Gemeenten en provincies ongerust over chloortrein

ROTTERDAM, 3 MAART. De besturen van een reeks gemeenten in Noord-Holland en Utrecht, alsook de provincies zelf, blijven ongerust over het plan van de Nederlandse Spoorwegen om het transport van chloor tussen Delfzijl en Rotterdam voortaan via Amsterdam-Zuidoost in plaats van Utrecht te leiden.

Ze delen dit mee in een gezamenlijke verklaring na een gesprek met de NS. Daarin hebben de spoorwegen verklaard dat door veiligheidsmaatregelen de kans op een ongeluk “uitermate klein” is.

Samen met ammoniak behoort chloor tot de riskantste stoffen die per spoor worden vervoerd. De NS willen het nieuwe tracé op 23 mei laten ingaan. Alle betrokken gemeenten, waaronder Amsterdam en de gemeenten in Gooi en Vechtstreek, willen nader overleg met de NS.

De NS en het ministerie van VROM voeren als belangrijkste reden voor de routewijziging aan dat in Utrecht het maximaal toelaatbare risico wordt overschreden. Dit zou worden veroorzaakt door het stilstaan van de chloortrein op het Utrechtse emplacement, omdat de locomotief moet worden omgereden. Van drie alternatieve routes is die door Gooi en Vechtstreek volgens de spoorwegen de enige die het emplacement Utrecht geheel mijdt.

De verontruste gemeenten en de provincies zeggen verwonderd te zijn dat het consequent mijden van Utrecht in de afweging blijkbaar van doorslaggevende beteknis is geweest. “Van een evenwichtige spreiding van het vervoer van gevaarlijke stoffen is geen sprake.”

Wat hen het meest bevreemdt, schrijven ze, is de prognose van de NS dat tot 1998 grofweg een verdubbeling van het huidige transport van riskant materiaal over dit baanvak wordt verwacht. “Dit duidt op een disproportionele toename van dit vervoer langs deze route in vergelijk met andere alternatieven.”