Een schoolrooster van elastiek

Op veel scholen is de laatste maanden een harde strijd gevoerd over de nieuwe "lessentabel' van de basisvorming. Scholen krijgen meer vrijheid om zich te profileren en hun onderwijs te vernieuwen. Maar welke leraar moet uren inleveren?

Op het eerste gezicht leek het vooral om een rekenkundige exercitie te gaan, maar wie aan het steentje van één vak begint te wrikken merkt al snel dat het hele bouwwerk van rechtsposities, belangen, voorrechten en persoonlijke voorkeuren op een school begint te schuiven.

Sommige leraren zagen tot hun ontzetting hun vak èn hun werkgelegenheid bedreigd door de basisvorming, collega's maakten zich ondertussen uit de voeten met een vette kluif, vaksecties stonden als kemphanen tegenover elkaar, er werd gelobbied en onderhandeld, gewonnen en verloren. Een geheel nieuw tijdverdrijf in het voortgezet onderwijs, waar men gewend was zich eendrachtig tegen "Zoetermeer' te keren. Dáár werden immers altijd de verkeerde beslissingen genomen.

Tot nu toe schreef het ministerie een minimumtabel voor, waarin werd aangegeven hoeveel uur aan welk vak moest worden besteed. Een strak corset, waarin scholen weinig bewegingsruimte werd gegund. Uitgangspunt was dat scholen voor voortgezet onderwijs zoveel mogelijk hetzelfde programma aan moesten bieden. Iedere leerling moest immers aan het eind van de rit hetzelfde niveau hebben gehaald. Langzamerhand begint het inzicht door te breken dat niet eenvormigheid, maar verscheidenheid de beste garantie is voor goed onderwijs.

Met de invoering van de basisvorming is de vrijheid om eigen invulling aan het lespakket van de onderbouw te geven flink toegenomen. Zolang leerlingen maar ten minste 1.280 lesuren per jaar krijgen aangeboden en daarvan 1.000 uur aan de 15 verplichte vakken van de basisvorming besteden. De rest van de tijd - zes uur per week - is "vrije ruimte' en die kan een school naar eigen inzicht besteden. Door vakken te combineren of samen te voegen, kan de elasticiteit in de lessentabel nog groter worden. Gevolg is dat het programma van school tot school flink kan verschillen, al moeten ze uiteindelijk allemaal aan dezelfde kerndoelen voldoen.

Koplopers van vernieuwing

Achter alle commotie over de lessentabel bleek ook nog een andere discussie schuil te gaan, die over het profiel van de school. Elke school kwam voor de keuze te staan of ze de zaken zo veel mogelijk bij het oude wilde laten, of dat de invoering van basisvorming en de nieuwe lessentabel juist het moment was om onderwijskundige veranderingen door te voeren. Welke beslissingen scholen ook nemen, in de voorlichting aan ouders en nieuwe leerlingen worden ze altijd als een pluspunt gepresenteerd. ""In onze lessentabel verandert hoegenaamd niets'', roept de ene school, anticiperend op de behoefte van ouders aan ouderwets-degelijk onderwijs. Andere scholen afficheren zich als koplopers van de vernieuwing: ""Wij bieden een op het individu toegesneden lessentabel aan, want geen leerling is hetzelfde.''

""Eigenlijk is het vreemd dat de individualisering in onze maatschappij nog nauwelijks is doorgedrongen tot het onderwijs'', zegt rector N. Uppelschoten van het Zernike College in Groningen. ""Op de meeste scholen treedt men de leerlingen tegemoet met een uniforme lessentabel en een uniform aanbod, terwijl toch inmiddels duidelijk is dat dé leerling niet bestaat.'' Om aan de individuele leerstijlen van leerlingen tegemoet te komen, start het Zernike College volgend jaar naast het gewone klassikale onderwijs met een Montessori-stroom, voor leerlingen die zo zelfstandig zijn dat ze hun eigen leertempo en toetsmomenten kunnen bepalen. Daarnaast heeft de school de vrijheid die de basisvorming biedt maximaal uitgebuit en zal met een gevarieerd lessenpakket op de markt komen. ""In principe zou elke leerling een individuele lessentabel kunnen samenstellen, maar dat is organisatorisch niet te doen voor een school'', zegt Uppelschoten. ""Daarom bieden wij een kernprogramma aan van 26 uur en volgen leerlingen daarnaast een keuzeprogramma. De zes uur vrije ruimte mogen ze naar eigen inzicht en behoefte invullen.'' In die uren komen leerlingen van verschillende klassen bij elkaar om "steunlessen' of "interesse-lessen' te volgen.

