Hoe vaak is een veldmeerderheid niet optisch bedrog in het voetbal; Ajax heeft geen verweer tegen aggressie

AUXERRE, 4 MAART. Een nederlaag komt bij Ajacieden extra hard aan. Verliezen staat bij hen gelijk aan vernedering, alsof dat niet bij Ajax hoort, niet hoort bij voetbal. Dan lopen ze zoals gisteravond in Auxerre na de 4-2 nederlaag diep beschaamd het veld af. Dan groeten ze op een enkeling als Blind, Alflen en Litmanen na niet eens meer de supporters die zich uren in hun tribunevak gevangen hebben laten houden. Dan vergeten ze hun eeuwige trouwe aanwezigheid en bedanken ze hen niet meer zoals na al die triomfen.

Achttien wedstrijden in Europa-Cupverband was Ajax ongeslagen, achttien keer dwong Ajax met superieure balcirculaties en doeltreffende aanvalscombinaties bij elftallen uit heel Europa diep respect af. Spelen op de helft van de tegenstander hoorde bij het moderne Ajax, alsof het voetbalspel zijn perfectionisme had bereikt. Totdat zich een trainer meldde genaamd Guy Roux, halfgod in Auxerre en machtiger dan de burgemeester. Hij liet de vedetten uit Amsterdam spelen zoals ze wilde spelen. Laat ze maar in de waan dat ze de besten van de wereld zijn, adviseerde hij zijn spelers, laat ze zich maar wentelen in hun zelfingenomenheid, maar sla onverbiddelijk toe als ze een foutje maken.

Hoe vaak is een veldmeerderheid niet optisch bedrog in het voetbal. Minutenlang de bal rondspelen betekent niet altijd sterker zijn dan de tegenstander. Zo intelligent is Roux wel. Maar zo intelligent konden zijn taktische vondsten nooit zijn zonder briljante voetballers als Corentin Martins, Rafaël Guerreiro en Christophe Cocard - vooral hij. Voor hen zijn nog geen tientallen miljoenen geboden. Maar Bergkamp, Jonk, Overmars of hoe 's werelds meest begeerde voetballers ook mogen heten, ze verbleekten bij deze door Roux verwekte Franse sterretjes.

De verliezer zoekt altijd naar excuses, de winnaar heeft altijd gelijk. De Ajacieden mochten dan, volgens trainer Louis van Gaal, in concentratie en gedrevenheid tekort hebben geschoten, een onmiskenaar feit is dat ze zich door de Fransen lieten ringeloren. Minutenlang mocht Ajax zich laten gelden als de koning van de balcirculatie, maar zodra het balverlies leed moest de stormbal worden gehesen. Dan draaide Cocard met kapbewegingen naar binnen en naar buiten Frank de Boer en de anderen bijna dol. Dan sprintte Vahirua Silooy er met meters uit.

Agressie en gedrevenheid, snelheid van handelen ondersteund door een balvaardigheid die bekend is van Franse voetballers, het was de Ajacieden wel eens te veel. De manier waarop Ajax verloor, vertoonde veel overeenkomsten met de wijze waarop het onlangs van PSV verloor. Ajax heeft geen verweer tegen zulke strijdmethoden. Ja, al die keren dat het van Go Ahead, Vitesse, Sparta won met bijna dubbele cijfers, en alles wat Ajaxgezind was in extase raakte, toen lukte het wel. Maar toen paste de tegenstander zich aan het salonvoetbal van de Ajacieden aan. En in wedstrijden in schoonheid wint Ajax altijd.

Nog voordat Auxerre aan de winnende hand was, was de wedstrijd in het sfeervolle Abbé Deschamps al een fantastisch spektakel. Zo on-Nederlands ook, niet zo steriel, niet zo langdradig zuinig met de bal. Geheel in stijl nam Ajax trouwens - al na 139 seconden - een voorsprong door Pettersson. Zoals eerder Genoa uit na 42 seconden op een achterstand werd gezet door Pettersson, en Guimaraes uit na 52 seconden door Davids en Kaiserslautern thuis na 32 seconden door Davids. Misschien wel wijs geworden door deze resultaten dommelde Ajax in: de buit was binnen, is dit nu Auxerre?

Ajax begon met een 4-4-2-opstelling. Wanneer andere elftallen zo spelen is het beredeneerd, speelt Ajax zo dan is het de tactiek van de angst. Een feit is zeker dat Ajax eigenlijk daardoor maar met één vleugelspits opereerde. Maar omdat Overmars nauwelijks een kans kreeg tegen Goma, was het Ajax-gevaar voor Auxerre gauw geweken. Spectaculair daarentegen waren de counters van de Fransen, waarop Blind, De Boer, Silooy en vooral de zwakke Jonk geen antwoord hadden. De Boer en Blind moesten zelfs naar de "noodrem' grijpen en kregen een gele kaart.

Na een kwartier stond Auxerre al weer op gelijke hoogte, 1-1. Verlaat, ex-Ajax, schoot uit een hoekschop vanaf de rand van het strafschopgebied met een halve omhaal hard en spectaculair de bal langs doelman Menzo. Een van de weinige zwakke spelers bij Auxerre was nota bene spits Baticle (topscorer in het UEFA-Cuptoernooi met acht goals). Hij demonstreerde zijn gebrek aan zelfvertrouwen en dreef Cocard en Vahirua, de razendsnelle vleugelspelers, tot wanhoop wanneer hij weer een aanval liet stagneren.

