Özal doet op de Balkan en in Azië het Ottomaanse verleden herleven

ANKARA, 2 MAART. De Turkse stad Istanbul, met ongeveer tien miljoen inwoners de grootste metropool van Europa, werd lange tijd gezien als de brug tussen Oost en West. Maar dat is een jasje waar Turkije inmiddels uit is gegroeid. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft een nieuwe dimensie toegevoegd aan het bestaan van de gemiddelde Turk. De banden met de broedervolken in Centraal-Azië zijn aangehaald waardoor een beeld is ontstaan van Turkije dat zich hoe langer hoe meer ontpopt tot het geo-politieke centrum van een zich snel ontwikkelende regio.

De Turkssprekende Centraalaziatische republieken, met samen 32 miljoen inwoners, moeten nu immers vorm geven aan hun nieuw verworven nationale identiteit. En grote broer Turkije - eveneens islamitisch maar met wereldlijke wetten en een vrije-markteconomie - is gaarne bereid om hen daarbij een handje te helpen. Tienduizend studenten uit Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan worden opgeleid op Turkse universiteiten en per satelliet is de Turkse staatstelevisie enkele uren per dag aanwezig in een deel van de huiskamers in Centraal-Azie en Azerbajdzjan. Omgekeerd krijgen de Turken niet alleen te horen wat voor weer het in Europese landen wordt, maar eveneens wat de voorspellingen zijn voor de Centraalaziatische republieken. Eurasia heet dit project, waarop ook Albanië en Macedonië zullen worden aangesloten.

“Maar de Centraalaziatische droom is inmiddels alweer op zijn retour”, zegt Hasan Koni, politicoloog en adviseur van de Turkse regering. “Het zijn niet de Turkse ondernemers die, gesteund door kredieten van hun regeringen, in de Centraalaziatische republieken investeren, maar de Duitsers, Amerikanen, Japanners, Chinezen en Zuidkoreanen. De afgelopen twee jaar hebben duidelijk gemaakt dat de Turkse economie te zwak is om te voldoen aan alle verwachtingen in Centraal-Azië.”

“Je kunt niet zeggen dat het Ottomaanse rijk uit de as verrijst”, vervolgt hij. “Het is in feite een waanidee. Dat imago is ons door het Westen aangepraat. Washington had behoefte aan een tegenwicht voor de groeiende invloed van Iran en fluisterde ons in hoe belangrijk en hoe machtig we wel niet aan het worden zijn. Maar wie zich vandaag als macht wil laten gelden, moet een vooraanstaande rol spelen op economisch, technologisch en militair gebied. Op die drie terreinen is Turkije geen uitblinker.”

Maar de Turkse premier Süleyman Demirel pronkte deze week nog eens uitbundig met de rol van Turkije als grote broer. Hij wees de Centraalaziatische republieken op het belang van samenwerking met Turkije. En gisteren kondigden de Turkse en Russische ministers van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin en Andrei Kozirev, een gezamenlijk vredesinitiatief aan voor Nagorno-Karabach.

Een variant hierop verkondigde de Turkse president Özal vorige week op zijn rondreis langs Bulgarije, Macedonië, Albanië en Kroatië. Hij pleitte voor economische samenwerking en riep de Kroaten op met de Bosnische moslims samen te werken voor een oplossing van de kwestie Bosnië.

De crisis in ex-Joegoslavië heeft Turkije, dat al maanden roept om beperkte militaire acties op de Balkan, tot de spreekbuis gemaakt van de moslims, met name die in Bosnië. De fundamentalisten en nationalisten in Turkije onderschrijven die rol en zouden het liefst zien dat het Turkse leger de moslims te hulp zou komen. De Serviërs beschuldigen Turkije ervan te pogen zijn oude hegemonie op de Balkan te herstellen. Deze beschuldiging lijkt inmiddels vruchten af te werpen: Frankrijk en Groot-Brittannië beginnen zich politiek steeds verder te verwijderen van hun aanvankelijke bondgenoot Turkije. De VS lijken te volgen.

“De reis van president Özal was bedoeld om de regio ervan te doordringen dat de internationale beeldvorming over de Turkse betrokkenheid op de Balkan onjuist is”, zegt Özden Sandberk, directeur-generaal op het Turkse ministerie van buitenlandse zaken. Ook hij bestrijdt het denkbeeld dat Turkije bezig zou zijn om het Ottomaanse verleden weer tot leven te brengen. “Al onze inspanningen hebben slechts tot doel gehad om de stabiliteit op de Balkan te herstellen. Als de vrede kan worden bereikt zonder de inspanning van Turkse soldaten zou ons dat lief zijn. Aan de andere kant zijn we wel bereid tot dat offer als de Serviërs niet op een andere manier tot staan kunnen worden gebracht. Maar dan wel in internationaal, dus in VN-verband.”

Volgens Sandberk was vooral Bulgarije huiverig voor een eventuele militaire interventie van Turkije. Hij zegt dat het "pertinent' onwaar is dat Özal zijn Bulgaarse collega Zjelev zou hebben gevraagd om een corridor, mochten de Turkse troepen op de Balkan worden ingezet.

Het bezoek van Özal aan het straatarme Macedonië had vooral een morele waarde. Turkije is een fervent voorstander van internationale erkenning van deze republiek, die onder sterke druk van zowel de Serviërs als Griekenland staat. Bovendien sprak Özal hier met in Kosovo levende Albanezen. De situatie in Kosovo wordt steeds dreigender nu de Servische overheersing toeneemt. Daardoor stijgt ook de spanning in Albanië, waarmee Turkije sterke historische en religieuze banden heeft - 70 procent van de Albanezen is moslim. Turkije ondersteunt Albanië economisch en heeft al voor 50 miljoen dollar aan voedsel en medicijnen verstrekt. Bovendien helpt Turkije bij het opleiden van militair personeel. Een ander plan is om Tirana, Skopje, Sofia en Istanbul via een autoweg met elkaar te verbinden.

Özal drong er bij de Albanese president Berisha op aan Macedonië te erkennen en een matigende invloed uit te oefenen op de daar levende Albanezen, die autonomie eisen. De grote angst is dat bij het overslaan van de oorlog in Bosnië naar Kosovo en Macedonië de Albanezen niet lijdzaam zullen toezien, wat tot gevolg zal hebben dat ook de Grieken en de Turken zich in de strijd zullen werpen.

Het idee van een as die Turkije economisch met ex-Joegoslavische republieken en Albanië verbindt is Özal op de huid geschreven. Zijn politieke credo is dat economische afhankelijkheid stabiliserend werkt. Om die reden werd het Zwarte-Zeeproject opgezet, een economisch samenwerkingsprogramma van elf landen dat uiteindelijk moet leiden tot een vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en mensen in de regio en dat de integratie van Turkije in de EG moet bevorderen. Turkije is evenwel gedwongen daar nu pas op de plaats te maken omdat vanuit Rusland - een van de elf - steeds meer morrende geluiden komen over de groeiende Turkse invloed in een belangrijk deel van de voormalige Sovjet-Unie.

Ook al is niemand in Ankara gelukkig met een al te letterlijke interpretatie van de uitspraak van Özal dat Turkije een macht vertegenwoordigt die zich van de Adriatische zee tot aan China uitstrekt, toch gelooft men wel degelijk dat het internationale aanzien van Turkije de afgelopen drie jaren is gestegen. Waarom zouden de VN anders een Turkse generaal hebben gevraagd om deze maand in Somalië het commando over de aldaar gelegerde buitenlandse militairen over te nemen van de Amerikanen?