Rotterdammers kunnen na nederlaag alleen nog op een klein wonder hopen; Feyenoord in ademnood tegen Spartak

ROTTERDAM, 3 MAART. Bij Feyenoord heeft men zich gestoord aan de juichverhalen over Europa-Cuptegenstander Spartak Moskou. “Ophef maken”, noemde trainer Willem van Hanegem het. En hij vond dat zijn eigen ploeg daarentegen ten onrechte als “een stelletje kwakzalvers” werd afgeschilderd. Gisteravond in De Kuip bleek het verschil tussen beide ploegen niet zó groot te zijn, maar het was voor iedereen wel simpel te constateren dat Spartak, winnaar met slechts 1-0, te sterk is voor Feyenoord.

Het zal interessant zijn om Spartak tegen de absolute top in Europa te zien spelen. Volgend seizoen komt de club, eind vorig jaar gekroond tot eerste kampioen van Rusland, in het belangrijkste EC-toernooi uit. De vraag is echter of het team in zijn huidige vorm er dan nog staat. Er is namelijk interesse voor bepaalde Spartak-spelers en die zal in de komende tijd alleen nog maar toenemen. Volgens Van Hanegem zou Ajax en misschien zelfs Barcelona het ook moeilijk hebben tegen deze Russische ploeg. “Alleen AC Milan zal wel te sterk zijn voor Spartak, denk ik. Dat laat niet toe dat de Russen op deze manier spelen.”

Spartak wacht voornamelijk gedisciplineerd op fouten bij de tegenstander en beheerst dan de uitval perfect. In de eerste helft konden de Russen hun hart ophalen in De Kuip. Feyenoord gaf op het middenveld volop de ruimte en leverde door onzuiver passen - vooral van Van Gobbel en Refos - voortdurend de ballen bij de tegenstander in. Van Hanegem vond dat zijn ploeg in die fase te nerveus en te voorzichtig had gespeeld. “Er was te veel respect voor Spartak.” Eenmaal in balbezit sneden de gasten keer op keer met secure combinaties door de Rotterdamse defensie. Daarbij kon ze slechts één groot verwijt worden gemaakt: ze maakten maar één doelpunt, een dubieuze treffer zelfs. Peter Bosz, beste speler bij Feyenoord, had het na afloop over “ademnood”. “Spartak is één van de beste ploegen waar ik ooit tegen heb gespeeld”, oordeelde hij vol bewondering.

Maar niet elke wedstrijd wordt gewonnen door de ploeg met de meeste kwaliteit. Ook factoren als intimidatie, improvisatie en geluk kunnen de doorslag geven. Daar moest Feyenoord gisteravond op hopen. Trainer Van Hanegem had in het half uurtje dat hij het thuis op de bank voor de televisie met videobeelden van Spartak Moskou had uitgehouden geconstateerd dat de Russische spelers snel geïrriteerd raken. Feyenoord had zelf in de EC-duels tegen Luzern aangegeven dat in het internationale topvoetbal alle middelen moeten worden gebruikt om tot resultaat te komen en dus werd er in de ijskoude Kuip een thuisclub verwacht die met het nodige glij-, duw- en trekwerk Spartak uit de tent zou proberen te lokken.

Dat bleek uiteindelijk erg mee te vallen. Bosz nam weliswaar het voortouw door al na vier minuten Igor Ledjakov te torpederen en John de Wolf volgde kort daarna met een uithaal naar de benen van Vladimir Besjtsjastnich. Daar bleef het echter zo'n beetje bij. Pas in de slotfase deelde De Wolf zijn traditionele elleboogstootje uit. Van Hanegem zei dat hij bij de bespreking voor de wedstrijd zijn ploeg niet de opdracht had gegeven de tegenstander flink aan te pakken. Wel hadden hij en collega Geert Meijer de spelers er 's ochtends tijdens het bekijken van de beelden van Liverpool-Spartak op gewezen dat de Russen snel op de tenen getrapt zijn.

