Herdruk van de Moeder van alle woordenboeken

DEN HAAG, 4 MAART. Uitgeverij SDU had het eigenlijk bij een steekproef willen laten. Maar toen de fotografische herdruk van de eerste band was voltooid, ontdekte de redactie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) dat er een paar kolommen waren weggevallen. Daarop besloot Fons Moerdijk, hoofdredacteur van het Woordenboek, om samen met redacteur Rob Tempelaars de fotografische herdruk bladzijde voor bladzijde te vergelijken met het origineel. Het WNT telt inmiddels 37 banden, tezamen ruim 42.000 bladzijden.

Het heeft Moerdijk en Tempelaars een paar inspannende weken gekost om die allemaal door te bladeren. “Eigenlijk viel het nog mee”, verklaarde Tempelaars gisteren, maar hij haalde opgelucht adem toen de klus was geklaard.

Er brak gistermiddag een spontaan gelach uit in de statige Eerste Kamer toen de eerste exemplaren van de goedkope herdruk van het Woordenboek werden binnengebracht. Want hoe vervoer je een boek dat 37 banden telt en minstens twee meter boekenplank beslaat? De bodes van de Eerste Kamer hadden de sets op een koffietafeltje gaplaatst, dat voor de gelegenheid was afgedekt met een wit tafellaken. De boeken werden bij elkaar gehouden met een dun rood lintje. Op deze manier werd het Woordenboek aan de Prins gepresenteerd.

Alle sprekers begonnen hun lezing volgens protocol met de woorden “Koninklijke Hoogheid”, behalve columnist Hugo Brandt Corstius. Die richtte zich tot de overwegend mannelijke aanwezigen met de woorden: “Dames! ...nee, zo moet ik niet beginnen.” Om vervolgens de omschrijving te citeren die WNT-redacteur J.A.N. Knuttel in 1916 van dit woord maakte - een plechtige en breedsprakige omschrijving waar weinig "dames' zich nu nog in zouden herkennen.

Tijdens de receptie sprak Brandt Corstius de Prins nog even aan over deze onorthodoxe opening waarop de Prins lachend zei: “Als iemand daar niet mee zit, dan ben ik het wel.” Overigens had Brandt Corstius niet alleen lof voor het Woordenboek. Hij vertelde dat hij vroeger met zijn vader het spelletje speelde "Weet je wat er ook niet in het WNT staat?' Hij miste onder meer de woorden biologie, opscheppen (in de betekenis van "zich beter voordoen') en obsceen. Deze lijst is met honderden aan te vullen. Berucht is dat alle maandnamen in het WNT zijn opgenomen, behalve februari. En hoewel het Woordenboek door de Belgische en Nederlandse overheid wordt gefinancieerd - nu met ruim 2 miljoen gulden per jaar - ontbreken de woorden Belg en Belgisch.

Het WNT beschrijft het Nederlands tussen 1500 en 1921. De einddatum werd in de jaren zeventig geprikt om de voltooiing van het Woordenboek te bespoedigen. Aan het Woordenboek wordt sinds 1851 gewerkt. De redactie is nu gevorderd tot de letter W. Als het Woordenboek in 1998 voltooid zal zijn, telt het 40 banden, waarin naar schatting tussen de 750.000 en 1 miljoen woorden zijn beschreven. “Er staan twee soorten woorden in het WNT, schamperde Brandt-Corstius, “woorden die je al kent en woorden die je niet wilt kennen.” Maar hij besloot zijn lezing met de woorden: “De koper van het Woordenboek moet niet uit zijn op nut, hij moet uit zijn op schoonheid. Want het WNT is een monument.”

Die mening bleek ook prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg toegedaan. Van Sterkenburg is directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden. Dat instituut werd in 1969 opgericht met als voornaamste doel de voltooiing van het Woordenboek te bespoedigen. Ter gelegenheid van de goedkope herdruk schreef Van Sterkenburg een gepopulariseerde geschiedenis van het Woordenboek, getiteld Portret van een taalmonument dat gratis wordt verspreid onder de ruim 1200 intekenaars. Van Sterkenburg toonde zich gisteren zeer opgetogen over de fotografische herdruk, die in gebonden uitvoering bij voorintekening ƒ 1995 kostte. Van de 1300 exemplaren worden 250 in paperback uitgevoerd (ƒ 1494). “Het Woordenboek komt hiermee terug bij de oorspronkelijke doelgroep: Neerlandici, historici, docenten, enzovoorts. De originele uitgave kost inmiddels bijna ƒ 20.000. Dat is alleen nog te betalen voor instituten. In de praktijk blijken de uitgaven elkaar niet de beconcurreren. Integendeel, ook de belangstelling voor de oorspronkelijke uitgave is toegenomen.”

Ook Van Sterkenburg gaf toe dat niet alle Nederlandse woorden in dit wetenschappelijke mammoetwoordenboek zijn opgenomen. “Veel internationalismen ontbreken, veel wetenschappelijke termen, taboewoorden, eigennamen en vloekwoorden. Helaas ontbreekt een oorverdovende hoeveelheid reclame- en jeugdtaal.” Toch is het Woordenboek der Nederlandsche Taal de voornaamste bron voor alle commerciele woordenboeken, zoals Van Dale, Koenen en Kramers. Dat komt omdat het Woordenboek is gebaseerd op een zeer omvangrijke citatencollectie. Ieder woord wordt omschreven aan de hand van citaten die zijn geselecteerd uit meer dan tienduizend bronnen. Van Sterkenburg omschreef het WNT om die reden als “de moeder van alle woordenboeken”.

Ongeveer vijf exemplaren van het Woordenboek, waarvan er een is bestemd voor de koningin, worden gedrukt op handgeschept oud-Hollands papier. Vanwege de hoge typografische kwaliteit is een van deze exemplaren opgeofferd voor de fotografische herdruk. WNT-hoofdredacteur Fonds Moerdijk had het er graag voor over: “deze goedkope herdruk brengt mij in de zesde hemel, pas als het Woordenboek geheel voltooid is kom ik in de zevende.”

"De koper van dit Woordenboek moet niet uit zijn op nut, hij moet uit zijn op schoonheid'