Hedendaags feminisme

Een paar jaar geleden hoorde je nogal eens de klacht dat de moderne vrouw het niet makkelijk heeft.

Ze moet maar liefst drie rollen tegelijk vervullen: huisvrouw, moeder en minnares. Hoewel ik graag toegeef dat dit een ambitieus takenpakket is, moet ik toch bekennen dat ik de impliciete suggestie dat deze last wordt veroorzaakt door het feit dat de moderne man dit alles van haar eist, niet helemaal redelijk vind. De meeste mannen zouden er waarschijnlijk geen ernstig bezwaar tegen hebben als deze rollen op gezette tijden door verschillende personen zouden worden vervuld. Sterker nog, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat sommigen aan zo'n wisselende rolbezetting zelfs de voorkeur zouden geven. Nog sterker: een vluchtige blik op de wereldliteratuur of, voor wie het eenvoudig wil houden, op de naoorlogse Nederlandse letterkunde, leert dat dit in de praktijk ook wel gebeurt. Nu is dit natuurlijk slechts fictie, maar in dit geval waarschijnlijk toch fictie met een hoog werkelijkheidsgehalte.

De hedendaagse vrouw heeft echter nog veel hogere ambities. Zij wil naast dit alles een baan, een volledige baan en niets dan een volledige baan. En zij wil een carrière, liefst een goede. Velen lukt dat natuurlijk niet, maar sommigen slagen daarin gelukkig wel. Ietwat verrassend blijkt nu echter dat zelfs die succesvollen toch ook niet altijd gelukkig zijn. Dat begreep ik althans uit een interview met Christien Brinkgreve, dat enige tijd geleden in de Volkskrant verscheen. Christien Brinkgreve, zo blijkt uit dit interview, heeft eigenlijk "alles'. Zij heeft een aardige man met een goede baan en ze heeft kinderen. Kortom, ze heeft een leuk gezin en een goed inkomen. Bovendien heeft ze zelf ook nog een baan en niet zo maar één; ze is hoogleraar. Toegegeven, ze is hoogleraar in Utrecht en in de sociologie, maar voor iemand die daarvóór hoogleraar in Nijmegen was en in de vrouwenstudies is dat toch geen reden tot klagen. Bovendien, zo lezen we verder in dit interview, heeft ze ook nog een column. Meer kan een mens niet verlangen.

Ze betaalt voor dit alles echter een prijs, zegt ze, want ze is moe en heeft nooit tijd voor iets leuks. Ze is zelfs erg moe en soms wordt het haar allemaal te veel. Zulke persoonlijke ontboezemingen lees je met een zeker ongemak. Wat hebben wij hiermee te maken? Waarom moeten wij dit allemaal weten? Er bestaat dan ook een begrijpelijke aarzeling zich met zulke persoonlijke zaken te bemoeien. Maar als iemand in een paginagroot interview aandacht vraagt voor haar moeilijkheden en bovendien in woord en geschrift betoogt dat het hier niet om een persoonlijk maar om een maatschappelijk probleem gaat, dan is het niet alleen gepast maar misschien zelfs nuttig hier iets over te zeggen, vooral omdat er wellicht een eenvoudige oplossing voor dit probleem bestaat.

Laat ik om te beginnen opmerken dat het niet zo is dat Christien Brinkgreve haar huishouden niet verstandig heeft ingericht. Integendeel, ze heeft heel goed begrepen dat een goede "hulp' een voorwaarde is voor dit soort bestaan. En die heeft ze dan ook, zo blijkt, en wel voor maar liefst drie en een halve dag per week. Bovendien heeft ze een moeder die altijd bereid is tot bijspringen en een behulpzame man, zoals blijkt uit de woorden: “Hij doet veel, ik heb de eindverantwoordelijkheid voor het huishouden”. Een heel verstandige taakverdeling. Ik zou zelf ook kiezen voor het dragen van de eindverantwoordelijkheid.

Wie dit alles leest, begrijpt dan ook eerst niet goed wat het probleem is. Reken een man die "veel doet' goed voor één dag in de week en een moeder op wie je “moeiteloos een beroep kan doen” voor een halve, dan kom je, samen met die drie en een halve dag hulp, aan vijf dagen in de week en dat is precies een hele werkweek. Zo moet het toch kunnen zou je denken. Maar het kan kennelijk niet, althans niet zonder erg moe te worden. Dan zie ik nog maar één oplossing: wees wijzer, doe minder. Zo lijkt het om te beginnen verstandig die column weg te doen. Dat is een hele last, maar het hoeft natuurlijk niet. Het is helemaal niet verplicht voor een hoogleraar om een column te schrijven. Integendeel, er zijn zelfs goede redenen te bedenken waarom een hoogleraar dat beter niet kan doen.

Er is nog een verdergaande stap denkbaar, namelijk korter gaan werken. Dat lijkt een beetje flauwe opmerking want dat kan natuurlijk niet altijd. Er zijn diverse functies waarvoor dit geen oplossing is. Het is niet goed voor te stellen dat de dames Kroes en Maij-Weggen samen Verkeer en Waterstaat zouden gaan doen. Het is ook niet reëel om te verwachten dat functies als president van de Nederlandsche Bank, commandant van het Eerste Legerkorps of koningin van Nederland spoedig in deeltijd zullen worden vervuld. Maar bij het onderwijs is dat nu juist helemaal niet moeilijk. Niet alleen in het middelbaar maar ook in het hoger onderwijs wemelt het van deeltijdfuncties die zonder enig probleem worden vervuld. Het enige bezwaar voor betrokkenen is dat het inkomen lager is dan bij een volledige baan, maar dat is toch bij uitstek een individueel probleem waarvoor het niet erg passend zou zijn publieke aandacht te vragen.

In het interview wordt verscheidene malen betoogd dat het vrouwenleven zoveel aangenamer zou zijn als de mannen maar wilden veranderen. Dat zal best, maar soms krijg je toch de indruk dat sommige mannen op dit gebied verder zijn dan sommige vrouwen. Zo hoorde ik onlangs van een leerstoel in de geschiedenis die vacant werd. Onder de vele sollicitanten waren twee mannen die samen solliciteerden omdat ze beiden slechts een halve baan wilden vervullen. Ze wilden namelijk tijd overhouden voor hun gezin, hun onderzoek en voor ontspanning. Ze werden inderdaad samen benoemd. Het gaat om een professoraat in de geschiedenis aan dezelfde universiteit als die waar Christien Brinkgreve werkt, namelijk de Rijksuniversiteit Utrecht. Zou het College van Bestuur een soortgelijk verzoek van haar van de hand wijzen? Dat kan ik mij moeilijk voorstellen.