Elektronicastrijd schaadt alle fabrikanten

Philips staat niet alleen. Bij het bloedige gevecht op de wereldmarkt voor consumentenelektronica vallen steeds meer slachtoffers. Redding, in de vorm van nieuwe kassuccessen, laat voorlopig nog op zich wachten.

EINDHOVEN, 4 MAART. Hoeveel uren plezier consumenten ook aan hun elektronica kunnen beleven, voor 's werelds producenten van radio's, tv's en videorecorders is de lol er vanaf. Al maanden zijn ze met elkaar verwikkeld in een venijnig gevecht om een krimpende markt. Lagere marges en een geringere afzet brengen de elektronicareuzen langzaam uit balans.

Alle ridders van het elektronisch consumentenvermaak lopen verwondingen op. De kleintjes blazen de aftocht. Een enkeling probeert met de moed der wanhoop te reorganiseren. Wie de meeste reserves heeft, maakt de beste kansen. Wie, zo als Philips, al financieel aangeslagen door het leven ging, betaalt snel een forse rekening.

Philips behoort tot de zwaar gewonden. Met een herstructureringsreserve van 1,2 miljard gulden probeert Philips het tij te keren. Onrendabele produkten en de daarbij behorende fabrieken en werknemers worden afgestoten. Het financieel verzwakte Philips kon de verliezen eenvoudig niet meer dragen en probeert de wonden te stelpen. Spijtig voor de getroffen 10.000 a 15.000 werknemers die het concern moeten verlaten, gunstig voor de - veelal Aziatische - tegenstanders. Een deel van de overtollige produktiecapaciteit op de wereldmarkt verdwijnt.

De sanering onder de aanbieders maakte al eerder slachtoffers. Met stille trom trok Toshiba zich terug uit de markt voor audio-produkten, gevolgd door NEC, dat geen heil meer zag in cd-spelers en videorecorders. Philips' grote Japanse concurrenten, Matsushita en Sony hebben een langere adem, maar ook zij lopen kleerscheuren op.

Na jaren van prachtige winsten en gestage groei raakte de nummer één op de wereldmarkt voor consumentenelektronica, Matsushita, in de afgelopen maanden in de problemen. Naar verwachting zal het boekjaar dat afloopt op 31 maart worden afgesloten met een winstdaling van 65 procent tot 413 miljoen dollar. Het concern, onder andere bekend van de merken Panasonic, Quasar, National en Technics, is voor ongeveer 50 procent afhankelijk van massaprodukten met zeer kleine marges als audio- en videoprodukten en huishoudelijke apparatuur. De audio-tak JVC kampt met grote verliezen.

Naast het onheil in de markt kampt het concern met zelftoegebrachte wonden. Zo moest het moederbedrijf opdraaien voor een schuld van 150 miljoen dollar, veroorzaakt door een financiële dochteronderneming. Bovendien kreeg het imago van Matsushita een gevoelige tik toen bleek dat 700.000 ijskasten teruggenomen moesten worden omdat er produktiefouten waren gemaakt. In 1990 kocht Matsushita voor 6,1 miljard dollar de Amerikaanse filmstudio MCA, die sindsdien uitblonk in de produktie van flops. Analisten in Japan stellen al jaren vraagtekens bij de aankoop van MCA omdat niet duidelijk is of er synergie bestaat tussen de Hollywood-produkties uit Californië en de hardware uit Japan.

Vorige maand namen de problemen van het bedrijf verder toe toen president Akio Tanii temidden van een fraude-schandaal afstand deed van zijn positie. In mei wil het concern - ooit de belichaming van de Japanse Dreiging - een omvangrijke herstructurering in gang zetten.

Ook Sony ziet de mondiale strijd op de elektronicamarkt terug in zijn cijfers. De geconsolideerde winst kelderde in het kwartaal dat eindigde in december met 62 procent tot 50,6 miljard yen. De omzet daalde in diezelfde periode met 4 procent tot 1.082 miljard yen, 16,6 mijard gulden.

