Het Gezonde Leven (2)

In zijn eenakter Over de schadelijkheid van tabak laat Tsjechov de echtgenoot van een kostschool- en conservatoriumdirectrice een toespraak houden onder de titel "Over de schadelijkheid van tabak'. Nyukhin, want zo heet de ongelukkige man, komt niet verder dan een gedetailleerde beschrijving van zijn gezinsleven, dat hem behalve zeven dochters weinig vreugde heeft bezorgd. Hij beëindigt zijn voordracht met de opmerking dat tabak een dodelijk gif bevat en de goede raad zich onder geen omstandigheid over te geven aan het roken van tabak.

Zo diepgaand zou de industrie de handel in dit genotmiddel, dat jaarlijks 20.000 levens eist, besproken willen zien in het Nederlandse parlement. Een waarschuwing op het pakje was niet tegen te houden en in 1990 kon er nog net een vrijwillige code af die de reclame voor tabaksprodukten enigszins beperkt. Maar verder moet het niet gaan.

De minister van economische zaken steunt in grote trekken de vrije handel en reclame. Dus ook als het om tabak gaat. De minister van financiën incasseert jaarlijks stilzwijgend 2,7 miljard aan accijns en BTW, onder dankzegging. De minister van WVC is begaan met onze gezondheid. En de Tweede Kamer vraagt ieder jaar om een standpunt van de regering.

Van alle bedreigingen van onze gezondheid is er niet één die tot zulk schizofreen overheidsbeleid leidt als het roken van tabak. Gokken leidt ook tot verslaving, maar kost minder mensenlevens. Het beleid bestaat hier uit rustig toelaten, meeverdienen en de mafia de wind uit de zeilen nemen. Soft drugs: coffeeshops fungeren als semi-erkende casino's. Op hard drugs wordt gejaagd, waarbij de staat in een minder schijnheilige positie zit omdat hij, voorzover bekend, geen dealer is en ook weinig accijns op heroïne en cocaïne int. Maar bij de grote doodsoorzaken doen ook drugs niet mee. Dat zijn kanker en hartkwalen.

Bij het besluit over te gaan tot een groot onderzoek naar borstkanker bij vrouwen van vijftig tot zeventig had de staatssecretaris vorige week geen last van tegenstrijdige belangen. Zo'n massa-programma belooft misschien meer dan het kan waarmaken en het maakt duizenden mensen ten onrechte blij of bang, maar hij had niets te vrezen van een vijandige pressiegroep. Er is geen borstkanker-lobby, maar wel een longkanker-lobby.

(Ingezonden brief: Anders dan uw redacteur beweert, is de tabaksindustrie er geenszins op uit het publiek welke ernstige ziekte dan ook te bezorgen of deze acceptabel te doen lijken; zij speelt slechts in op een door de eeuwen heen bekende vraag naar tabaksprodukten, waarvan wetenschappelijk onvoldoende is komen vast te staan dat het gebruik, mits met mate, per se leidt tot bepaalde ziektes. De ondertoon van zijn bewering riekt bovendien sterk naar beknotting van de vrijheid van meningsuiting. Een sterke beperking of een algeheel verbod op reclame voor tabaksprodukten leidt slechts tot bevriezing van marktaandelen en op Europese schaal gezien tot bevoordeling van de tabaksindustrie in landen met een tabaksmonopolie van de staat. Om maar te zwijgen van de ernstige gevolgen voor de advertentieomzet van uw blad en van andere bladen bij doorvoering van een algeheel verbod op tabaksreclame.)

Zo, dat spaart ruimte volgende week.

Maar je krijgt dus longkanker van roken, en hartkwalen en ademhalingsstoornissen. Het jongste onderzoek van het Amerikaanse Environmental Protection Agency wijst bovendien uit dat jaarlijks, omgerekend naar Nederland, tweehonderd niet-rokers overlijden aan de gevolgen van onvrijwillig meeroken.

Dat vindt het ministerie van welzijn allemaal heel vervelend. In de nota Gezondheid met beleid - nota gezondheidsbeleid 1992 wordt als "actiepunt' aangekondigd dat “het leefstijlbeleid, gericht op de Nederlandse bevolking wordt gecontinueerd”. Het sterftecijfer door longkanker zal de komende jaren moeten dalen, staat er in alle eenvoud. Met beleid regelen we dat, is de suggestie.

Onderzoek door het bureau Research voor Beleid heeft laten zien dat wetgeving plus vrijwillige zelfregulering van de reclame tot nu toe weinig of niets hebben opgeleverd. Het percentage rokers onder de Nederlandse bevolking is sinds de invoering van de Tabakswet en de reclamecode weer iets toegenomen. De bestedingen aan tabaksreclame zijn in het onderzoeksjaar 1990 opgelopen tot 205 miljoen gulden, tegen 110 miljoen in 1989. Juist in jongeren- en vrouwenbladen en in de bioscoop is de reclame-inspanning aanzienlijk opgevoerd. Kennelijk met succes.

Veel meer dan "Rook gezond'-voorlichting subsidiëren, kan het ministerie van WVC in de praktijk niet doen: voor 3,2 miljoen per jaar - een komisch bedrag vergeleken met de miljarden die Financiën opstrijkt. De wet verbiedt roken in de meeste openbare gebouwen, maar niet op particuliere kantoren. Toezicht op de naleving is een onderlinge en lokale zaak. Recht op een rookvrije werkomgeving heeft de niet-roker niet.

Iedere dag overlijden 330 landgenoten, van wie vijftig aan roken. Dat moet kunnen. Als zij daar voor kiezen. Zo'n feest is het niet om op een andere manier dood te gaan, of daar te lang op te moeten wachten in een verzorgingstehuis. Door de vooruitgang van de medische wetenschap worden steeds meer mensen ouder dan zij zelf voor mogelijk of wenselijk hadden gehouden. Met het klimmen der jaren gaan zij aan steeds meer kwalen lijden, sommige tijdelijk reparabel, maar de mankementen blijven komen. Betrokkenen verblijven jarenlang in de wachtkamer van de hemel, vaak een hel.

Rokers onttrekken zich daar vergenoegd paffend aan: zij leven evenveel jaren korter als zij aan roken hebben besteed. Veel genot en hoop op minder leed aan het eind. Moet hun dat recht ontzegd worden? Heeft de overheid de plicht hun een langere oude dag aan te praten? Wat de belastingopbrengst verkleint en de kosten van de gezondheidszorg verhoogt?

De regering, verdeeld als zij is, heeft met weifelende hand het reclamecode-spel met de industrie gespeeld. De laatste maanden met minimale voortgang. De dealers voelen zich kennelijk veilig in het heersende beleidsvacuüm. De Kamer wil nu wel eens hom of kuit: de regering moet vóór 1 mei vertellen hoe de onderhandelingen ervoor staan. De sleutel is opnieuw in handen van het CDA, dat de voorkeur geeft aan zelfregulering door de industrie, maar begint te neigen naar maatregelen van hogerhand als het nu nog lang duurt.

"Roken? We lossen het samen wel op', lispelt een samenzweerderig stemmetje op duizenden reclameborden in het land. Het is een geraffineerde leugen. Want dat is nu juist wat niet gebeurt. Zolang roken respectabel is.