De voordelen van inteelt

Huwelijken tussen bloedverwanten zijn normaal in grote delen van de wereld. En de genetische schade voor de nakomelingen valt alleszins mee.

Inteelt. Een beladen term die voornamelijk ongunstige associaties oproept. Bij het horen ervan denkt men al gauw aan achterlijke, geïsoleerde dorpen waar de bevolking één grote familie is en waar zeldzame erfelijke afwijkingen welig tieren.

Maar van dit stereotiepe beeld klopt maar bitter weinig, aldus dr. Alan H. Bittles van de afdeling Biomedische Wetenschappen van King's College van de Universiteit van Londen. Bittles verzamelt al vele jaren demografische onderzoeksgegevens op mondiale schaal over het voorkomen van cosanguine huwelijken, dat wil zeggen echtverbintenissen tussen bloedverwanten. Vorige maand presenteerde hij in Boston zijn bevindingen op een symposium over menselijke inteelt, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science.

De conclusies van Bittles en zijn collega's stonden haaks op wat de meeste mensen in het Westen denken. Huwelijken onder boedverwanten zijn niet op hun retour, maar nemen mondiaal alleen maar toe. De genetische effecten zijn echter veel minder ernstig dan vaak wordt gesuggereerd. Sterker nog: inteelt is op de lange termijn een mechanisme dat de ophoping van kwaadaardige mutaties tegengaat.

De allerhoogste inteeltcijfers, aldus Bittles, komen weliswaar inderdaad in kleine, geïsoleerde gemeenschappen voor. Bijvoorbeeld bij de Fur-stam in Soedan, waar ruim zeventig procent van alle echtverbintenissen wordt voltrokken tussen bloedverwanten. Maar zulke hot spots representeren slechts een kleine fractie van het wereldwijde totaal. Het leeuwedeel van de cosanguine huwelijken vindt plaats in grote, aaneengesloten gebieden die halve continenten beslaan, in het bijzonder de brede gordel van moslimlanden in Noord-Afrika, Centraal, Zuid- en West-Azië. Daar geven niet geografische factoren de doorslag, maar culturele.

Zeer veel voorkomend in deze landen is de verbintenis tussen volle nichten en neven. Deze hebben één paar grootouders gemeen en daarmee (ten minste) een achtste van al hun genen. Huwelijken tussen nog nauwer verwante partners (zoals ooms en nichtjes) komen ook voor, maar zijn zeldzamer. Bittles trekt in zijn definitie van cosanguïniteit de uiterste grens bij huwelijken tussen achterneven en -nichten. Nog verdere verwantschappen meetellen heeft geen zin, want daar zijn de erfelijke repercussies volkomen verwaarloosbaar.

Witte vlekken

Bittles' schattingen van het voorkomen van inteelt en huwelijken tussen bloedverwanten zijn gebaseerd op genetisch, demografisch en antropologisch onderzoek uit alle streken van de wereld. De cijfers kegelen volgens Bittles al meteen een veel gehoorde veronderstelling omver: dat er de afgelopen generaties wereldwijd sprake zou zijn van een dalende trend.

Dat laatste gaat volgens Bittles alleen maar op voor de geïndustrialiseerde landen. Onder de inheemse bevolking van Noord-Amerika en West-Europa ligt het percentage huwelijken tussen volle neven en nichten beneden de 0,6 procent. Vergelijkbare percentages (onder de 1) vindt men in de voormalige Sovjet-Unie, Australië en Nieuw-Zeeland. Samen vormen deze populaties ongeveer 1 miljard mensen, een vijfde van de wereldbevolking.

In Japan ligt het percentage cosanguine huwelijken beduidend hoger (3,9 in 1983), maar is het de afgelopen decennia wel sterk gedaald. Dat laatste geldt echter niet voor Oost- en West-Afrika, Zuid-Amerika en Noord-India, gebieden waar de percentages eveneens tussen de 1 en de 10 liggen. Met 1,4 miljard zielen vormt deze groep ongeveer een derde van de wereldbevolking.

Nog minder geldt de mythe van de teruggang voor grote delen van Afrika en Azië, waar huwelijken tussen bloedverwanten traditioneel de voorkeur genieten. In veruit de meeste moslim-landen ligt het percentage huwelijken tussen bloedverwanten tussen de 20 en 50 procent of zelfs nog hoger. In deze landen wonen ruim 700 miljoen mensen, ofwel 15 procent van de wereldbevolking.

Blijft over ruim 40 procent van de wereldbevolking. Voor grote delen van Midden- en Zuid-Afrika, het Caraïbisch gebied, Centraal Amerika en Oost- en Zuidoost Azië, samen goed voor een bevolking van 2,3 miljard mensen, zijn geen betrouwbare gegevens bekend. Het zijn de witte vlekken op de wereld-inteeltkaart. Maar volgens Bittles is er alle reden om aan te nemen dat in een groot deel van deze gebieden eveneens een belangrijk percentage van de echtverbintenissen cosanguin is.