Hoewel het bedrijf minder problemen heeft dan Matsushita en veel minder dan Philips, beantwoordde Sony de teruggang in de resultaten vorig jaar onmiddellijk met een verlaging van de investeringen. Het lopende fiscale jaar wil Sony 45 procent minder investeren dan een jaar eerder. “Om het rendement op vroegere investeringen veilig te stellen moeten we nieuwe investeringen verlagen”, aldus Sony-president Norio Ohga in een vraaggesprek met de Japanse Nihon Keiza Shimbun.

Sony kampt met problemen bij video-recorders en camcorders, die in het laatste kwartaal een omzetdaling van 12 procent moesten incasseren. Audioprodukten gaven een omzetdaling van 6 procent te zien. De televisie/monitor-verkopen namen daarentegen toe met 10 procent dankzij de populariteit van Sony-tv's in de Verenigde Staten en een sterke vraag uit de computerindustrie.

De malaise waarmee Philips, Matsushita en Sony kampen is ontstaan door een fatale samenloop van omstandigheden. In de goede jaren is teveel produktiecapaciteit opgebouwd die problemen oplevert nu het economisch tegenzit in de belangrijkste afzetmarkten in Europa en Japan. De concurrentie uit goedkope Aziatische produktielanden als Taiwan en Korea is sterk toegenomen.

Bovendien is de snelheid waarmee nieuwe produkten op de markt komen gedaald. De detailhandel roept al maanden tevergeefs om nieuwe kassuccessen. Aan het vervangen van apparaten door marginaal verbeterde versies van bestaande produkten valt nu eenmaal minder te verdienen. Daar komt bij dat de traditionele grootheden de enige spectaculaire groeimarkt in de consumentenelektronica, de markt voor video-spelletjes, hebben gemist.

Zo snel mogelijke worden daarom nieuwe produkten gelanceerd zoals het digitale cassette systeem, dcc, (onder andere Philips) en een kleine draagbare cd-speler, minidisc (Sony). De nieuwe audio-produkten bevinden zich echter nog in de aanloopfase en zullen pas over geruime tijd een afzet bereiken waarbij ze een substantiële bijdrage aan de winst zullen leveren.

De opvolger van de bestaande generatie kleurentelevisies, de high definition television, komt slechts met zeer veel moeite van de grond en zal pas veel later aan het resultaat bijdragen dan in de prognoses van de fabrikanten was voorzien. Philips heeft de Europese variant van hdtv bijna produktierijp maar durft niet te investeren in assemblagelijnen omdat programma-makers niets in het produkt zien. Waarschijnlijk moet het bedrijf omschakelen op een ander, geavanceerder systeem, waarvan de specificaties nog onduidelijk zijn. Net nu snelheid is vereist kampt Philips met vertraging. De Japanse variant van HDTV is vooralsnog geen doorslaand succes, terwijl in de Verenigde Staten nog een technologie gekozen moet worden. Hoe de strijd om HDTV zich ook zal ontwikkelen, aan de nijpende vraag naar kassuccessen kan de kleurentelevisie voorlopig niet voldoen.

Met luid trompetgeschal hebben de fabrikanten alvast de nieuwe multi-media revolutie aangekondigd, waarbij de samensmelting van computertechnologie, telecommunicatie en de vertrouwde produkten van de consumentenelektronica tot nieuwe, winstgevende gadgets moet leiden. Maar ook deze revolutie, hoe veelbelovend mischien ook, zal niet in de korte-termijn behoefte aan inkomsten voorzien. Voor een van de eerste multimedia-produkten, Philips' interactieve compact disc, cd-i, geldt hetzelfde als voor de nieuwe audio-produkten: het duurt nog jaren voordat de afzet groot genoeg is.

Voor de fabrikanten zit er voorlopig dus weinig anders op dan de rit uit te zitten. Philips is vastbesloten als overlevende uit de huidige malaise tevoorschijn te komen. Dat kan ook moeilijk anders want consumentenelektronica (eindprodukten plus onderdelen) zijn goed voor bijna de helft van de omzet van het concern. Het is te hopen dat gedurende het bloedige gevecht niet zo'n groot beslag wordt gelegd op de toch al magere reserves van het concern dat de broodnodige investeringen in de toekomst er zwaar onder zullen lijden.