Locomotief noch anker

DE BIJEENKOMST van de Groep van Zeven, de ministers van financiën en centrale bankpresidenten van de zeven rijkste industrielanden, afgelopen weekeinde in Londen, heeft het nog eens bevestigd: er is geen fundament voor een onderling afgestemde economische politiek. De landen zijn te gefascineerd door hun eigen problemen om veel aandacht op te brengen voor het wel en wee in de geïndustrialiseerde wereld als geheel. Een oproep van president Clinton aan Japan en Duitsland om gedrieën de economische locomotief te zijn, kreeg bij de G-7 niet meer dan vrijblijvend onthaal.

De impasse in de Groep van Zeven weerspiegelt zich in de stilstand in Europa. Jarenlang overheerste in de EG een op integratie en gezondmaking van de openbare financiën gerichte politiek. Inmiddels is de nadruk verschoven naar uitbreiding met nieuwe lidstaten en wordt de sanering van de overheidsfinanciën aangetast door de recessie. Als de malaise in Duitsland doorzet, kan dit land geen locomotief voor de wereldeconomie zijn en kan het zelfs zijn monetaire ankerfunctie in de Europese Gemeenschap verliezen. Monetaire discipline in één land is op den duur niet voldoende voor monetaire stabiliteit in de EG en als Frankrijk wegvalt blijft slechts een kleine D-mark-getrouwe periferie over.

DE ECONOMISCHE zwakte van de grote Europese landen wordt vergroot door hun politieke onmacht. In Duitsland worstelt de regering met de oppositie om haar zogenoemde Solidarpakt (met de oostelijke deelstaten) aanvaard te krijgen. De Bondsraad, de vertegenwoordiging van de deelstaten waar de socialisten de dienst uitmaken, heeft zo zijn eigen ideeën. De kloof tussen federatie en deelstaten over de beschikbare ruimte voor belastingverhoging en verruiming van het aandeel van de deelstaten in de opbrengst daarvan, is nog lang niet gedicht. Zo dreigt de al langer bestaande verlamming in de buitenlandse en Europese politiek van Bonn zich te verplaatsen naar de binnenlandse politiek. Met als uiteindelijke oplossing voor de dilemma's mogelijk een grote coalitie onder nieuwe leiding.

In Frankrijk staat de wijzer in tegenovergestelde richting: bij de aanstaande parlementsverkiezingen wordt op een zware nederlaag voor de regerende socialisten gerekend. Dat zal leiden tot een nieuwe periode van cohabitatie: een rechtse regering en president Mitterrand. Socialistische leiders zoals de voormalige premier Rocard distantiëren zich van de president in een poging de verantwoordelijkheid voor het aanstaande debâcle op diens schouders te laden. Na twee jaar gedeeld bewind zouden er weer kansen moeten zijn voor een linkse herleving onder pragmatische leiding. Clinton maakt ook in Frankrijk school. Maar voorlopig dienen zich in Parijs uitsluitend politici aan met een minder stralend politiek verleden. Daarin doen links en rechts niet voor elkaar onder.

In de jaren tachtig was Groot-Brittannië de bakermat van het thatcherisme, de leer van privatisering, decentralisering en vermindering van de collectieve krachten in de samenleving, een leer die tot in de Verenigde Staten aanhangers won. In 1980, het jaar waarin Reagan de eerste keer tot president werd gekozen, had de Britse premier haar naam al in Amerika gevestigd en een persoonlijke "special relationship' met de nieuwe leiders van de VS gevestigd. Onder de kleurloze Major is het oude elan verdwenen in een baaierd van economische tegenslagen en politieke zelfvernietiging. De premier heeft zijn partij niet meer in de hand en staat ontwapend tegenover de rebellie die zich tegen zijn Europese politiek voltrekt. Of Labour zich onder vernieuwde leiding eindelijk tot een alternatief kan ontwikkelen, blijft onzeker. Voorlopig wekt het politieke gehannes der socialisten met het Verdrag van Maastricht niet de indruk dat de partij van een sterk verantwoordelijkheidsgevoel vervuld is.

ONTEGENZEGGELIJK komen de nieuwe sociale en economische impulsen vandaag weer uit Amerika. Clinton schrijft de agenda, of het nu gaat om wat hij van Europa accepteert of om wat hij aan denkbeelden te bieden heeft. De overheid komt daar opnieuw in de belangstelling als sturend mechanisme en de markt wordt als minder betrouwbaar beschouwd dan geruime tijd werd aangenomen. Alleen, Europa is nog bezig zich van de vorige maakbaarheidscultus en dus van zichzelf te bevrijden. De koers van Clinton maakt hier de verwarring alleen maar groter.