Japanse scholen maken weer slachtoffers

TOKIO, 4 MAART. Pesterijen en treiterijen op scholen tot de dood erop volgt zijn in Japan weer voorpagina-nieuws. Onlangs sprong een leerling vlak voor een aanstormende trein op de rails. De jongen liet een briefje na waarin hij zijn zelf-gekozen dood verklaarde: hij kon niet meer op tegen de kwellingen door zijn klasgenoten.

Een maand eerder, in januari, stikte een 13-jarige jongen in een mat in een gymlokaal. Mede-leerlingen, die hem eerst tot bloedens toe hadden geslagen, hadden hem erin opgerold. Hij had ernstige verwondingen over zijn hele lichaam. De jongen had geweigerd clown te spelen voor zijn schoolgenoten. Een leerling die erbij was geweest, verklaarde later: “Ik had wel wat willen doen, maar ik was bang dat ik het volgende slachtoffer zou zijn”. Zeven leerlingen werden opgepakt, maar ten minste vijftig leerlingen hadden de dodelijke kwelpartij gadegeslagen. Sommige van de zeven toonden geen spijt. “Onder de veertien kun je niet worden vervolgd, nietwaar”, zei een van hen tegen de politie.

Vorige maand is een leraar tot een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, met een proeftijd van drie jaar, omdat hij het ijzeren schoolhek had gesloten net toen een verlate 15-jarige leerlinge zich erlangs wurmde. Het meisje werd dodelijk getroffen. Hij had de regels nageleefd, verklaarde de leraar, en de regels schreven voor dat het hek dicht moest wanneer de bel was gegaan.

Geweld op scholen is volgens cijfers van het ministerie van onderwijs de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald ten opzichte van het jaar 1985, dat een absoluut dieptepunt was. Vorig schooljaar zijn 22.100 gevallen gemeld, een daling van 2.000 ten opzichte van 1991. Maar deze cijfers worden door ingewijden sterk gewantrouwd. Het zijn de gevallen die door de schoolleiding worden gemeld aan de lokale autoriteiten, die deze weer doorgeven aan het ministerie in Tokio. Het werkelijke aantal zou wel tien keer zo hoog zijn.

De leiding van de school waar de 13-jarige jongen was gestikt zei van pesterijen niets te weten. Een paar leraren vertelden later tegen de pers dat ze van de “plagerijen” op de hoogte waren geweest. Een van de leerlingen die werden gearresteerd: “De leraren zeiden nooit tegen ons dat we ermee moesten ophouden.” Een uur voordat de jongen werd gedood, zag een leraar nog dat de jongen ernstig genoeg werd mishandeld om in te grijpen, maar hij deed niets. “Ik dacht dat het zover nooit zou komen”, vertelde hij de politie.

De bewuste school kent een beoordelingssysteem voor de leraren. De resultaten van elke klas worden gemiddeld, zodat de leraren van elkaar weten wie er de beste klas heeft. Op een andere school vlak in de buurt krijgt de leraar met de beste klas een bonus van honderdduizend yen. Dat drijft leraren ertoe om onderling te wedijveren. Om de eenheid in hun klas te bewaren moedigen leraren soms hun leerlingen aan om een "lastige' leerling dood te verklaren. Een groep heeft altijd een zondebok nodig, legde een psychiater uit tegenover een van de media, meestal een leerling die hoge cijfers haalt, die lichamelijk is gehandicapt of die jaren met zijn ouders in het buitenland heeft gewoond. In de afgelopen zeven jaar zijn in heel Japan twee leraren ontslagen wegens machtsmisbruik.

De vele gevallen met tragische afloop worden in de Japanse media prominent, maar koel vermeld, alsof het verschijnsel doodgewoon is. Opwinding ontstond er de afgelopen weken over de veroordeling van de leraar, die het hek had gesloten met dodelijke afloop. Een discussie brandde los over de vraag of de leraar had gefaald of de regels. Leerlingen en studenten in het hele land voerden op scholen en universiteiten hun eigen proces over de zaak, waarbij in het ene geval de leraar schuldig werd bevonden, in het andere geval de regels. De leraar was schromelijk tekortgeschoten bij het garanderen van veiligheid voor de leerling of de regels waren zo draconisch dat in feite de schoolleiding of het schoolsysteem moesten worden aangeklaagd.

Kranten schreven vermanende hoofdartikelen over de zaak. De invloedrijke Asahi Shimbun maakte daarbij onderscheid tussen macht en gezag: “Regels afdwingen, die intrinsiek betekenisloos zijn, louter omdat het regels zijn, prent blinde onderwerping in aan macht en heeft niets te maken met onderwijs. Kinderen dagen leiding, die is gebaseerd op macht, uit. Het is inherent aan de ideologie van dit type onderwijs om overtreding te beantwoorden met strakkere regels en hardere straffen. Macht is gebaseerd op fysiek geweld. Gezag op respect.”

Op Japanse scholen gelden vaak de regels van een gevangenis. Kinderen moeten voortdurend om zich heen kijken of ze zich wel gedragen zoals ieder ander. Haardracht, kleding, manier van lopen, hoeveelheid licht boven het studiebureau thuis, vrijwel niets ontsnapt aan de regels. Een scholier die zich zaterdagavonds te buiten gaat en wordt opgepakt door de politie, krijgt vervolgens eerst met zijn leraar te maken, daarna pas met zijn ouders.

Volgens een onderzoek van het ministerie van onderwijs uit voorjaar 1991 zijn in bijna driekwart van alle scholen de regels versoepeld, als reactie op het dodelijke ongeluk met het schoolhek, dat in 1990 gebeurde. Sommige scholen verwijderden het hek, andere gaven leerlingen stemrecht inzake het verplicht dragen van het schooluniform. Heeft het geholpen? De jongste doodsberichten doen vermoeden van niet.

Het ministerie van welzijn en volksgezondheid heeft onlangs een nieuwe maatregel bekendgemaakt. Het zal met ingang van volgend jaar 14.000 kinderwelzijnswerkers aanstellen over het hele land: volwassenen, niet ouder dan 55 jaar, zowel mannen als vrouwen, die weten hoe je kinderen moet tegemoettreden.

De 14-jarige Ryo Tsuchiya uit Kyoto heeft de kinderwelzijnswerkers niet afgewacht en haar eigen maatregel getroffen. Volgende maand verschijnt van haar hand een boek, getiteld: "Mijn Dagboek, Hoe ik werd getreiterd'. Een citaat: “Ik zal mijn kwellers nooit vergeven, zelfs wanneer ik doodga en (wedergeboren) terugkeer zal ik hen nooit vergeven.”