Oost-Europabank wil verdubbeling projecten

LONDEN, 2 MAART. De Europese bank voor herstel en ontwikkeling (EBRD) zal voor dit jaar een honderdtal projecten ter waarde van 3,1 miljard dollar goedkeuren ten gunste van Centraal- en Oost-Europa, en de voormalige Sovjet-Unie, tegen 55 projecten ter waarde van 1,5 miljard dollar in 1992. Dit heeft de in 1991 opgerichte "Oost-Europabank' gisteren bekendgemaakt.

Omdat de meeste projecten over meer jaren lopen, keerde de EBRD in 1992 slechts circa 235 miljoen dollar uit. Voor dit jaar wordt het dubbele verwacht.

De bank, die de overgang van de voormalige communistische landen naar vrije marktecononomie en democratie moet vergemakkelijken, schat dat haar activiteiten vorig jaar 8,2 miljard dollar aan financiële toezeggingen heeft gemobiliseerd, tegen 1,5 miljard dollar in de negen maanden van 1991 waarin de bank werkzaam was. Dit jaar zullen toezeggingen van andere instellingen, regeringen en particuliere investeerders voor door de EBRD gesteunde projecten in totaal zo'n twaalf miljard dollar aan investeringen opleveren. Van de 22 landen die voor EBRD-hulp in aanmerking komen heeft Polen vorig jaar het meeste geld gekregen, gevolgd door Hongarije en Roemenië. Ook in aantallen projecten leidt Polen (21 projecten), gevolgd door Hongarije (13) en Rusland (8).

Vice-president Anders Ljungh, belast met financiën, zei dat het afgelopen jaar heeft aangetoond dat de EBRD “functioneert”. De bank leed vorig jaar overigens een verlies van ruim 7 miljoen dollar, tegen een verlies van 8,5 miljoen dollar in 1991. Het verlies werd veroorzaakt door een voorziening van 12 miljoen dollar voor eventuele problemen bij terugbetaling van leningen. Ljungh gaat ervan uit dat de EBRD binnen twee of drie jaar winst maakt.

President Attali bevestigde dat de bank op verzoek van de zeven rijkste industrielanden (G-7) een fonds zal vormen voor verbetering van de veiligheid van Oost-Europese kerncentrales. (AFP, Reuter)