Hoogtevrees

Facta. Sociaal-wetenschappelijk magazine. Een uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Maatschappij- en Cultuurwetenschappen en SISWO in samenwerking met Van Gorcum & Comp. Verschijnt acht keer per jaar. Abonnement: ƒ 75. Los nr: ƒ 10. Inl.: 05920-46846.

Een tijdschrift voor sociale wetenschappers erbij, twee opgeheven. Berichten over Onderzoek, het droge, maar informatieve overzicht van SISWO, en Sociodrome, het soms interessante blad van de Nederlandse Sociologen- en Antropologen Vereniging, zijn ter ziele. De hele NSAV is sinds 1 januari trouwens verdwenen om plaats te maken voor de Nederlandse Vereniging voor Maatschappij en Cultuurwetenschappen. Deze geeft nu samen met SISWO een magazine uit voor sociale-wetenschappers in academie én veld: Facta. Kan deze omgekeerde processie van Echternach een vooruitgang zijn?

Het voorlopige antwoord luidt "ja, mits'. Facta moet het gat vullen tussen de wetenschappelijke tijdschriften en de betere dag- en weekbladen. De wetenschappelijke tijdschriften - alleen in het Nederlands verschijnen op het gebied van de sociale wetenschappen enkele tientallen titels - hebben twee nadelen: het volstrekt ontbreken van enig gevoel voor actualiteit en het eenzijdig gericht zijn op een (sub)discipline of zelfs op een bepaalde school daarbinnen. Dag- en weekbladen richten zich juist op een algemeen publiek, waardoor lang niet alle onderwerpen waarin sociale wetenschappers belang stellen voor die bladen interessant zijn; en ze worden soms zodaning verblind door de waan van de dag dat ze ontwikkelingen op termijnen langer dan een paar weken uit het oog verliezen.

In het eerste nummer van Facta staan enkele voorbeelden van onderwerpen die zo veelal tussen de wal en het schip vallen. Zo gaat Jaap Dronkers uitvoerig in op een stukje van Kees Schuyt in de Volkskrant over "sociale hoogtevrees'. Volgens Dronkers is de mate van meritocratie in Nederland groter dan vele mensen (ook sociale wetenschappers) denken. Hij ziet dat als een voorbeeld van de groeiende kloof tussen de kennis van generalisten en specialisten in de sociale wetenschappen. Overigens had een steviger eindredactie en een betere vormgeving het verhaal een stuk toegankelijker kunnen maken. Alinea's van bijna een volle pagina nodigen nu niet bepaald uit tot lezen. Schuyt pleit in zijn repliek terecht voor publikatie van een voor een breed publiek toegankelijk werk over sociale klassen in Nederland, waarin al die specialistische kennis eens op een rijtje wordt gezet. Hij acht Dronkers' kanntekeningen zinvol, maar hij geeft hem niet in alle opzichten gelijk. Schuyt geeft er meer dan Dronkers blijk van oog te hebben voor zaken die niet met een statistisch computerprogramma zijn te berekenen.

Een ander voorbeeld waarin wordt gepoogd de kloof tussen actueel en bezonken te overbruggen, zijn artikelen waarin Romke van der Veen een aantal recente boeken over ethniciteit in Nederland op een rijtje zet, en waarin Robert Kloosterman de mythe van de ten dode opgeschreven Nederlandse verzorgingsstaat doorprikt. Het laatste artikel is getooid met het kopje BUOS,van Bureau voor Ontmaskering van Onjuiste Uitspraken over de Samenleving, een initiatief waarmee Dronkers zeven jaar geleden de dialoog tussen wetenschap en politiek poogde aan te zwengelen. Terwijl Clinton en kornuiten het Amerikaanse model van de verzorgingsstaat grondig willen opkalefateren, en terwijl het Zweedse model met ernstige averij op de klippen ligt, blijkt het Nederlandse model in staat de werkgelegenheid te doen groeien en ondanks alle klachten redelijk betaalbaar te blijven. Een ministelsel is dan ook nergens voor nodig, betoogt Kloosterman. Met wat groot onderhoud kan het stelsel er weer jaren tegen.

Facta biedt niet alleen plaats aan sociologen en antropologen, maar aan sociale wetenschappen in de breedste zin van het woord. Immers, zowel in de onderzoekspraktijk als in allerlei toepassingsgebieden zijn de afbakeningen tussen de disciplines niet zelden vaag en willekeurig. Het blad bevat ook de overzichten van oraties, promoties, congresaankondigingen, prijzen en cursussen die voorheen in Berichten over Onderzoek stonden. De grenzen van het terrein dat Facta bestrijkt zijn echter vaag: met name van economie en geschiedwetenschap is niet duidelijk of ze er nu bij horen of niet. Voor bestuurskunde, sociale en economische geografie en politicologie is in elk geval wel een plek gereserveerd.

Voorbeelden van artikelen die noch in een wetenschappelijk tijdschrift, noch in een dagblad een plaats zouden vinden, zijn een vragenrubriek over onderzoeksmethoden en een "praktijkverhaal' van een Nederlandse sociale wetenschapper in het buitenland.

Op één punt laat Facta een grote leemte: boeken. In sociaal-wetenschappelijke tijdschriften worden belangwekkende boeken rustig twee of drie jaar na publikatie besproken, maar vaak ook helemaal niet. En het is meestal volstrekt niet te voorspellen in welk tijdschrift een bepaald boek zal worden besproken. Dag- en weekbladen zitten door hun aard dichter op de actualiteit, maar hebben doorgaans alleen belangstelling voor boeken die een breed publiek aanspreken. Het systematisch signaleren van nieuwe werken van belangrijke sociale wetenschappers gebeurt nergens. Ook niet in Facta. Dat is jammer, want met korte besprekingen door kenners zou men snel een idee kunnen krijgen of het boek voor eigen praktijk van onderzoek, beleidsvorming of advisering van nut zou kunnen zijn. Diepgaande besprekingen kunnen dan later elders aan bod komen.

Mits aangevuld met een goede boekenrubriek, voorzien van een toegankelijker vormgeving, en strakker geredigeerd kan Facta uitgroeien tot een actueel vakblad voor iedereen die met sociaal-wetenschappelijke kennis van doen heeft.