Onbedaarlijk

De ene morgen voel je je beter dan de andere. Soms voel je je grandioos. Je weet opeens waarvoor je leeft, je voelt je tot iets groots in staat.

De hond is uitgelaten, het ontbijt gebruikt, de krant gelezen. Ja, ik lees 's morgens ook een krant. Elke dag ben ik wel een uur of twee met kranten in de weer. “Dat komt”, heeft iemand me eens uitgelegd, “doordat je niet weet wat je zoekt.” En sindsdien weet ik het helemaal niet meer.

De krant gelezen, dichtgevouwen, weggelegd en je hebt een onbedaarlijke zin om aan het werk te gaan, een zin zonder twijfel of remmingen. En dan draai je op volle kracht een dynamisch stuk muziek. En dan ga je op de grond met de hond liggen vechten. Om dat gevoel te laten rijpen. En dat doet het dan ook: het rijpt als een gek. Het woelt en bruist, alsof je door een golf wordt opgetild uit zee.

Op de top van deze golf kom je uiteindelijk achter je bureau terecht. Zingend grijp je naar een onbeschreven vel papier. Wat je nu in je hoofd hebt, wat je nu onder woorden gaat brengen - de wereld zal ervan opkijken!

De hond springt op de bank. Hij kijkt je aan en geeuwt. Buiten schijnt de zon. Op de daken aan de overkant glinstert ijs.

“Goed, dan gaan we eerst maar even wandelen.”

En dan de polder in.

Om zo lang mogelijk van dat gevoel te genieten.