De Ritorno blijft de sterkste enscenering van Pierre Audi

Voorstelling: Il Ritorno d'Ulisse in Patria van C. Monteverdi door de Nederlandse Opera o.l.v. Glen Wilson m.m.v. Anthony Rolfe-Johnson, Graciela Araya, James Doing, Christopher Gillett, Alexander Oliver, Rachel Ann Morgan, Michael Chance, Jaco Huijpen, Leena Kiilunen, Elena Vink, Hein Meens en Marc Tucker. Decors: Michael Simon; kostuums: Jorge Jara; licht: Jean Kalman; regie: Pierre Audi. Gezien: 1/3 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 4, 8, 11, 14, 17, 20, 23, 26, 30/3.

De laatste Amsterdamse reprise van Monteverdi's Il Ritorno d'Ulisse in Patria (De terugkeer van Odysseus in het vaderland) betekent dat we wat betreft de ensceneringen van Pierre Audi bij de Nederlandse Opera terug zijn bij af. De Ritorno, die in juni nog vijf keer in New York wordt uitgevoerd, was in november 1990 eerste produktie van de artistiek directeur van de Nederlandse Opera in eigen huis en bleek muziektheater met een formidabel intense kracht.

Inmiddels heeft Audi - in slechts tweeënhalf jaar - zeven produkties geregisseerd met in totaal tien opera's. De afgelopen drie maanden met La bohème en Punch and Judy, tezamen met nu de Ritorno en in mei gevolgd door de reprise van Gassir/Il combattimento di Tancredi e Clorinda, zou men zelfs kunnen beschouwen als een "Audi-festival': vier produkties in vijf maanden! In de geschiedenis van de Nederlandse Opera is zo'n reeks voorstellingen van één regisseur binnen zo'n korte periode een unieke gebeurtenis. Maar het betreft dan ook de enige "Nederlandse' regisseur sinds lange tijd die meer dan één voorstelling produceerde.

Bij de terugkeer van de Ritorno laat het scenografische werk van Audi totnutoe te analyseren als een consistent oeuvre. Het ontwikkelt zich niet zozeer wat de uitgangspunten betreft. Die blijven met hun meestal mythische inhoud georiënteerd op een ruime selectie uit de oerelementen aarde, water, vuur en lucht. Ze worden gebracht in een decoratieve uitmonstering die zelf een voorwerp van beeldende kunst is. En de uitbeelding van de handeling concentreert zich op de kern van het menselijk gedrag, de karakerisering van de personages in hun onderlinge relaties, de essentie van het drama.

Audi levert een soort opera povera: met minimale maar veelzeggende middelen maakt hij puur theater met gebruik van duisternis, stilte èn van opera. De stijl van Audi is echter niet wars van spectaculaire toneeltechniek: zie in de Ritorno de rij fel brandende gasvlammen en voel hun warmte in de zaal!

Audi praktiseert ook de economie van het hergebruik: delen van het decor van Iannis Kounellis voor de dubbelproduktie Die glückliche Hand/Neither keerden terug in Gassir/Il combattimento. Telkens opnieuw liggen er stenen en rotsen op het podium of bestaat het speelvlak geheel of gedeeltelijk uit zand. Meestal is daar een reeks vlammen, lampen, of lichten. Vaak is daar water of een regenbui (zoals in Mozarts Mitridate). En altijd is daar de lucht die geluidstrillingen van musici en zangers overbrengt naar de zaal.

Maar die vaste principes leveren wel telkens weer gedeeltelijk nieuwe verschijningsvormen op. Anders dan het zich destijds bij de première van de Ritorno liet aanzien boden de telkens weer nadrukkelijk aanwezige constanten en de streng volgehouden principes van Audi voldoende variatie om totnutoe deze overvloedige stroom produkties te rechtvaardigen, zelfs een Bohème. Niettemin zal Audi zich in de toekomst minder uitbundig manifesteren dan de laatste jaren het geval was.

De reeks Audi-produkties overziende is de meest oppervlakkige constatering dat zijn eerste - de Ritorno van Monteverdi - verreweg zijn sterkste voorstelling is (destijds en nu nog opnieuw een enorm publiek succes) en dat de laatste - Punch and Judy van Birtwistle - fel omstreden was: velen verlieten vroegtijdig en in opperste verveling de zaal. Deze opera's bevinden zich aan de uiteinden van het gangbare repertoire, maar Punch and Judy had beter voor een meer gemotiveerd publiek uitgebracht kunnen worden als een kleine zaal-prduktie. Dan hadden de enorme poppen van Georg Baselitz ook meer indruk gemaakt dan op het immense podium van het Muziektheater, dat bijna alles kleineert.

Maar uiteindelijk is natuurlijk de kwaliteit van de muziek doorslaggevend en het is de componist Monteverdi die de Ritorno zijn fenomenale werking geeft. Het blijft jammer dat in de bewerking van Glen Wilson en de enscenering van Audi de basis van de opera - de goden spelen een spel met de mensen - is geminimaliseerd: aan het slot had Minerva natuurlijk over die brug ver boven het ondermaanse naar de Olympus moeten schrijden.

De uitvoering - destijds al fantastisch - is inmiddels over de hele linie nog indringender geworden met ongelooflijke rollen voor Anthony Rolfe Johnson (Ulisse), Graciela Araya (Penelope) en Alexander Oliver (Iro).