Een tijdelijke dood in het laser-labyrint

In de Antwerpse Zone opende twee weken geleden het eerste "Lasergame Centrum' op het Europese vasteland. Twintig minuten lang besluipen spelers elkaar in een futuristisch doolhof en wanen zich Bladerunners. “Wezels die in een donker hoekje zitten te wachten tot iemand langs komt, maak je af door je geweer even om de hoek te steken.”

De Arena doet denken aan het jaar 2019 in de science-fiction film Bladerunner: een mistig labyrint vol duistere nissen, hekwerken, schietgaten, schijnwerpers en rookpluimen. Dreigende synthesizermuziek brengt de speler in de juiste, behoedzame stemming. Want elk moment kan een rode laserstraal de rookwolken doorsnijden en een eind maken aan zijn leven. Drie seconden lang althans. Zonder veel ophef opende het bedrijf Leisure Tech twee weken geleden in Antwerpen de Zone, het eerste "Lasergame Centrum' op het Europese vasteland. Spelers kunnen voor 150 franc (ƒ 8,25) elkaar twintig minuten lang besluipen in een futuristisch doolhof. Uitgerust met een laserpistool en een hardplastic tuigje, een "energy-pack' dat voltreffers registreert: de speler hoort dan een schril geluid, ziet een lampje op zijn schouder aanflitsen en kan enkele seconden lang niet schieten met zijn lasergeweer. Na het spel krijgt hij bij de uitgang een overzicht van alle geïncasseerde en uitgedeelde treffers. 'Marketing director' van het Leisure Tech is James Nunn, een whizz-kid met baseballcap.

Hij verwacht dat de Lasergame ook in de Benelux een rage wordt en zou daar wel eens gelijk in kunnen krijgen. Het spel, een huwelijk tussen paint-ball en lasertechnologie, is uitgedacht in de Verenigde Staten, uitgewerkt in Australië en populair geworden in Engeland. In drie jaar tijd zijn daar meer dan honderd Lasergame Centra opgericht. Nunn wil de komende anderhalf jaar zeven vestigingen in Nederland openen en drie in België. Half april gaat een tweede Zone open aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade tegenover het Maritiem Museum. De ambities van Nunn reiken verder dan een simpel oorlogsspel tussen spelers: “Dat is een rage die na een paar jaar is uitgewerkt”. In de Arena worden ook "laserdrones' ingebouwd, sensoren die in werking treden wanneer een speler nadert. Weet de speler zo'n sensor niet onschadelijk te maken dan berooft die hem van een deel van zijn energie, levens of punten. Raakt hij de sensor tijdig, dan kan een speler onzichtbaar worden voor de andere spelers (alle lichtjes op zijn energy-pack gaan uit), of verandert zijn laserpistool in een mitrailleur of "megablaster', die alles in een straal van vijf meter vernietigt. Nunn: “Dat kan nuttig zijn tegen die wezels die in een donker hoekje zitten te wachten tot iemand langskomt.

Je hoeft je geweer dan alleen maar om de hoek te steken.” Andere "laserdrones' openen deuren naar onbekende delen van het doolhof. Het is een systeem van beloningen en straffen dat iedere Nintendo-speler bekend zal voorkomen: de Lasergame is een levend computerspelletje. Nunn: “De werking van de sensors kan elke week opnieuw worden geprogrammeerd. Spelers kunnen een beperkt aantal levens of laserschoten krijgen, of met een handicap spelen. Het systeem heeft onbeperkte mogelijkheden. En over een jaar of twee denk ik dat de tijd rijp is voor de eerste Benelux kampioenschappen.” Zijn ideaal: “Een kasteel van vijf verdiepingen met op de eerste verdieping een jungle, de volgende verdieping een ijswereld, daarna de middeleeuwen, daarna een western-wereld, etcetera. Robots met ingebouwde sensors als tegenstanders of helpers. Muren van laserstralen die je doormidden snijden, behalve als je een spiegel gebruikt. Bewegende hologrammen die de spelers opdrachten geven. Een wereld waar je eindeloos in kan ronddwalen en meer tegen de computer dan tegen medespelers vecht.” In de huidige opzet is het spel overigens al enerverend genoeg. Na twintig minuten vijanden te hebben beslopen of verraderlijk in de rug te zijn geschoten, verlaten de spelers vibrerend van de adrenaline en drijvend van het angstzweet de Arena. Iedereen kan even een Bladerunner zijn in de Zone.