelende illustratie. Jan is een docent die in de uiterste linker bovenhoek thuishoort. Dat is uitzonderlijk. Door zijn vernieuwend werk in het ibo-onderwijs (ibo = individueel beroeps onderwijs) kreeg Jan èn Ginjaar-Maas èn Ritzen op bezoek èn kreeg hij de Minnaert-prijs, terecht.

De fusiegolf tussen vbo's, mavo's en havo-vwo's, die over het land trekt, heeft dus meer gevolgen, dan je in de krant leest. De twee sferen ontmoeten elkaar, waarschijnlijk niet altijd even vriendschappelijk. Misschien wint het moderne onderwijs deze confrontatie. Misschien was dit ook een reden voor Bert Wallage om fusies af te dwingen. Als dat zo is, zal hij liever z'n tong afbijten dan het te bekennen.