Eenheidskanselier wacht verdeeld land

BONN, 3 MAART. Vandaag, na een korte ingelaste tussenstop bij president Boris Jeltsin in Moskou, is kanselier Helmut Kohl teruggekeerd van een reis van twee weken naar Azië. Hij heeft zich - in eigen land lukt dat niet meer zo - laten vieren als "eenheidskanselier' in India, Singapore, Indonesië, Japan en Zuid-Korea, politieke banden aangehaald, gepleit voor investeringen in Oost-Duitsland en ook overigens, met een delegatie Duitse industriëlen, flink aan economische acquisitie gedaan.

In India bijvoorbeeld werd het contract voor twee Duitse energiecentrales rondgemaakt, in Zuid-Korea besprak hij een mogelijke order van supersnelle treinen à 20 miljard mark. En hij heeft, vooral in Japan, ervoor geworven om de steun aan Rusland, en Jeltsins hervormingsprogramma, niet alleen over te laten aan Duitsland (60 procent). Wat ook kon worden gezien als als een poging om de overbelaste Duitse economie te ontzien.

Echter: terwijl kanselier en CDU-voorzitter Kohl als reizend staatsman in het Verre Oosten was, zijn er thuis vervelende dingen gebeurd. Twee weken van huis kan voor elke democratische chef een risico zijn. Vanavond al moet onder Kohls leiding alvast de knoop worden doorgehakt in de vastgelopen discussie over de klemmende vraag of de automobilist de aan privatisering voorafgaande sanering van de Duitse spoorwegen nu gaan moet betalen via vignetten dan wel via een stevig verhoogde benzine-accijns. De Bondsdagfractie van CDU/CSU is daarover nog verdeeld, Kohls ministers ook, de FDP voelt weinig voor vignetten en de oppositionele SPD ziet ook meer in (alleen) accijnsverhoging.

Die beslissing, vier dagen voor een debâcle dat zondag voor de CDU dreigt in de gemeenteraadsverkiezingen in Hessen, heeft het karakter van een dubbele toetsing. Want niet alleen de inhoud van de beslissing zelf raakt de kiezers zeer, wat blijkt uit de brievenpagina's van de Bildzeitung tot de Süddeutsche, maar ook lijkt de machtspositie van de kanselier kwestieus geworden. Als het aan Kohl ligt wordt een mengvorm gekozen, zeg 180 mark per jaar voor vignetten (voor alle, ook buitenlandse, gebruikers van de Autobahn) als ook 10 Pfennig accijsverhoging op benzine (jaaropbrengst samen 8 miljard).

Maar dat is nu juist de vraag: hoever strekt de macht van Kohl nog? De 62-jarige kanselier heeft de afgelopen jaren weliswaar een bijna napoleontische positie verworven in zijn coalitie, en de verdeelde SPD maakte het hem ook niet zó moeilijk, maar nu is in Duitsland toch zoiets als een grote openlijke politieke opstand uitgebroken. Een opstand namelijk tegen de voorwaarden die Kohl en zijn minister van financiën, Theo Waigel (voorzitter van de Beierse CSU), verbinden aan het "Solidariteitspact' voor de opbouw van de Oostduitse en de stabilisering van de Westduitse economie.

Pag 5: Duitsers verenigd in frustratie en misère

Over dit door Kohl gelanceerde plan, dat volgend jaar mede beslissend wordt voor zijn kans op herverkiezing, wordt al maanden touw getrokken door de coalitie, werkgevers, vakbeweging en de deelstaten. Ieder is het eens met de noodzakelijke geachte matigingen en bezuinigingen, maar ieder zegt tot nu toe ook tegen de buurman: na U, na U.

De opstand betrof in feite de finale onderhandelingsronde in Kohls kanselarij, volgende week donderdag en vrijdag, en was goed voorbereid door zijn vijanden in de CDU (zoals Saksens minister-president Kurt Biedenkopf, "König Biko') en de in vele deelstaten wèl machtige SPD-premiers. Hun oorlogsverklaring - wij (de zestien deelstaten) vertegenwoordigen héél Duitsland - is eind vorige week opgesteld tijdens een tweedaagse Länderkonferenz in Frederik de Grote's Cecilienhof in Postdam. Uitgerekend op de plek waar de Grote Vier in '45 de kortstondige centralistische Duitse eenheidsstructuur afschaften, de Duitse deling afspraken en ook de grondslag legden voor de traditionele federatieve opzet die vandaag in het verenigde Duitsland weer geldt.

