Sociaal experiment

Nu de vakbeweging reparatie van de WAO-rechten bovenaan de agenda van CAO-onderhandelingen heeft geplaatst, krijgen we de unieke gelegenheid een sociaal experiment van nabij mee te maken.

Een aantal hypothesen wordt in de praktijk getoetst. In de eerste plaats de theorie dat privatisering van de sociale zekerheid een goed alternatief is voor het neocorporatieve stelsel dat we nu kennen. De vakbonden proberen - bij Vroom & Dreesmann is hen dat al gelukt - de werknemers collectief aanvullend te verzekeren waarbij particuliere verzekeraars of pensioenfondsen worden ingeschakeld. De tweede hypothese, die thans met de werkelijkheid wordt geconfronteerd, is de stelling dat het goed is de werknemersverzekeringen aan de sociale partners over te dragen.

Volgens deze theorie zouden het sociale-zekerheidsbeleid, het arbeidsmarktbeleid en het arbeidsvoorwaardenbeleid beter met elkaar in samenhang kunnen worden gebracht indien werkgevers en werknemers zelf verantwoordelijk worden voor de vaststelling van de hoogte van uitkeringen en premies.

De verkondiger bij uitnemendheid van deze theorie, W. Albeda, vindt hierin een argument voor een ministelsel. Bij een overheidsgarantie, die zich beperkt tot het sociale minimum, zo betoogt hij, kan het bovenminimale traject hetzij via collectieve afspraken in het arbeidsvoorwaardenoverleg, hetzij via individuele verzekeringen, worden gedekt. Bovendien ziet hij een gat in de markt ontstaan waar de vakbeweging in zou moeten springen om ledenwinst te boeken. De WAO-reparatie via CAO's is een testcase, omdat hier wordt beproefd of bovenwettelijke uitkeringen langs deze weg kunnen worden geregeld. Hierbij moet worden bedacht dat aanvullingen boven de minimumgarantie veel duurder zullen uitvallen.

Het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) stelde in zijn blad De Werkgever vast dat de WAO-nieuwe stijl een ander keuzeproces uitlokt, waarvan de uitkomst niet langer wordt bepaald door een uitvoerende derde, maar veel meer het resultaat zal zijn van eigen beslissingen. Het experimentele karakter van de nieuwe situatie wordt in deze passage treffend onder woorden gebracht.

De keuze van de vakbeweging voor collectieve bovenwettelijke verzekeringen bevalt de werkgevers allerminst. De twee centrale werkgeversverbonden, VNO en NCW, hebben hun leden daarom het advies gegeven de eisen van de vakbonden op dit punt af te wijzen.

Premier Lubbers steunt hen daarbij van harte. In een interview met het NCW-blad zegt hij zelfs dat de werkgevers arbeidsconflicten moeten riskeren als de reparatie van de WAO tot hogere loonkosten leidt. Hij kan zich voorstellen dat sommige mensen zich extra willen verzekeren, maar dat lijkt hem meer maatwerk dan een zaak om collectief te regelen.

In deze uitspraken van de minister-president komen enkele misverstanden bloot te liggen. Zo verliest hij uit het oog dat het typisch de functie is van de vakbeweging de werknemers met collectieve middelen te beschermen tegen verlies van inkomen door ziekte en arbeidsongeschiktheid. Lubbers tast de wortels van de vakbeweging aan als hij haar het recht ontzegt om collectieve regelingen aan te gaan.

Die wortels gaan heel diep. Al ver voor het ontstaan van de moderne vakbeweging trachtten arbeiders hun bestaansonzekerheid te verkleinen door gezamenlijk bussen op te richten die voorzagen in uitkeringen bij ziekte, ongelukken, begrafenissen en pensioenen. Ziekenbussen vormen één van de oervormen van de arbeiderssolidariteit.

De beperking van de hoogte en uitkeringsduur van de WAO waartoe kabinet en Tweede Kamer hebben besloten kan worden beschouwd als een breukpunt in het denken over de verzorgingsstaat. De arbeidsverhoudingen in ons land worden erdoor in het hart geraakt. Er worden immers, zoals thans duidelijk blijkt bij de lopende CAO-onderhandelingen, spanningen opgeroepen tussen overheid, werkgevers en werknemers.

Tegen de bedoelingen van het kabinet in zoeken de vakbonden via de CAO's compensatie voor de verloren collectieve sociale zekerheden. De verzorgingsstaat is onder toenemende druk komen te staan door uit de hand lopende aantallen niet-actieven. Dat probleem moet voor een goed deel op rekening worden gesteld van het gebruik dat werkgevers en werknemers hebben gemaakt van de WAO-oude-stijl. Het grote dilemma waar de vakbeweging voor staat is daarom of zij kans ziet haar defensieve opstelling bij het gevecht voor behoud van verworven rechten te verenigen met een offensieve strategie die gericht moet zijn op vergroting van de arbeidsparticipatie.