Over de schijnvrijheid van volwassenen

Criss Cross. Regie: Chris Menges. Met: Goldie Hawn, David Arnott, Arliss Howard, Keith Carradine, Steve Buscemi. Uitgebracht op huurvideo door Warner Home Video.

Vier jaar na zijn alom geprezen regiedebuut maakte ex-cameraman Chris Menges in 1991 een tweede film, die opvallende thematische gelijkenis vertoont met A World Apart. Schilderde Menges eerst een politiek gegeven, de wederwaardigheden van de blanke ANC-activisten Joe en Ruth Slovo, vanuit het onverwachte gezichtspunt van hun geestelijk verwaarloosde dertienjarige dochter, in de Amerikaanse film Criss Cross speelt opnieuw een jonge puber de hoofdrol. Het is de zomer van 1969 en iedereen heeft voornamelijk aandacht voor de eerste menselijke maanlanding. Terwijl Neil Armstrong zijn "kleine stap voor een mens' zet, maakt ook de 12-jarige Christopher Cross (David Arnott) op aarde zonder dat hij er erg in heeft "een enorme sprong voor de mensheid'. Nadat zijn vader, een gedesillusioneerde Vietnam-veteraan (Keith Carradine), het klooster is ingegaan en zijn moeder (Goldie Hawn) in de morsige badplaats Key West, Florida (niet ver van Cape Kennedy) de touwtjes aan elkaar tracht te knopen door onder meer stiekem te strippen voor dronken marinemannen, verzint Chris een eigen strategie om zijn moeder weer op het rechte pad te krijgen. Na toevallig te hebben kennis genomen van de cocaïnesmokkel door lokale vissers, besluit hij zelf wat van de kar gevallen wit poeder uit te venten om zo zijn moeders huishoudpotje te helpen vullen. Het is een stap te ver; vanuit een politiecel hoort hij de reportage van de "splashdown' van de beide maanreizigers.

Menges en zijn scenarioauteur Scott Sommers weten dit vrij magere, op de rand van de sentimentaliteit balancerende verhaaltje heel fraai aan te kleden met innemende details. Menges' oog voor beeldcomposities leidt tot net niet kitscherige panorama's van zonsondergangen en bezwangerde wolkenluchten, maar ook een zeer creatieve belichting van interieurs. Er wordt vooral een overtuigend beeld gegeven van de sfeer van het eind van de jaren zestig, de Vietnam-kater, de schijnvrijheid van volwassenen in het post-hippietijdperk, die niet zelden ten koste ging van de opvoeding van hun kinderen. Menges moraliseert niet, maar laat gewoon zien wat er gebeuren kan als jongeren opgroeien in een narcistisch-hedonistisch milieu.

Criss Cross was geen succes in Amerika, waar de film bijgeschreven werd op de lange lijst van flops van de MGM-studio uit de nadagen van het Parretti-bewind. Als Menges zijn film gemaakt had als een onafhankelijke produktie, zou er misschien meer aandacht geweest zijn voor de kwaliteiten van deze bescheiden, sympathieke onderneming, slechts ontsierd door te sentimentele achtergrondmuziek met de gevoelerige gitaarklanken van John Williams (The Deer Hunter). Criss Cross zou het bij voorbeeld heel goed doen als jeugdfilm, omdat Menges een uitstekende antenne heeft voor de belevingswereld van jongeren.