Van bullebak tot pleitbezorger van onbedorven jeugd

Scent of a Woman. Regie: Martin Brest. Met: Al Pacino, Chris O'Donnell. In 27 theaters.

Scent of a Woman, "Geur van een vrouw'. Soft porno is nog de meest bescheiden associatie die zich opdringt bij die filmtitel. Maar in Scent of a Woman zit niet één expliciet erotische scène. Sterker, de rol van de vrouw is marginaal, teruggebracht tot iets dat lief en naamloos is, en gelegenheid biedt tot seks en vluchtige nestwarmte. De film draait niet om een vrouw noch om haar bouquet, maar om de ontwikkeling van een mannenvriendschap. Vanwaar dan die misleidende titel? Het antwoord ligt besloten in de kleine letters even voor de laatste slotcredits van de film: "Suggested by a character from Profumo di Donna' staat er te lezen, terwijl het gros van het publiek al overeind is gekomen om de jas aan te trekken. Scent of a Woman heet dus alleen maar zo, omdat hij de Amerikaanse versie is van de Italiaanse film die Dino Risi onder die titel in 1974 maakte.

Bij Risi sloeg de titel ergens op. Bij scenarist Bo Goldman niet meer, want die reduceerde het oorspronkelijk veelgelaagde verhaal tot de eendimensionale geschiedenis van twee mannen, een ervaren rot en een groentje, door toeval tot elkaars gezelschap veroordeeld. De oude rot is blind en beweert vrouwen op hun geur te kunnen klassicificeren: als brunette, als gevulde schoonheid, als wat dan ook. Hij bewijst dat hij niet bluft, echter zonder dat het van groot belang is voor het verhaalverloop.

Bo Goldman is voorgedragen voor een Oscar voor het Beste Scenario. Alleen al omdat hij geen andere titel wist te verzinnen voor zijn film zou hij hem niet mogen krijgen, nog afgezien van het feit dat de Italiaanse herkomst van zijn verhaal zo rigoureus wordt weggemoffeld dat je aan kwade trouw zou gaan denken.

Scent of a Woman werd nòg drie maal voorgedragen voor een Academy Award. Ook de nominatie voor een Oscar voor de Beste Regie maakt een overbodige indruk: Martin Brest kan gewiekst vorm geven aan andermans formules, dat bewees hij onder meer met Beverly Hills Cop. Maar persoonlijkheid hebben zijn films niet. Dat Scent of a Woman tevens kandidaat staat voor de Oscar voor de Beste Film dankt de film aan zijn regisseur noch aan zijn scenarist, maar aan Al Pacino, de acteur die goed was voor de vierde Oscarnominatie voor deze film, die voor Beste Mannelijke Hoofdrol. Hij verdiende hem, al was het alleen al omdat hij noeste kracht kweekte uit een verder in alle opzichten middelmatig melodrama.

Al Pacino wist onnavolgbaar gestalte te geven aan de luitenant-kolonel buiten dienst wiens leven is getekend door twee drama's: hij werd gepasseerd voor promotie tot generaal en hij werd blind toen hij, gefrustreerd en onder invloed van sterke drank, een ongeluk veroorzaakte met een handgranaat.

In opzet herinnert Scent of a Woman aan Rain Man. Dat was ook een film waar een acteur, Dustin Hoffman, de kans kreeg zijn veelzijdigheid te bewijzen door afstand te doen van zijn charme en zich uit te leveren aan een personage met een zware handicap. Ook Rain Man bleek uiteindelijk te gaan over twee radicaal verschillende types die elkaar na heftig wederzijds tegenstribbelen onverhoeds levenswijzer maken. Maar terwijl Hoffman een sterk acterende Tom Cruise tegenover zich vond, moest Pacino het doen met Chris O'Donnell, die een bête melkmuil neerzet zoals ze nergens meer bestaan, als ze al ooit ergens te vinden zijn geweest.

Dankzij Pacino geloven we desondanks in de manier waarop de verbitterde, aan beroepsdeformatie lijdende, luitenant-kolonel b.d. zich ontwikkelt van een vuilbekkende bullebak tot een gepassioneerd pleitbezorger voor de even onbezonnen als ongecorrumpeerde jeugd zoals hij die, aanvankelijk tot zijn ongeloof, herkent in zijn metgezel. Alleen Pacino zorgt ervoor dat we genieten van zijn, in feite clichématig geschreven en braafjes geregisseerde, triomfscène, waarin hij dreunend een machtige ijdeltuit wijst op diens kruiperigheid en laffe compromissen. Bovendien is het Al Pacino die deze man blind laat zijn zonder hem larmoyant te maken. Daar kan zelfs de op gezette momenten onmogelijk sentimenteel aanzwellende muziek weinig aan afdoen. Hij treft knap de motoriek van een blinde en weet een werkelijk lege blik te handhaven in de ogen die in zijn andere rollen juist voor vuurwerk zorgden - iedereen die hem in de weer zag in Glengarry Glen Ross weet hoe veel expressie er verborgen ligt in zijn oogopslag. In plaats van te gloriëren in die prestatie, zoals script en regie van hem wilden, zorgde Pacino ervoor dat de invaliditeit van zijn personage fungeert als franje. Het gaat er niet om dat hij blind is, brandpunt van de film is de bars overschreeuwde wanhoop, die een verwoestend cynisme wakker riep.