Liefdeskaarten Carmiggelt in museum

AMSTERDAM, 2 MAART. Het Letterkundig Museum heeft deze week een omstreden gedeelte van de correspondentie van Simon Carmiggelt verworven.

Het gaat om de 45 brieven en 1105 ansichtkaarten die hij tussen 1966 en zijn dood in 1987 aan de schrijfster Renate Rubinstein schreef. Zoals Rubinstein in haar postuum verschenen boek Mijn beter ik onthulde, heeft zij aan het eind van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig een langdurige verhouding met Carmiggelt gehad. In deze periode stuurde de bijna twintig jaar oudere schrijver haar soms dagelijks een hartstochtelijke brief of prentbriefkaart.

De nu verworven collectie is afkomstig uit de nalatenschap van de in 1990 overleden schrijfster. Zij bepaalde dat de brieven en kaarten na haar dood naar het Letterkundig Museum in Den Haag moesten, waar ze ter inzage moesten worden gelegd voor "iedereen die ze niet wil pikken.'

Voorlopig zal dat echter niet gebeuren. Het Letterkundig Museum gaat er van uit iedereen die de correspondentie wil inzien (of uitgeven), de toestemming nodig heeft van de erfgenamen van Carmiggelt. Deze voelen op dit moment niets voor enige vorm van openheid. Ook tegen de opname van enkele citaten uit Carmiggelts brieven in Rubinsteins boek hebben zij zich krachtig, maar vergeefs, verzet.

Als de erfgenamen van schrijvers documenten niet openbaar willen maken, geeft het Letterkundig Museum deze volgens de geldende huisregels pas vijftig jaar na de dood van de betrokkenen vrij. Dat zou betekenen dat in het uiterste geval pas in 2037 openbaar mag worden wat Carmiggelt op zijn oude dag aan Renate Rubinstein schreef. Volgens Anton Korteweg, de directeur van het Letterkundig Museum die de brieven heeft ingezien, zijn het "ongelofelijk leuke' brieven, "heel ontroerend en vitaal'. Extra interessant zijn volgens hem de combinaties van teksten, tekeningen en foto's die Carmiggelt maakte. “Vaak kocht Carmiggelt rare kaarten die hij van eigen teksten voorzag en verstuurde.”