Als de vinken op dreef zijn, kan de wekker uit

Wanneer u dagelijks zo rond zeven uur opstaat, heeft u de komende maanden geen wekker meer nodig.

De stilte van de winterse ochtenden wordt nu snel verdrongen door een koor van zingende en tierelierende vogels die zich ook tot midden in de stad laten horen. Het is in februari al aarzelend begonnen met het schetterliedje van de winterkoning en het vriendelijker deuntje van de heggemus.

Zanglijster, grote lijster en merel lopen zich langs de zijlijm warm en zullen nu in volle hevigheid losbarsten. De nu nog stuntelige zang van de vink verbetert dagelijks en hier en daar wordt het aflopende toonladdertje al afgemaakt met de stevige vinkenslag, waardoor het liedje met een paar opgaande toontjes plotseling heel vrolijk eindigt. Voor de vogels is het voorjaar al volop begonnen.

Zij wachten niet tot 21 maart. De hormonenstroom komt onder invloed van het lengen der dagen al veel eerder op gang. Zowel in- als uitwendig vindt een metamorfose plaats. De mannetjes krijgen een veel opvallender verenpak waar soms de mooiste kleuren doorheen breken. In het vogellijf vindt bij sommige vogels ook een hele verbouwing plaats. Zo verandert de grote sterke spiermaag van de koolmees, die geschikt was om harde zaden te vermalen, in een klein slap maagje waar insekten en rupsjes doeltreffend in kunnen worden verteerd. De zaadballen, geheel en al verschrompeld omdat ze anders in het winterhalfjaar toch maar voor onnodige "ballast' zouden zorgen, exploderen tot een omvang die honderd maal zo groot is als in wintertijd.

Maar het best waarneembaar voor ons is de uitbundige zang. Als eerste beginnen de merels, nog voor het licht is, hun ochtendkoor. Op de Veluwe, in het park of midden in Utrecht of Amsterdam, overal zijn ze te horen. Daarna volgen roodborst, koolmees en nog enkele tientallen andere vogelsoorten die op het ochtendappèl verschijnen. Want dat is de belangrijkste functie, laten horen dat je er bent en dat je nog steeds de rechtmatige eigenaar van je territorium bent. Als wij hetzelfde zouden doen, dan moesten alle mannen elke ochtend op de nok van hun huis, luid zingend en vaandelzwaaiend laten blijken dat ze het nachtelijke duister hadden overleefd, waarbij ze dan, en passant, al zingend ook nog eens de buurvrouw moesten proberen te verleiden, elke dag opnieuw. In onze maatschappij leidt dergelijk gedrag tot chaos. Niet doen dus, maar wel vroeg op om te luisteren naar de vinkenslag die, als vinken echt op dreef zijn, per dag wel zo'n drie- tot vierduizend keer ten gehore wordt gebracht. Tel het maar eens na.