Een voorbeeld is China, waarover sinds de oprichting van de Volksrepubliek geen demografische cijfers voorhanden zijn. Met zijn 1 miljard inwoners herbergt dit land bijna een vijfde van de wereldbevolking. Bittles: ""We weten er helaas maar weinig van, maar we kunnen toch aannemen dat het percentage huwelijken tussen bloedverwanten in China ook in de buurt van de 5 procent ligt.'' Bekend is dat voor de Tweede Wereldoorlog huwelijken tussen bloedverwanten vrij gewoon waren onder de Han, ofwel 90% procent van de Chinese bevolking. Daar er in een van de Chinese provincies recentelijk een wettelijk verbod werd uitgevaardigd tegen huwelijken tussen volle neven en nichten, valt aan te nemen dat deze praktijk nog altijd voortduurt.

Vooroordelen

Huwelijken tussen bloedverwanten komen dus het meest voor in de ontwikkelingslanden. Gezien het hoge groeitempo van de bevolking in de Derde wereld valt te verwachten dat de mondiale inteeltpercentages in de toekomst nog aanzienlijk zullen stijgen. Wat betekent dit nu voor de volksgezondheid? Zal de groei leiden tot een verhoogde frequentie van zeldzame erfelijke afwijkingen? Kortom, is er reden tot ongerustheid?

Enkele weken geleden verschenen er berichten in het nieuws die suggereerden dat onder de Turkse en Marokkaanse populaties in Nederland relatief meer erfelijke afwijkingen voorkomen dan onder de autochtone bevolking, als gevolg van huwelijken tussen bloedverwanten. De Vereniging van Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP) zou een voorlichtingscampagne voorbereiden teneinde de allochtone bevolkingsgroepen op de risico's van zulke huwelijken te wijzen.

In werkelijkheid is een verhoogd voorkomen van erfelijke afwijkingen onder allochtonen als gevolg van cosanguine echtverbintenissen niet onderzocht. En het VSOP-project zal zich niet uitsluitend richten op de risico's van huwelijken tusen bloedverwanten, maar op erfelijkheidsvoorlichting onder allochtonen in het algemeen.

De alarmerende toonzetting van de berichten was typerend voor de manier waarop in het Westen tegen huwelijken onder bloedverwanten wordt aangekeken. Die kijk is duidelijk bevooroordeeld, vindt Bittles. Terwijl cosanguine huwelijken over de hele wereld eeuwenoude traditie zijn, is men er in het Westen in de vorige eeuw volgens hem ineens de wenkbrauwen over gaan fronsen. In sommige landen zijn huwelijken tussen volle neven en nichten zelfs bij de wet verboden. In de VS is dat het geval in 30 staten, terwijl in acht andere zulke verbintenissen zelfs worden beschouwd als een misdrijf. Bittles: ""Er is weliswaar sprake van een aantoonbaar verhoogd risico op erfelijke afwijkingen. Maar dat rechtvaardigt naar mijn idee allerminst zo'n strenge wetgeving.''

Recessieve aandoeningen

De risico's van cosanguine huwelijken spruiten voort uit de verhoogde kans op recessieve erfelijke aandoeningen. Die ontstaan wanneer een kind een zeldzaam defect gen in dubbele dosis bezit omdat het van vaders- èn van moederszijde een exemplaar heeft meegekregen. Bij huwelijken tussen niet-verwante partners is de kans op zo'n dubbele dosis zeer klein. Maar tussen bloedverwanten is hij veel en veel groter.

Immers, die hebben een belangrijk deel van hun genen gemeen, wat automatisch leidt tot een significant percentage dubbele doses in de nakomelingen (6,25 procent in het geval van kinderen van volle neven en nichten). Wanneer onder die genen een recessief gen voor een ernstige afwijking zit, treedt deze afwijking onverbiddelijk aan het licht.

Hoe hoog de risico's op afwijkingen als gevolg van inteelt nu precies in de praktijk zijn, kan alleen maar worden afgeleid uit goed gecontroleerde veldstudies. Daarvan zijn er de afgelopen 50 jaar enkele zeer grote gedaan,onder zeer uiteenlopende populaties maar met opmerkelijk eensluidende uitkomsten.

Een klassieke studie was bijvoorbeeld die van W.J. Schull en J.V. Neel onder de bevolking van Hiroshima en Nagasaki. Bij hun onderzoek naar de genetische gevolgen van de atoombommen eind jaren veertig was het hun opgevallen dat huwelijken tussen bloedverwanten (vooral tussen neven en nichten) in deze steden naar Westerse maatstaven zeer frequent voorkwamen. Ze besloten een apart onderzoek te verrichten naar de sterfte en de erfelijke aandoeningen onder de nakomelingen van zulke paren.

