Shirley Bassey zingt lange reeks climaxen

Concert: Shirley Bassey, met orkest o.l.v. Michael Alexander. Gezien: 1/3 in het Concertgebouw, Amsterdam.

Shirley Bassey zingt bijna elke song alsof het haar finalenummer is: vanaf het begin krachtig in- en aangezet, al snel naar een crescendo en dan dáár nog weer overheen naarmate het einde nadert. Sinds ze 35 jaar geleden haar eerste hit scoorde, is daar geen verandering in gekomen. Een concert van haar leidt nooit naar één climax, het is altijd een lange en ogenschijnlijk onvermoeibare reeks climaxen. Er mag eens een iets ingetogener nummer tussen zitten, veel zijn het er niet.

Vanaf de eerste paukenslag (vanzelfsprekend voor Goldfinger) greep ze haar publiek ook gisteravond in de Amsterdamse muziektempel meteen bij de strot. Gehuld in slank afkledend chiffon met geraffineerd geplaatste lovertjes, was Bassey zoals ze behoort te zijn: de leeftijdsloze diva die wat levendigheid betreft nog makkelijk voor een jonge meid kan doorgaan en haar scherpgepunte nagels zette in alle repertoire dat binnen haar fenomenale bereik ligt. Ook het vriendelijkste deuntje weet ze uit te bouwen en op te voeren tot er weer zo'n big ballad staat van het soort dat haar handelsmerk is geworden. Dat het van mij soms wel wat minder mag - want ze heeft op de rustige momenten een fraai gevoileerd en wendbaar timbre - doet er niet toe. Zo wil haar publiek het en zo is haar stijl, met alle dramatische accenten en theatrale gebaren die daarbij horen. Geen zangeres, trouwens, met zulke expressieve handen - zwikkend en zwevend als bij een Balinese danseres.

Onverminderd geeft Shirley Bassey waar voor haar geld, met bijpassende discipline begeleid door een dertig mans-orkest met schetterend koper, weelderige violen en een frenetiek slagwerk-instrumentarium. Bijna anderhalf uur lang zong ze gisteravond in een vol Concertgebouw de grootste successen uit haar respectabele carrière, precies zoals ze beroemd geworden zijn en dus zonder verrassende vernieuwingen. Maar op verrassingen zit niemand bij haar te wachten. If you think I'll never sing another song, heet het in het lijflied dat orkestleider Michael Alexander voor haar schreef, you ain't heard nothing yet. En wéér bewees haar volume dat het haar menens was.