Inkomens landbouw lopen sterk terug

ROTTERDAM, 4 MAART. De noodkreet die directeur H. de Boon van de agrarische coöperatie Cebeco maandag uitsprak, dat de Nederlandse akkerbouw wordt bedreigd door een ramp, vindt steun in cijfers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) over de inkomensontwikkeling in de landbouw.

Uit gegevens van het LEI blijkt dat de inkomenspositie van niet alleen akkerbouwers maar ook veehouders de laatste jaren sterk is verslechterd en dat de verdiensten in de sector dit jaar nog harder achteruitgaan. Het geschatte inkomen van grote en kleine akkerbouwers over het boekjaar 1992-1993 bedraagt volgens de jongste LEI-prognoses gemiddeld 5000 gulden, maar voor sommige categorieën is er sprake van een negatief inkomen. Vier jaar geleden bedroeg het inkomen van grote ondernemers in de akkerbouw nog ruim 90.000 gulden en dat van kleine ondernemers, afhankelijk van de grond waarop wordt verbouwd, ongeveer 40.000 gulden.

Het inkomen van grotere rundveehouderijbedrijven is in de afgelopen vier jaar met ruim 30.000 gulden per jaar gedaald tot een niveau van ongeveer 61.000 gulden. Als de prognoses van het LEI uitkomen verdienen veehouders met een klein gemengd bedrijf over het boekjaar 1992-1993 helemaal niets.

Verbouwers van aardappelen ondervinden nog meer tegenwind. De prijzen voor aardappelen zijn sterk gedaald. Consumptie-aardappelen brengen 37 procent minder op dan de gemiddelde prijs van de afgelopen jaren, aldus de raming voor dit jaar. Voor pootaardappelen houdt het LEI rekening met een daling van de gemiddelde opbrengst van 20 procent.

Geen wonder dat directeur De Boon van Cebeco zich maandagavond op een vergadering van de agrarische standsorganisatie WLTO in Brielle zeer bezorgd uitliet. Hij verwacht dat de akkerbouwers dit jaar gemiddeld slechts een derde van de kostprijs voor hun produkten kunnen terugverdienen.

Na het kelderen van de graanprijzen zijn veel akkerbouwers overgestapt op de teelt van pootaardappelen, waarvan de prijsvorming niet door het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EG, maar door de markt wordt bepaald. De export van dit pootgoed over januari 1993 is 43 procent minder dan in dezelfde maand van vorig jaar. “Aan veel landen zoals Tunesië, Irak en Noordafrikaanse landen kunnen we niets meer kwijt,” aldus De Boon. Cebeco wijt de terugval van de export aan gewijzigde internationale politieke verhoudingen, zoals de opdeling van de Sovjet-Unie. De export naar Noord-Afrika over 1992 nam zelfs af met 72 procent.

De Boon wil de verliezen opvangen door naar landen van het voormalige Oostblok te exporteren. Maar de overheid is vooralsnog niet bereid kredietverzekeringen af te geven. “De overheid moet snel de mogelijkheden voor kredietverzekering voor export naar de GOS-staten herstellen,” vindt De Boon.

Om naar het GOS te exporteren moet de Nederlandsche Crediet Maatschappij (NCM) van de overheid exportkredietgaranties verstrekken. Vanwege de grote betalingsachterstanden van vooral Russische aardappel-importeurs worden deze garanties op het ogenblik niet verstrekt. De schade in 1993 voor de overheid als gevolg van claims van akkerbouwers, doordat de Oosteuropese klanten niet betalen, wordt geschat op maximaal 343 miljoen gulden. In het GOS moeten de pootaardappelen in mei in de grond. Daarom is met de export haast geboden. De Boon:“We hebben nog twee maanden om iets bereiken, maar dan moet de NCM ruimte krijgen van de overheid om opnieuw garanties af te geven.”