Echtscheiding

Pensioenrechten zijn, indien de rechthebbende gehuwd is, bestemd om na de pensionering te voorzien in de behoeften van beide echtgenoten. De vraag is wat er met de pensioenrechten gebeurt bij echtscheiding. Behoudt de werknemer dan recht op het volledige door hem opgebouwde pensioen en blijft zijn ex - vaak de vrouw - met lege handen achter of kan zij aanspraak maken op een deel van het pensioen?

Voor het weduwen- en weduwnaarspensioen bestaan speciale wettelijke voorschriften. De Pensioen- en spaarfondsenwet bepaalt dat de echtgenoot van een werknemer bij echtscheiding een premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen krijgt, het zogenaamd bijzonder weduwen- of weduwnaarspensioen. Op dit bijzonder weduwen- of weduwnaarspensioen heeft de ex-echtgenoot ook recht bij een scheiding die plaatsheeft nadat de arbeidsovereenkomst van de werknemer al is geëindigd. Voor ambtenaren regelt de ABP-wet eveneens een bijzonder weduwen- of weduwnaarspensioen. Hiernaast heeft de ex-echtgenoot ook recht op een uitkering krachtens de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) als degene met wie zij of hij gehuwd is geweest komt te overlijden, tenzij de ex-echtgenoot inmiddels was hertrouwd. Op grond van het voorstel voor een nieuwe Algemene Nabestaandenwet - ter vervanging van de AWW - komt dit pensioenrecht voor de ex-echtgenoot echter te vervallen.

Voor het ouderdomspensioen heeft de Hoge Raad in het bekende Boon/Van Loon-arrest uit 1981 beslist dat het pensioen bij echtscheiding moet worden verrekend. De Hoge Raad oordeelde dat aanvullende pensioenrechten in de huwelijksgoederengemeenschap vallen en derhalve bij de boedelscheiding na echtscheiding moeten worden verdeeld. De verdeling gebeurt door verrekening van de waarde van de opgebouwde rechten, met inbegrip van de waarde van het weduwen- of weduwnaarspensioen. Een eventuele aanspraak op arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitspensioen blijft evenwel buiten beschouwing, want een dergelijk pensioen is te zeer verbonden met de persoon van de werknemer.

De in de praktijk meest toegepaste wijze van verrekening van de pensioenrechten houdt in dat de ex-echtgenoot niet een bedrag ineens krijgt uitbetaald, maar dat de werknemer een deel van het ouderdomspensioen doorbetaalt aan zijn ex-echtgenote. Het recht op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen is dan wel afhankelijk van de betaling van het ouderdomspensioen aan de werknemer zelf. Zou deze overlijden voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen, dan komt dit pensioen nooit tot uitbetaling en valt er ook niets aan de ex-echtgenoot door te betalen.

Een ander kenmerk van de pensioenverrekening is dat dit geheel buiten de pensioenuitvoeringsorganen om plaatsheeft. Het recht op verrekening van de pensioenrechten en op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen is namelijk een vordering van de ene echtgenoot op de andere echtgenoot. De pensioenuitvoeringsorganen staan hier in beginsel buiten. Wel kan via bij voorbeeld afkoop een vordering tot uitbetaling op het uitvoeringsorgaan totstandkomen, doch dit is alleen mogelijk indien de pensioenuitvoerder hiermee instemt.

Op 11 maart aanstaande zal de vaste Kamercommissie van Justitie een wetsvoorstel behandelen dat dit laatste verandert. Het gaat om de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, waarin is geregeld dat de ex-echtgenoot bij scheiding direct tegenover het pensioenuitvoeringsorgaan een recht op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen krijgt. De nieuwe wet geeft ook regels voor de berekening van het uit te betalen deel van het ouderdomspensioen. Daaraan zijn de echtgenoten gebonden tenzij bij huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant anders is overeengekomen.

Door de introductie van het rechtstreekse vorderingsrecht op het uitvoeringsorgaan krijgen de pensioenuitvoerders een belangrijke taak bij de afwikkeling van scheidingen. Uiteraard is dan van belang dat de pensioenuitvoerders op de hoogte zijn van de echtscheiding. Het wetsvoorstel regelt daarom dat de scheiding binnen twee jaar met gebruikmaking van een speciaal formulier moet worden gemeld bij het pensioenuitvoeringsorgaan. Deze melding met behulp van het formulier wordt een dwingend vereiste om rechtstreeks bij de pensioenuitvoerder een deel van het ouderdomspensioen te kunnen vorderen. Is de werknemer enkele malen van baan veranderd en heeft hij bij verschillende uitvoeringsorganen pensioenrechten opgebouwd, dan zal de melding aan al deze uitvoeringsorganen afzonderlijk moeten worden gedaan. Het wordt dus extra belangrijk dat werknemers weten of zij bij een bepaalde werkgever pensioenrechten hebben opgebouwd. Een goede voorlichting op pensioenterrein zal dan ook in de toekomst meer aandacht moeten krijgen.

De uitvoering van de wet zal in eerste instantie voor pensioenuitvoerders administratieve problemen opleveren. De gehele administratie van de uitvoeringsorganen moet worden afgestemd op de registratie van een deel van het ouderdomspensioen ten behoeve van de betaling aan de ex-echtgenoot van de werknemer. Sommige werknemers hebben meer dan één ex-echtgenoot, zodat een aantal afzonderlijk te betalen delen van het ouderdomspensioen moet worden geregistreerd. Ook bij overdracht van de pensioenrechten in geval van verandering van werkgever zal het aan de ex-echtgenote te betalen deel van het ouderdomspensioen apart geadministreerd moeten blijven. In verband met de administratieve complicaties hebben pensioenuitvoeringsorganen bepleit de inwerkingstredingstermijn van de wet ruim te stellen, zodat zij voldoende tijd krijgen hun administratie op de nieuwe regels voor pensioenverdeling af te stemmen. Dit zou kunnen betekenen dat de nieuwe Wet Pensioenverevening pas op 1 januari 1994 of nog later in werking treedt. Ondertussen blijven echtgenoten voor pensioenverrekening aangewezen op de regels van het Boon/Van Loon-arrest.