De Trust speelt Overgewicht; Schwabs woede is trefzeker als een schot hagel

Voorstelling: Overgewicht, onbelangrijk: Vormeloos (Een Europees avondmaal) van Werner Schwab door De Trust. Regie: Theu Boermans. Vertaling: Tom Kleijn. Spel: Anneke Blok, Lukas Dijkema, Marisa van Eyle, Marieke Heebink e.a. Gezien: 3/3, Laktheater, Leiden. Nog te zien: t/m 9/4 elders, v.a. 20/4 Trusttheater, Amsterdam.

Het is geen titel om nu eens fijn te onthouden: Overgewicht, onbelangrijk: Vormeloos (Een Europees avondmaal) - vooral niet als daar volledigheidshalve aan toegevoegd moet worden dat dit stuk het eerste is uit de tetralogie "faecaliëndrama's'. Toch is dat laatste een geheugensteuntje, het is althans een treffende typering van het toneel dat de Oostenrijker Werner Schwab (1958) schrijft. Hij kreeg in 1991 erkenning toen Overgewicht met veel succes door het Wiener Schauspielhaus werd opgevoerd en voor deel twee van zijn poepserie, Volksvernietiging, of mijn lever is zinloos ontving hij een jaar later de Mülheimer Dramatikerprijs. Van oorsprong boer en houthakker, leeft hij nu van de pen, te Wenen.

Het gezelschap De Trust voert Overgewicht nu uit, in een vertaling van Tom Kleijn. Het oordeel is misschien prematuur na deze eerste kennismaking, maar het werk van Schwab lijkt me een typisch produkt van kleinburgerlijkheid. Te lang is fatsoen Schwabs gevangenis geweest en hij bevrijdt zich nu in een eruptie van scatalogieën en hyperbolische beeldspraak. Zowel stilistisch als inhoudelijk is zijn proza een blijk van onbeheerste woede, verward en verwarrend, met de trefzekerheid van een schot hagel - maar ook met de aantrekkingskracht van de hartstocht.

Zijn woordvoerders zijn cafébezoekers van het allerlaagste allooi. Het zijn randdebielen, ongetwijfeld produkten van incest, mishandeling en drankmisbruik. Ze roken, drinken, hangen in hun stoel en schallen bij tijd en wijle de schlager Du (bist alles wass ich habe auf der Welt) mee. Keer op keer laat Fotzi (een door Myranda Jongeling gespeelde straatmeid) het lied uit de jukebox opklinken - en telkens weer verdient zij het muntje voor de machine door haar ultrakorte rokje op te lichten en haar kruis te tonen, waaraan zij overigens sowieso voortdurend krabt. Weerklinkt de muziek eenmaal dan werkt het café onder haar leiding collectief toe naar een orgasme - handen graaien in het wildeweg - tot de waardin (Marieke Heebink) een abrupt eind aan de vervoering maakt door een welgemikte trap tegen de jukebox.

Intussen braakt men filosofisch getinte teksten over het leven en de mensheid uit; ze zijn te ingewikkeld om in deze gedegenereerde breinen geformuleerd te worden en ze zijn nauwelijks te volgen. Betekenis krijgt Schwabs stuk pas door de handeling. Een zichtbaar uit een hogere klasse afkomstig paar, dat woordloos tortelend terzijde zit, lokt plotseling hooligan-achtige agressie uit. Er volgt een donkerslag, waarna het fraaie stel in opengereten lijken is veranderd. Bebloed en halfnaakt doet het cafébezoek zich te goed aan rauwe organen: het is hun vergelding voor "mensen die aan zichzelf genoeg hebben'.

Volgt een epsiode vol riten rondom de lijken, en vol onderling verwijt. Maar na het tweede changement zit het mooie paar er weer, zonder zich afzijdig te houden deze keer. Ze lachen nu om de levensbeschouwelijke tirades van het rapalje, dat uiteindelijk snikkend in elkaar armen valt.

Of het laatste deel een alternatieve versie toont of een weergave van de gebeurtenissen voor de slachtpartij blijft onduidelijk. Dat valt niet eens op, alles is mistig aan Schwabs stuk, en lelijk. Geen regel heeft een mooie klank, geen gedachte klinkt coherent. Dat moet de kracht van Overgewicht zijn en op den duur krijgt het die kracht ook. De toeschouwer wordt ondergedompeld in extreme gewelddadigheid en chaos, aan het slot heeft hij het gevoel tot aan zijn nek in de drek te staan.

De Trust en regisseur Theu Boermans dragen daar het hunne aan bij. De grote kwaliteit van deze voorstelling is het kennelijke, gemeenschappelijke geloof dat eruit spreekt. De spelers, Myranda Jongeling voorop, zijn zo compromisloos stuitend, dat zij wel een heilige zaak moeten dienen. Dat niet ondubbelzinnig duidelijk is welke (de opstand van het proletariaat, de ramp überhaupt van het bestaan) lijkt daardoor minder van belang. Dat is een verdienste, anderzijds denk ik, dat de toneelschrijver Schwab ook sekteleider had kunnen worden.