Archiefbeelden gaan verloren in overdaad aan effecten; Gestileerde neuroses hoog opgetast in Kalins "Swoon'

Swoon. Regie: Tom Kalin. Met: Craig Chester en Daniel Schlachet. In: Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt; Den Haag, Haags Filmhuis.

In korrelig zwart-wit glijden jonge mannen en vrouwen door het beeld. Korte, wrange teksten: “Nu ken ik jou en je hondenatuur, die het heerlijk vindt klappen te krijgen. Hoe meer hij wordt mishandeld, hoe liever het hem is.” De kijker is vanaf de eerste beelden gewaarschuwd: Swoon is geen gewone film. Hij gaat over vreemde mensen en hij heeft een bijzondere vorm.

De rijkeluiszoontjes Richard Loeb en Nathan Leopold jr. hebben echt bestaan en in de jaren twintig rondgeluierd in "the great city of violence, Chicago'. Als om het "waar-gebeurd' gehalte van Swoon te verhogen, heeft regisseur Tom Kalin archiefmateriaal en filmfragmenten uit die tijd door zijn eigen beelden gemonteerd. Kleine accenten zijn het - gangsters met tommy-guns, dames die de Charleston dansen, verpauperde straten - die het brute en frivole van de stad beklemtonen.

De jonge vrienden worden al in hun eerste scene met één voet op dun ijs gezet. Ze rennen over een afbraakterrein achter elkaar aan, terwijl ze flessen stuk smijten voor elkaars voeten (geweld!), dan zoenen ze elkaar (homoseksualiteit!) en spreken over een onheilspellend verbond: “Als jij doet wat ik wil..” “..Doe ik wat jij wilt.”

Verveeld als ze zijn, proberen ze hun leven spannender te maken. Vooral Nathan, het zieke brein van deze vriendschap, is er goed in. Hij heeft een vogelmanie, een rijke fantasie waar het de meester-slaaf verhouding met Richard betreft en hij dicteert de voorwaarden van hun liefde: hij vrijt met Richard als ze samen misdaden begaan.

Eerst beperken ze zich tot kleine criminaliteit, zoals we uit hun dagboek-achtige commentaar horen, een steen door de ruit, brandstichting. Dan besluiten ze een jongetje te doden en zijn ouders om losgeld te vragen. Nathan denkt er zelfs even over zijn eigen broertje te vermoorden om de kist te mogen dragen. Het wordt uiteindelijk een buurjongetje, Bobby Franks.

Helaas laat de hypernerveuze Nathan zijn bril "on the scene of the crime' vallen en worden beiden opgepakt. Tijdens het verhoor vallen ze elkaar lelijk af, met als gevolg dat ze samen voor de rechter worden gesleept. Maar in de rechtszaal hervinden ze zich weer. Als Nathans psychiater voor de rechter de fantasieën van zijn patiënt ten beste geeft en geshockeerd gemompel door de ruimte gaat - Nathan blijkt zijn penis tussen de benen van zijn vriend te stoppen nadat ze een misdaad hebben gepleegd - babbelen de jongens samen als tevreden Oxford-studenten die een cricket-wedstrijd bespreken. Neerbuigend en zelfvoldaan staan ze de pers te woord: “Ik draag een grijs tweed jasje, Dickie is in het zwart.”

De arrogante onaantastbaarheid van de jongens is de voornaamste kracht van de film. Craig Chester (Nathan) en Daniel Schlachet (Richard) zijn prachtige verveelde ettertjes. Chester is met zijn zachte oogopslag de ideale bergplaats van perverse neurosen. Swoon is dan ook in de eerste plaats zijn verhaal. Het zijn Nathans fantasieën die de kijker te zien en te horen krijgt.

De zwakte van de film schuilt in de stilering. Extreme close-ups, eigenaardige uitsnedes voegen soms iets toe aan het verhaal, vaak ook niet. De moord op Bobby Franks en het verstoppen van diens lijk geschieden in de schemer van het park en dat biedt Kalin de gelegenheid flink uit te pakken met de belichting. Zoutzuur, dat over Bobby wordt uitgegoten, loopt als een wit litteken over het scherm. Mooi is het wel, maar het wordt de kijker dan ook ingewreven alsof-ie het zelf nooit had kunnen bedenken.

Vergelijk het met de moord die Kieslowski verfilmde in A short film about killing. Die staat in je geheugen gegrift omdat-ie zo doodnormaal is opgenomen. De daad is sinister, het decor alledaags. Swoon is een dubbel belegde boterham. Bizar verhaal, bizarre beelden. Hij heeft daarbij nog eens een heel nadrukkelijke geluidsband opgenomen. We luisteren veel door de oren van Nathan en horen met hem het klapwieken van vogels, het striemen van zwepen en de hartslag van Richard. Soms bevreemdend, maar te vaak een simpele echo van het beeld. Als de jongens het gerechtshof binnenstappen, galmt een zweepslag. Als Nathan in zijn cel ligt, horen we vleugelslagen. Dat zijn geen oplossingen waar Kalin lang naar hoefde te zoeken.

Ten slotte kregen Richard Loeb en Nathan Leopold jr. "levenslang plus 99 jaar'. De eerste zou het niet overleven en werd opengesneden door een mede-gevangene. Nathan wel. Hij kwam na 33 jaar vrij, trouwde nog en wijdde zijn leven aan de medische wetenschap, zoals de film in een documentaire epiloog vermeldt. Dit is het meest functionele gebruik dat Kalin van archiefbeelden maakt. Geen zweepslagen, alleen een rijtje patiënten van een oogkliniek bij de dokter, een verademing na alle aanvallen op de zintuigen.