Duizend vogelsoorten met uitsterven bedreigd; Nieuwe organisatie zet zich werelwijd in voor vogelstand

Een nieuwe organisatie zet zich vanaf vandaag wereldwijd in voor de bescherming van vogels, BirdLife International. “We moeten een dam opwerpen tegen de dramatische achteruitgang van de vogelstand”, zegt directeur J. Bonjer van de Nederlandse afdeling.

ZEIST, 3 MAART. Op Cuba leeft één ivoorspecht en dat is tegelijk de enige in zijn soort op de hele wereld, terwijl in Noord-Brazilië het laatste wilde exemplaar van de spix-ara, een kleinere papegaai, rondvliegt. Het zijn de meest extreme voorbeelden van vogelsoorten die met uitsterven worden bedreigd, ongeveer 1.000 van de 9.000 die op aarde voorkomen. Daarnaast lopen nog eens 5.000 soorten in aantal terug, zodat tweederde van het totaal in de gevarenzone verkeert.

“Een dramatische achteruitgang, waartegen we met grote spoed een dam moeten opwerpen”, zegt J. Bonjer, directeur van de Nederlandse Vogelbescherming in Zeist. De kans dat zo'n dam gestalte krijgt, is juist vandaag aanmerkelijk gestegen door de oprichting van BirdLife International, een nieuw, wereldwijd netwerk van vogelbeschermingsorganisaties uit 22 landen. Ook de club van Bonjer maakt onder de naam "Vogelbescherming Nederland' deel uit van BirdLife, zoals vandaag is bekendgemaakt op een bijeenkomst in de Beurs van Berlage te Amsterdam.

Tegelijk met die bundeling van krachten is de uit 1922 stammende International Council for Bird Preservation (ICBP) opgeheven en in BirdLife opgenomen. Doel van de nieuwe organisatie, die in het Britse Cambridge haar secretariaat heeft, is met vogels als uitgangspunt natuur en milieu in het algemeen te beschermen. Qua bestuursstructuur is de wereldvogelfederatie vergelijkbaar met het World Wildlife Fund, in Nederland het Wereldnatuurfonds.

Bonjer toont zich zeer verheugd over het feit dat nu ook zijn vereniging als landelijke afdeling van BirdLife een internationale bedding heeft. “Dat kan ons regelmatig van pas komen”, meent hij. “Vooral als het gaat om de Waddenzee, een tankstation voor miljoenen trekvogels en als zodanig om de haverklap bedreigd. Voortaan ageren we niet meer uitsluitend namens de 80.000 Nederlandse leden, maar namens een achterban van één komma drie miljoen mensen.”

Binnenkort behandelt de Tweede Kamer de Structuurnota Zee- en Kustvisserij en dat biedt de Vogelbescherming, naar Bonjer zegt, een nieuwe gelegenheid de autoriteiten op hun verantwoordelijkheid voor dit internationale natuurgebied te wijzen: “Nu zie je dat ze de Waddenzee verkwanselen ten gunste van de schelpdiervisserij die het voedsel van eidereenden, scholeksters en bonte strandlopers massaal wegkaapt. Na de mossel en kokkel is inmiddels een ander schaaldier bij de vissers in trek, de halfgeknotte strandschelp, het belangrijkste voedsel van zwarte zeeëenden. Zo gaan de vernielingen maar door en dan praat ik nog niet eens over de olie- en gaswinning.”

Het Waddengebied heeft de status van speciale beschermingszone in het kader van de Europese Vogelrichtlijn en is bovendien aangemeld als beschermd wetland (waterrijk gebied) krachtens de Conventie van Ramsar, maar volgens Bonjer trekt de Nederlandse regering zich daar veel te weinig van aan: “Vooral die schelpdiervisserij is strijdig met de internationale regels.”

Mondiaal gezien is de achteruitgang van de vogelstand voornamelijk te wijten aan vernietiging dan wel versnippering van hun natuurlijke leefgebieden of biotopen: het in hoog tempo kappen van tropische regenwouden, de drooglegging van wetlands, de voortgaande intensivering van de landbouw en de vervuiling van zeeën en rivieren. De jacht doet er soms nog een schep bovenop. Sinds 1660, toen op Mauritius de laatste dodo werd gevangen en opgegeten, zijn voor zover bekend circa honderd vogelsoorten voorgoed van de aardbodem verdwenen en weldra kan ook de ivoorspecht van Cuba aan de reeks worden toegevoegd. Van de duizend soorten die in acuut gevaar verkeren, worden er drie ook in Nederland gesignaleerd: de rode wouw, de kwartelkoning en de waterrietzanger.

Uit recent onderzoek is gebleken dat tweederde van de bedreigde soorten voorkomt in 221 zogenoemde sleutelgebieden, die samen slechts 5 procent van het aardoppervlak uitmaken. Bonjer: “Als we die vijf procent effectief weten te beschermen, schieten we al een heel eind in de goede richting. Die 221 sleutelgebieden zijn trouwens niet alleen van levensbelang voor vogels, maar ook voor talrijke andere dier- en plantesoorten.”

BirdLife International heeft een gestileerde stern als beeldmerk gekozen, omdat deze vogel over de hele wereld voorkomt. Hiermee is de aloude lepelaar als logo van de Nederlandse Vogelbescherming vervallen. Maar ook de stern heeft hier een bijzondere, historische betekenis. Eind vorige eeuw werd juist deze soort op grote schaal gedood om vervolgens als opgezet exemplaar of bosje veren dameshoeden te sieren. Als offensief tegen die mode werd in 1898 in Amsterdam de Bond tot Bestrijding van den Vogelmoord opgericht. Al snel vonden de initiatiefnemers, natuurbeschermers van het eerste uur, dat ze landelijk moesten opereren en zo kwam een jaar later de Nederlandse Vereeniging tot Bescherming van Vogels of kortweg Vogelbescherming tot stand.