Leuke dingen doen

De leraren van het Zernike worden aangemoedigd om voor deze uren een "uitdagend en gedifferentieerd' programma te ontwikkelen. Enerzijds voor de zwakkere leerlingen, want voor hen was de klassikale aanpak blijkbaar niet voldoende, anderzijds voor degenen die het leren wel makkelijk afgaat, want zij komen in een gemiddelde les evenmin aan hun trekken. ""Ga met leerlingen die genteresseerd zijn in je vak leuke dingen doen'', zo omschrijft rector Uppelschoten de opdracht die de docenten kregen. ""Richt je op de individuele interesses en houd rekening met hun verschillende leerstijlen. Zorg ervoor dat ze op een totaal andere manier met je vak bezig kunnen zijn.'' De keuze-uren moeten zo min mogelijk lijken op de gewone lessen. Het zal van de inventiviteit en durf van de leraren afhangen of deze nieuwe structuur ook zal leiden tot nieuw onderwijs, voorspelt Uppelschoten.

Behalve het keuzeprogramma heeft het Zernike College meer vernieuwingen op stapel staan. In de lessentabel is relatief veel ruimte gereserveerd voor de moderne talen. Eersteklassers krijgen vier moderne talen aangeboden. Engels loopt het hele jaar door. Frans, Duits en Spaans komen elk één trimester op het rooster te staan, met een taalcursus die is gericht op spreekvaardigheid en de kinderen laat kennismaken met het land. De eersteklassers hebben tot Kerstmis bovendien drie uur per week een extra programma: "oriëntatie op taal'. In die lessen worden de grammaticaregels van de basisschool nog eens herhaald en wordt de verbinding gelegd naar de taalregels van de moderne talen. ""Alle talensecties gaan de grammatica op dezelfde manier uitleggen en Nederlands stelt daarbij de norm'', zegt rector Uppelschoten en hij moet erkennen dat dit geen eenvoudige besluit was. ""De andere taalsecties stonden op hun achterste benen.''

Weinig speelruimte

Niet alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben zoveel vrijheid om de lessentabel van de basisvorming in te vullen. Gymnasia zijn de vrij te besteden uren grotendeels kwijt aan Latijn en Grieks, christelijke scholen zullen de uren voor een deel besteden aan godsdienstlessen. Een christelijk gymnasium houdt op die manier weinig speelruimte over. Wat niet wegneemt dat ook deze scholen vernieuwing kunnen doorvoeren door vakken te combineren, minder "frontaal les te geven' en meer oog te hebben voor de verschillen tussen leerlingen.

Voor scholen met een teruglopende leerlingenpopulatie kan de discussie over de lestabel een grimmig karakter krijgen. Elke verandering in de tabel kan leraren uren kosten of banen op het spel zetten. ""Wij hebben het geluk dat we een groeiende school zijn'', zegt J. van Rijn, rector van scholengemeenschap Lek en Linge in Culemborg. ""We zitten niet vast aan rechtsposities en kunnen daarom een inhoudelijke discussie voeren over de invulling van ons lesprogramma.'' De school heeft er voor gekozen om Engels een stapje terug te laten doen, evenals gymnastiek. Het vak verzorging wordt gekoppeld aan biologie en blijft iets onder de adviesnorm. Daar staat tegenover dat wiskunde wat meer uren krijgt en ook Spaans op het rooster voorkomt.

Het meest uitdrukkelijk profileert Lek en Linge zich met de creatieve vakken. Kinderen in de onderbouw krijgen per week viereneenhalf uur creatieve ontplooiing: tekenen, handvaardigheid, muziek en drama. Als gevolg van deze keuze heeft de school een leraar drama kunnen aantrekken, die ook met de bovenbouw-leerlingen projecten uitvoert. In de drie wekelijkse keuze-uren - extra ruimte die ontstaan is door invoering van het 45-minutenrooster - leren kinderen etsen en fotograferen en worden toneel- en poëzieprojecten opgezet. Ook wordt tijd ingeruimd om zwakke leerlingen een extra steuntje in de rug te geven. Rector Van Rijn: ""De invoering van de basisvorming was voor ons een stimulans om na te denken over hoe je kinderen goed voorbereidt op allerlei terreinen van de samenleving.''

Op werk, maar ook op "vrije tijd', aldus de rector. ""Ik zou het zonde vinden als scholen dit mooie moment voorbij laten gaan.''