Achterhoek is meer dan Normaal

DOETINCHEM, 4 MAART. De meeste Nederlanders zien bij de naam "Achterhoek' alleen maar de boerenrockgroep Normaal en haar leadzanger Bennie Jolink voor zich. Maurice de Honds onderzoeksbureau Interview heeft dat geconstateerd. Na enig doorvragen wil de gemiddelde Nederlander hooguit nog wel eens de naam "Grolsch' te binnen schieten. Maar daarmee houdt de bekendheid met wat er zich in dit landsdeel afspeelt definitief op. En dus, zo vindt de Stichting Achterhoek Promotie, wordt het tijd dat de Nederlander zijn associatievermogen op dat terrein eens wat verbreedt.

De stichting, die opdracht had gegeven voor het bekendheidsonderzoek, is gisteren een campagne begonnen die de Achterhoek meer bekendheid in Nederland moet geven. “Niets ten nadele van Jolink en zijn kornuiten”, zegt stichtingsvoorzitter H.A. Stegweg, “maar de Achterhoek is meer dan boerenrock en bier. En dat gaan we dus nu eens duidelijk maken aan het grote publiek en aan de centrale overheid in Den Haag. Want we vinden vooral dat die laatste wel eens wat meer respect voor ons mag hebben.” De komende twee jaar steekt de stichting 750.000 gulden in de campagne, geld dat voornamelijk is opgebracht door het Achterhoeks bedrijfsleven. Onder meer gaat de stichting advertenties plaatsen onder de slogan "de Achterhoek komt sterk naar voren' in bladen als Elsevier en HP/De Tijd. Vervolgens zullen de onderzoekers van Maurice de Hond opnieuw het land intrekken om te kijken of Normaal nog steeds het enige referentiepunt van de Achterhoek is voor de gemiddelde Nederlander.

“We hebben beslist geen behoefte aan een zielig verhaal”, zegt Stelweg, in het dagelijks leven directeur van het aan de parallelmarkt genoteerde Nedcom (magazijnstellingen). “We zijn geen Oost-Groningen of Friesland, die ondernemers smeken om bij hen te investeren. Wat we juist willen benadrukken is dat de Achterhoek een sterke sociaal-economische regio is en dat we het goed doen. We hebben zeer gevarieerde industrie.” Omdat “de heren in Den Haag” dat nog niet weten geven ze het gebied volgens Stegweg niet het respect dat het verdient. Wat zich bijvoorbeeld uit in het feit dat Rijksweg 15 (Varsseveld-Enschede) nog steeds niet doorgetrokken is en dat er nooit eens een “leuke overheidsdienst” of “een leuk schapje” naar het gebied wordt verplaatst. Terwijl men die van harte zou verwelkomen. “Ze zien ons niet staan”, zegt Stelweg, “en als het zo is dat de grootste schreeuwers de meeste aandacht krijgen, dan laten wij toch gewoon ook eens iets van ons horen.”