De opstandige boodschap van de zestien regionale premiers, ook die van de CDU en de CSU, aan Kohl en Waigel was: er zullen de komende tien jaar jaarlijks zeker nog 150 miljard mark van West naar Oost moeten gaan, wij willen voortaan niet 37 maar 45 procent van de BTW-opbrengst, we willen op korte termijn niet 7 maar 14 miljard extra voor de Oostduitse deelstaten. De rekening moet vooral door Waigel worden voldaan: hij moet extra bezuinigen en, slechte conjunctuur of niet, de belastingen niet pas in 1995 maar al in 1993 en 1994 verhogen. Wat de SPD-premiers betreft betekende dat laatste óók nog: Kohl en Waigel mogen met extra fiscale maatregelen voor de middelbare en hogere Westduitse inkomens nog wel wat kiezers wegjagen vóór de Bondsdagverkiezingen van 1994.

Dat Waigel dit federatieve egoïsme intussen vierkant heeft afgewezen was een illustratie van het probleem tussen Bonn en de deelstaten, dat waarschijnlijk dadelijk alleen op te lossen valt door arbitrage van een daartoe dan geroepen commissie uit de Bondsdag (waar de coalitie domineert) en de Bondsraad (waar de SPD een meerderheid heeft), de zogenoemde Vermittlungsausschuss. Meer nog: nu alle deelstaten, ook de door de CDU/CSU bestuurde, tegenover Kohl en Waigel positie hebben gekozen, staat volgende week ook de politieke macht van dit duo in eigen kring op het spel.

De komende weken worden voor de teruggekeerde kanselier Kohl, voor zijn kansen in 1994 en voor de inhoud van het Solidariteitspact, dan ook zeer spannend. En dat geldt temeer nu Kohl na zijn terugkeer uit Azië in de Duitse media ook een nieuw, omineus, woord mocht aantreffen. Namelijk het woord Verdroffenheit, een samentrekking van Verdrossenheit en Betroffenheit.

Het eerste, een Rijnlands-Beiers-rooms woord, wordt veel gebruikt om de grote politieke frustratie van de Duitsers in deze ongewoon barre economische tijden (mingroei!) weer te geven. Alsook hun nog steeds romantisch-apolitieke afkeer van politici die zich merkbaar als gewone feilbare mensen blijken te gedragen, dus met affaires en affairetjes zoals Beierse CSU-politici in hun zogenoemde Amigo-zaken.

Het woord Betroffenheit is van een oudere, Noordoost-Duitse, lutherse stam. Het kent een gunstige termiek nu de Bondsrepubliek na de Duitse eenwording weer noordelijker, oostelijker en protestantser geworden is. Dat ernstige woord, dat zowel emotionele betrokkenheid als persoonlijke afstand weergeeft, past evengoed bij de verschrikkingen van de Dertigjarige oorlog (1618-1648) als bij de nog grotere verschrikkingen van het Derde Rijk, dat vijftig jaar geleden "in Duitse naam' bestond. Dat woord dwaalt ook, met Hermann Hesse en de Groenen, door de klaaglijk bezongen stervende bossen van Europa's grootste industriestaat. Een donkere mannelijke voice-over gebruikt het 's avonds bij de beelden uit Sarajevo, een bezorgde vrouwenstem 's morgens bij reportages over kolen-en staalmisère in het Roergebied van de Westduitse radio, de WDR, die wegens een ideologische band met de daar regerende SPD een lichte voorkeur heeft voor sentimenten uit het Betroffenheits-scala.

Rondom het neologisme Verdroffenheit is Duitsland nu in elk geval één tussen Rostock en München. Kohl, die met zijn CDU/CSU één jaar voor de verkiezingen voor de Bondsdag maar even boven 30 procent zit in de opiniepeilingen, moet zien dat hij daaraan - aan het feit dat de Duitsers één zijn in ontevredenheid - wat verandert. En snel, want de onvermijdelijke (?) kaalslag in de vroegere DDR gaat door en de ergernis van Westduitsers over het perspectief van nog eens tien jaar zo'n 150 miljard mark per jaar voor die Ossi's groeit.