Nieuwe aanpak lijkt goed voor de Antillen

De explosieve taal aan de vooravond van de Toekomst-conferentie, gewijd aan nieuwe politieke verhoudingen tussen Nederland, Aruba en de Nederlandse Antillen, die op 8 en 9 maart wordt gehouden klinkt niet zonder reden. Er is tijdens de twee vorige conferenties ('81 en '83) al aardig wat kruit verschoten. Degenen, die zich winnaars waanden, genoten daar slechts kort van. Weldra bleek dat zij met een Pyrrus-overwinning zaten opgescheept.

Van de twee vorige conferenties was die van 1983 het ingrijpendst. Puur toeval of niet; die conferentie werd ook in maart gehouden. Destijds kwamen de Arubaanse en Antilliaanse vertegenwoordigers goed beslagen ten ijs. Iedereen had zijn huiswerk gedaan en dacht hem welgevallige politieke modellen binnen te kunnen halen. Men had echter geen rekening gehouden met Lubbers. Die kwam, zag, veegde alles van tafel en presenteerde "zijn' voorstel, dat tevens het einddocument werd.

Aruba kreeg zijn status aparte, gekoppeld aan onafhankelijkheid; de overige eilanden bleven staatsrechtelijk bij elkaar, werden door een unie verbonden met Aruba en dienden toe te werken naar een omvangrijke herstructurering. Na terugkeer zat iedereen met een grote kater; voor terugdraaiing was het immers te laat. Daardoor overheerste een onbestemd gevoel, zelfs tot op de dag van vandaag. De Toekomstconferentie moet dat onbestemd gevoel opheffen, althans daarvan mag worden uitgegaan.

Waarom een Toekomstconferentie?

Het had toch voor de hand gelegen een Toetsingsconferentie te beleggen. Temeer nu het Akkoord van '83 in zo'n conferentie voorziet. Een conferentie, bedoeld om de onderlinge verhoudingen tussen de landen (Nederland-Aruba-Nederlandse Antillen) op hun waarde(n) te toetsen. Een inventarisatie van wensen moet toch vooraf gaan aan een afbakening van de toekomstige (staatkundige) grenzen.

Ondanks dat, belooft de vernieuwende aanpak van Hirsch Ballin veel goeds voor Aruba en de Antillen. Hirsch Ballin maakt op subtiele wijze het permanente karakter van de huidige status van Aruba bespreekbaar. En of dat nog niet genoeg was, zinspeelde hij op zelfstandigheid van Curaçao, een ander staatsrechtelijk regime tussen de vier kleintjes en Nederland en nam maatregelen ter verbetering van de bestuurlijke en financiële huishouding van St. Maarten.

De aanstaande conferentie zal - net als de vorige twee - met een tweeledige problematiek te maken hebben. Aan de ene kant duidelijke (staatkundige) taal van alle (ei)landen; aan de andere kant de Nederlandse eis dat de deugdelijkheid van bestuur, de mensenrechten en een gezonde financiële huishouding gewaarborgd moeten worden. De staatkundige problematiek is op te lossen. Een bestendiging van de huidige status van Aruba is evident, terwijl Curaçao rijp is voor baas in eigen huis!

Een autonome status van Curaçao lost overigens niet alle problemen met een uitstralingseffect op. Het huidige probleem tussen Curaçao en Nederland over de migratiestroom illustreert dat.

De kleine eilanden opteren sinds '83 voor hechte en duurzame staatkundige banden met Nederland. Zij zijn immers te klein om zonder steun van Nederland te overleven. De Nederlandse eis betekent politiek vuurwerk nog voordat de conferentie is begonnen. Niet in de laatste plaats wegens het schermen met patronage en curatele in geval van falend beleid van Aruba of Curaçao door Hirsch Ballin. Met betrekking tot de kleintjes heeft de DOM-status (Departement d'Outre Mer) inmiddels plaats gemaakt voor de artikel-12 status. Een indicatie dat de Nederlandse regering meer dan een vinger in de pap wil hebben. Als de strekking van dit artikel maar niet klakkeloos geëxporteerd wordt naar de kleine eilanden. Daarin schuilt een groot gevaar voor een mislukken van de conferentie en daardoor voor een verdere verslechtering van de onderlinge relaties.

In het verleden hebben vele bewindslieden (De Gaay Fortman, Van der Stee, Den Uyl, Biesheuvel en De Koning) zich bij herhaling stuk gebeten op het opleggen van politieke structuren. Het was nooit de staatkundige band met Nederland die als knellend werd ervaren. Integendeel, op de conferenties van 1981 en 1983 spraken de (ei)landen zich eensgezind uit voor hechte staatkundige banden met Nederland onder de vlag van het koninkrijk. Financieel-economische kwetsbaarheid alsmede het enorme wantrouwen tussen Aruba en Curaçao, tussen de kleintjes en de Antilliaanse regering (Curaçao) alsmede tussen Saba en St. Eustatius en St. Maarten baarde zorgen. Desondanks bleef Nederland een - onwelgevallig - staatkundig model opleggen, uitgaande van het behoud van de onderlinge band van de zes. Daar komt nog bij dat er op de onderscheiden (ei)landen een permanent spanningsveld aanwezig is tussen democratische legitimiteit en handhaving van objectieve normen aan de ene kant en kleinschaligheid aan de andere kant. Gezien het mandaat van de Nederlandse delegatie is onvoldoende rekening gehouden met dit spanningsveld.

Een politiek geladen problematiek derhalve die op hoog politiek niveau geregeld moet worden en niet door een Commissie van Wijze Mensen of weer een Koninkrijkscommissie.

Het huidige Statuut bevat artikel 43, dat de waarborging van de deugdelijkheid van bestuur, de rechtszekerheid en de mensenrechten in handen van Nederland legt. Een beter instrumentarium om de Nederlandse eis ingewilligd te krijgen is er dus eigenlijk niet. Maar, dit artikel is nog steeds een "Angstgegner' voor Nederlandse politici wegens de affichering als neo-koloniaal. Het doet dan ook erg vreemd aan de Nederlandse regering nog steeds te horen schermen met begrippen als patronage en curatele.

Een regeling van de problematiek op Aruba en de Antillen ligt bij een eigensoortige invulling van dat artikel. Naast de bestaande overlegstructuren zoals periodiek gouverneursoverleg, bestedingsoverleg en koninkrijksministerraad is een nieuw - ditmaal politiek - overleg ex artikel 43 Statuut noodzakelijk.

Tot slot aandacht voor een implementatie van de artikel-12 status, waarin financiële zekerstelling alsmede werkbare bestuurskracht uitgangspunt dienen te zijn. Geen vernederlandsing van de eilandelijke cultuur van bovenaf. Echte steun en bijstand van Nederland zijn nu meer dan ooit geboden. Dat is de enige garantie voor het scheppen van een gezond klimaat zonder voedingsbodem voor onderling geruzie, ongewenste overheersing en politieke patronage.