Een schoonheid van een doelpunt bekroonde de uitzonderlijke spelstijl van Auxerre. Martins legde de bal uit een vrije trap op de rand van het strafschopgebied zo haarscherp in de kruising dat Menzo slechts kon toekijken. Een kunst die in het Nederlandse voetbal eigenlijk niemand beheerst, op Romario na. Bergkamp, pijn en onzekerheid dienende, kon zelden laten zien wat hij waard is. Pas in de laatste minuut van de eerste helft toonde hij zijn kwaliteiten door Vink in stelling te brengen en hem 2-2 te laten scoren.

“Bij 2-2 moet je de wedstrijd professioneel uitspelen”, meende Van Gaal na afloop. En zo leek Ajax te willen spelen. De bal ging van voet tot voet in de achterhoede. Zonder dat een Auxerre-speler er zich echter druk om maakte. Nadat Jonk moest uitvallen met een blessure was ook de enige speler met overzicht verdwenen en bleek hoe beperkt sommige Ajacieden kunnen zijn. Toen bleek ook dat verdedigers als De Boer weigerden andere dan voetballende oplossingen te verzinnen wanneer gevaar dreigt.

De Boer zelf: “Auxerre hield de verdediging zo gesloten dat Bergkamp en Pettersson nauwelijks aangespeeld konden worden. Italiaanse ploegen denken bij 2-2, zoek het maar uit, maar wij willen voetballen. En dan kun je onderuit gaan.” Bergkamp zocht de nederlaag in het gebrek aan automatismen. “We speelden nu in een andere opstelling. Dan ben je voortdurend aan het zoeken. Wat je gewend bent te doen, kan niet.”

Op het moment dat Ajax dacht met een 2-2 naar huis te gaan, sloeg Auxerre toe. Tien minuten voor het einde sloeg doelman Menzo de bal uit een hoekschop van Vahirua in zijn eigen doel, 3-2. Het bekende foutje, het foutje van een gespannen keeper. Voor Auxerre het teken nu echt alles op de aanval te gooien. Overmars, van wie al tijden taal noch teken was vernomen, werd nog vervangen door Litmanen. Maar duidelijk was dat Ajax zich had laten overrompelen. Een minuut voor het einde vergrootte Dutuel na een pass van Laslandes het Amsterdamse leed.

Van Gaal wist het maandag al. “Sinds de loting is Auxerre bezig geweest met de wedstrijd tegen Ajax. Daarom verloren ze al die wedstrijden in de competitie.” Hij geloofde er gisteravond nog steeds in. “Een ploeg die zich maandenlang heeft opgeladen. Dit heeft me niet verrast.” Een beetje flauw van de Ajax-trainer. Alsof Auxerre de koppositie in de Franse competitie die het ten tijde van de loting bekleedde ondergeschikt maakte aan de wedstrijd tegen Ajax en daarom zevenmaal verloor. Verliezen is hard voor een Ajacied.

Frank Verlaat vond die opmerking “een lachertje”. Pas na de competitiewedstrijd van afgelopen vrijdag is volgens de Nederlander het UEFA-Cupduel met Ajax gaan leven. Maar, wilde hij er wel aan toevoegen, zoals gisteren speelde het elftal alleen in de eerste maanden van de competitie. Over twee weken verdedigen de Fransen in het al uitverkochte Olympisch Stadion hun voorsprong. En dan te bedenken dat Auxerre een typische counterploeg is. Maar dat toonden ze gisteren al aan voor eigen publiek.

Belangrijke blunders van Stanley Menzo

Een overzicht van Menzo's belangrijkste blunders.

1 september 1985: Groningen-Ajax . Menzo gooit de bal rechtstreeks naar Groningse aanvaller die gemakkelijk voor 2-1 zorgt.

18 maart 1987: Ajax-Malmö 3-1. Menzo laat gemakkelijk afstandschot los bij een 3-0 voorsprong. Ajax had de uitwedstrijd met 1-0 verloren, waardoor Menzo's fout net niet fataal wordt.

28 september 1989: Ajax-Austria Wien gestaakt bij stand 1-1. Menzo laat in de eerste verlenging bal los bij onschuldig Oostenrijks afstandschot.

20 oktober 1991: PSV- Ajax 3-2. Menzo laat bij een 2-2 stand een gemakkelijke voorzet uit zijn handen glippen. Kalusha scoort 3-2.

27 oktober 1991: Utrecht-Ajax 2-1. Trainer Van Gaal stelt Menzo verantwoordelijk voor het verlies.

1 april 1992: Genua-Ajax 2-3. Menzo stompt bij eerste treffer Genua bal voor voeten van Aguilera.

29 april 1992: Torino-Ajax 2-2. Menzo glijdt uit bij 1-2 stand, waardoor Casagrande vrij spel heeft.

14 oktober 1992: Nederland-Polen 2-2. Menzo beoordeelt Poolse dwarrelbal verkeerd en is kansloos bij de rebound:0-1. Ook bij de tweede Poolse treffer gaat hij niet vrijuit.

3 maart 1993: Auxerre-Ajax 4-2. Menzo slaat Franse corner zelf in het doel bij een 2-2 tussenstand.