Van Hanegem: “Maar je moet ze niet vertellen wat ze moeten doen. Dan kunnen er gekke dingen gebeuren en geeft Kiprich die Onopko misschien een klap voor zijn kop. En wat dan?” Middenvelder Bosz: “Het was ook moeilijk om iets te doen. Die Russen waren zó snel. In die wedstrijd tegen Liverpool was trouwens te zien dat ze op het fysieke vlak niet voor die Engelsen onderdeden. Ze sloegen en schopten echt naar alles.” Volgens Van Hanegem, zelf vroeger op dat gebied geen lieverdje, is zeker niet elke speler geschikt om dergelijke capriolen uit te halen. “Dat zit in je of niet.” Wat dat betreft miste Feyenoord Henk Fräser die geschorst was wegens het spraakmakende incident in Luzern. “Misschien hadden we fysiek iets meer moeten doen, ja”, besefte De Wolf. Eén Rus, Andrej Tsjernisov, werd nog wel uit het veld gestuurd (twee maal geel), maar dat was vlak voor tijd. Twee anderen kregen een gele kaart, evenals Blinker.

Bleef voor Feyenoord dus uiteindelijk improvisatie en geluk over als de mogelijke wegen naar succes. Halverwege de tweede helft stuurden Van Hanegem en Meijer de Nigeriaan Mike Obiku - ingevallen voor laatste man Metgod - als vierde aanvaller het veld in. De Spartak-spelers wisten even geen raad met deze omzetting en kwamen bij hun trainer Oleg Romantsev in de dug-out vragen hoe het verder moest. Feyenoord kreeg in de nieuwe samenstelling twee goede mogelijkheden - Witschge en Bosz - , maar door de ontstane ruimte in de Rotterdamse verdediging had Spartak in dezelfde fase twee misschien wel nog mooiere.

Tegen het sterkere Spartak moest Feyenoord de hele wedstrijd het geluk hebben dat de bal voor het doel van de tegenpartij een keer goed zou vallen. Elke ploeg krijgt altijd een paar aardige kansen in een wedstrijd. Het voor elke meter strijdende Feyenoord had er uiteindelijk vier, zonder succes. “Het klinkt misschien raar, maar ik vind dat we tegen deze Europese topploeg toch een goede prestatie hebben geleverd”, aldus Bosz.

Natuurlijk zal Feyenoord pas na de return over veertien dagen het hoofd definitief buigen voor Spartak. Tot die tijd blijft men in Rotterdam-Zuid op een klein wonder hopen. Het heerlijke voetbalcliché "de bal is rond' namen de Feyenoorders niet in de mond, maar ze doelden er wel op. Met name op een slecht veld kan een bal raar rollen en het duel in Moskou zal of op een ijsvlakte of in een modderpoel worden gespeeld. Ook leert de historie dat Spartak op eigen terrein minder vlotte resultaten behaalt dan buitenshuis. Zelfs het Luxemburgse Avenir Beggen kwam in de eerste ronde van het lopende Europa-Cup 2-toernooi met een 0-0 uit Moskou terug. Twee weken later stelde Spartak via een 5-0 zege orde op zaken.

“En wij zijn dit seizoen uit nog ongeslagen”, wist Bosz. “Misschien”, sprak Van Hanegem met een cynische lach om de lippen, “peren we er daar wel snel eentje in en dan ga wij eens in de wachtkamer zitten.”

Het enige en winnende doelpunt in de zevenendertigste minuut van Spartak Moskou werd volgens Feyenoord na een geval van buitenspel gemaakt.

“Vier man zelfs”, oordeelde trainer Van Hanegem. Of dat bij de door ploeggenoot Ledjakov aangespeelde Karpin het geval was is twijfelachtig, maar aan de andere kant van het veld stonden in ieder geval wel twee Russen off-side. Van Hanegem: “Zij deden niet mee aan het spel, wordt er dan gezegd. Maar dat vind ik onzin. Op zo'n manier kan een achterhoede nooit op buitenspel spelen. Je ziet twee spelers rustig terugwandelen en daar richtten de verdedigers zich dan op.”

Ondanks de felle protesten van Feyenoord was de Duitse scheidsrechter Assenmacher niet te vermurwen.

Aan de omstreden treffer van Pjatnitski ging trouwens een fout van Feyenoord vooraf. Doelman Ed de Goey knalde de bal lukraak door het midden van het veld weg en middenvelder Peter Bosz kopte de bal in de voeten van Ledjakov.