Schull en Neel onderzochten de nakomelingen van een groep van 4305 cosanguine zwangerschappen. Ze vergeleken deze die met de nakomelingen van een controlegroep van 4817 niet-cosanguine zwangerschappen. Voor de studie kwamen alleen maar kinderen in aanmerking wier beide ouders nauwelijks of geen kernstraling als gevolg van de atoombomexplosies hadden opgelopen.

Prof. James Neel, emeritus hoogleraar in de menselijke genetica van dee Universioteit van Michigan en een van de architecten van de studie, vatte in Boston de resultaten nog eens kort en bondig samen. De sterfte onder de kinderen van bloedverwanten bleek maar 1,5 procent hoger dan die onder de kinderen van niet-verwante ouders (10,5 tegenover 9,0 procent). En het percentage kinderen met ernstige erfelijke afwijkingen uit huwelijken tussen van volle neven en nichten viel ook maar 3,2 procent hoger uit dan dat uit niet-verwante ouders (11,7 tegenover 8,5 procent). Neel: ""We zagen kortom wel wat, maar niet veel effecten van inteelt.'' Zelfs van de veronderstelde debiliserende invloed van inteelt op de functie van het centraal zenuwstelsel was maar nauwelijks iets terug te vinden: de kinderen uit de cosanguine groep scoorden maar net iets lager in neuromusculaire en psychometrische tests en deden het vrijwel even goed op school.

Mormonen

Latere onderzoeken hebben dit "meevallende' beeld keer op keer bevestigd. Zo laat een recente, uitzonderlijk grootschalige studie onder Mormonen in Utah zien dat de effecten van inteelt bij nakomelingen van neven en nichten een zeventig procent hogere sterftekans voor het zestiende jaar geeft. Bij kinderen van verder verwijderde bloedverwanten waren de verschillen in sterftekans niet meer statistisch significant.

Uit alle studies blijkt dat alleen bij huwelijken tussen volle neven en nichten of nog nauwere verwanten duidelijke effecten worden gevonden. De sterftekans ligt, afhankelijk van de onderzoekspopulatie, doorgaans zo'n 3 tot 6 procent hoger dan die voor kinderen uit normale huwelijken. Dat is natuurlijk niet niets, maar er tegenover de risico's staan vaak duidelijke voordelen. Alan Bittles: ""Een verhoogd sterfterisico van rond de 5 procent is hoogst significant voor een geneticus, maar op gezinsniveau ligt het heel anders. Aan huwelijken met neven of nichten zitten vaak belangrijke economische en sociale voordelen. Zo kun je bijvoorbeeld lang van tevoren weten wat voor vlees je in de kuip hebt.''

In veel moslimlanden worden neef-nicht huwelijken al ver vooruit, niet lang na de geboorte van de partners beklonken. Een economisch voordeel kan zijn dat er, vanwege de familieverwantschap, geen bruidsschat hoeft te worden betaald. Bovendien kunnen op deze manier huwelijken eerder worden gesloten, hetgeen de vruchtbare periode van de vrouw verlengt. Mede hierdoor is, aldus Bittles, in tegenstelling tot wat men doorgaans aanneemt de vruchtbaarheid van huwelijken tussen bloedverwanten hoger dan die van huwelijken tusen niet-verwanten. Mochten er kinderen sterven als gevolg van erfelijke afwijkingen, dan wordt dat verlies vrij gemakkelijk problemen gecompenseerd.

Goede effecten

Blijft over de vraag welk effect inteelt op de lange termijn kan hebben op de genetische samenstelling van de bevolking. Ook wat dat betreft is er volgens Neel weinig of geen reden tot bezorgdheid. Op de korte termijn leidt het praktiseren van inteelt in aanvankelijk "goed gemengde' populaties tot de verhoogde manifestatie van kwaadaardige recessieve genen. Maar op de lange termijn zullen deze boosdoeners juist verdwijnen door selectie.

Neel: ""Inteelt leidt, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, tot het geleidelijk "wegspoelen' van recessieve genen uit de populatie. Afwezigheid van inteelt daarentegen leidt tot de ophoping van nieuwe mutaties. Het is maar de vraag wat voor de populatie beter is.

""Het vooroordeel tegen huwelijken tusen bloedverwanten is een Westerse uitvinding van pas zeer recente datum. Maar zulke verbintenissen waren hoogst waarschijnlijk de regel gedurende het overgrote deel van onze evolutionaire geschiedenis. Nog maar enkele duizenden jaren geleden leefde de hele mensheid in kleine groepjes en was inteelt niet de uitzondering, maar de norm.''