Nederlandse blauwhelmen in Angola zijn gefrustreerd

LUANDA, 3 MAART. Even buiten de rommelige buitenwijken van de Angolese hoofdstad Luanda, dicht bij de Atlantische Oceaan, bevindt zich het kamp van de overgebleven waarnemers van de Verenigde Naties. Onder hen nog dertien Nederlanders.

Opperwachtmeester Kool van Loenen, normaal bij de Koninklijke Marchechaussee in Hoogerheide gedetacheerd, versjouwt geassisteerd door wachtmeester Rob Verstraate uit Vlissingen juist zwetend in de tropenzon een bankstel naar zijn nieuwe onderkomen in een andere barak. Er is volop plaats in het uitgestrekte kamp, nu de gelederen de laatste weken aanzienlijk zijn uitgedund. Doordat de burgeroorlog begin januari weer fel oplaaide, konden de waarnemers van UNAVEM (de verificatiemissie van de VN in Angola) hun werk niet meer naar behoren doen en werd een groot deel naar hun land teruggezonden.

De rust van het kamp vormt een schril contrast met de opwindende periode die de Nederlanders achter zich hebben. Verstraate (30) moest als waarnemer in het plaatsje Dundo in de noordelijke, diamantrijke provincie Lunda Norte helpen de samenwerking tussen de politie van de regering en de oppositiebeweging UNITA zo soepel mogelijk te laten lopen. Geen gemakkelijke opgave, zo bleek al snel. Het onderlinge wantrouwen was zo diep dat begin januari de vlam in de pan sloeg. Het kwam tot felle schietpartijen tussen agenten van het politiebureau van de regering en het dicht bij gelegen lokale hoofdkwartier van UNITA. Uitgerekend daartussen had ook Verstraate zijn kwartier opgeslagen. “Verscholen in een schuttersputje heb ik daar samen met een Nigeriaanse collega een dag en een nacht gewacht tot het weer rustig werd”, zegt Verstraate.

UNITA bleek toen uit Dundo te zijn verdreven maar daarmee begon de ellende pas voor Verstraate en zijn collega. Soldaten, opgezweept door propaganda op de radio, eisten in strijd met de onschendbaarheid van de VN-instanties toegang tot het bescheiden kampement van de beide waarnemers, omdat zij vermoedden dat zij daar nog UNITA-sympathisanten verborgen hielden. Daarbij stelden zij zich steeds agressiever op en dreigden ten slotte de poort van het VN-terrein gewoon kapot te rijden. Verstraate, die zelf als waarnemer niet was gewapend, werd met een machinegeweer onder schot gehouden en men dreigde hem te zullen doden. Daarop koos de wachtmeester eieren voor zijn geld en liet de soldaten verder hun gang gaan.

Niet lang daarna volgde de instructie dat de post Dundo moest worden ontruimd. Na veel gebakkelei met de regeringsmilitairen konden Verstraate en de Nigeriaan per helikopter een goed heenkomen zoeken op het regionale hoofdkwartier in Saurimo, waar op dat moment ook Van Loenen verbleef. Het verblijf in Saurimo was eveneens van korte duur. Ook daar nam de spanning tussen regering en UNITA snel toe en zagen de UNAVEM-waarnemers zich genoopt tot een overhaast vertrek.

Ook de veertien Nederlandse militairen beleefden zulke zorgelijke uren. Verscheidene van hen moesten de plaats waar zij werkten hals over kop verlaten om het vege lijf te redden.

Van de 26 Nederlandse waarnemers die begin december naar Angola vertrokken (dertien politiemensen en dertien militairen, een militair was er al) zijn er intussen nog zeven militairen en zes mensen van de marechaussee over. Zij staan onder bevel van kolonel Noordsij.

Veel werk is er in Luanda en directe omgeving niet voor de waarnemers te doen. Indien mogelijk vliegen zij naar andere plaatsen om zich daar nuttig te maken. Zo is een groep Nederlanders naar de noordelijke enclave Cabinda vertrokken om daar een onderzoek in te stellen naar een plotselinge verdwijning van een Jordaanse waarnemer van de VN. Van Loenen en Verstraate patrouilleren wat in Luanda met landrovers, maar zij geven toe dat het geen erg belangrijk werk betreft.

Zij zijn teleurgesteld dat het eigenlijke doel van hun missie - het assisteren bij de overgang in Angola naar vrede en democratie - is mislukt. “Het werk dat we hier hebben gedaan is grotendeels voor niets geweest”, zegt Verstraate, die ook een paar jaar geleden al enige tijd als waarnemer doorbracht in Angola. “Dat is wel frustrerend.”