Oeso heeft kritiek op Deense uitkeringen

PARIJS, 3 MAART. Het financiële beleid van Denemarken is goed - het land heeft de afgelopen twee jaar aardig orde op zaken weten te stellen - maar de economische prestaties laten te wensen over. De werkloosheid is te groot - momenteel 11 procent - en kan worden verkleind door structureel iets aan de werking van arbeidsmarkt te verbeteren. De uitkeringen zijn te hoog en werklozen kunnen te gemakkelijk werk weigeren.

Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in haar gisteren gepubliceerde rapport over het land.

De Oeso-economen zijn enthousiast over het “comfortabele overschot” op de lopende rekening van de betalingsbalans en over de geringe inflatie. Het begrotingstekort ligt met een percentage van 2,4 nog onder de norm van drie procent die voor de op te richten Europese Monetaire Unie geldt. De lage inflatie is een prestatie die voor een belangrijk deel voor rekening komt van het strakke monetaire beleid van de regering in Kopenhagen, dat is gericht op een "harde' kroon. In 1992 bedroeg de inflatie slechts 2,1 procent. In de twaalf maanden tot en met januari stegen de prijzen in het land met 1,5 procent, het laagste percentage binnen de Europese Gemeenschap. Voor 1993 en 1994 verwachten de deskundigen een inflatiepercentage van 1,8.

De zwakke plek van Denemarken is de grote werkloosheid en de geringe economische groei, maar paniekerig is de Oeso daar niet over. De economische groei bedroeg in 1992 slechts 1,2 procent, maar mogelijk groeit het bruto binnenlands produkt in 1993 met 2,1 procent en in 1994 zelfs met 2,4 procent.

De arbeidsmarkt in Denemarken heeft volgens de Oeso-deskundigen te kampen met diepgewortelde structurele problemen. Die vormen de belangrijkste oorzaak van de grote werkloosheid in het land. In 1992 was 11 procent van de beroepsbevolking werkloos tegen 8,8 procent in 1990 en 10,4 procent in 1991. De werkloosheid loopt in 1993 echter niet verder op en gaat in 1994 volgens de Oeso-prognoses licht terug tot 10,6 procent.

Dubieus vindt de Oeso onder meer de hoogte van de uitkeringen en de duur van de uitkeringsperiode en de mogelijkheden die werklozen in Denemarken hebben om werk te weigeren.

De economische groei wordt momenteel vooral gedragen door de binnenlandse consumptieve bestedingen en door de export. In 1993 en 1994 zal de consumptie met respectievelijk 2,1 en 2,7 procent toenemen. De investeringen, in 1992 nog met 5,9 procent teruggevallen, trekken dit en komend jaar aan met respectievelijk 2,5 en 5,2 procent.

De Oeso-ramingen zijn met enig voorbehoud omgeven, gezien de onzekerheden rond de Deense positie in de EG, in verband met het nieuwe referendum over het verdrag van Maastricht op 18 mei.