Klöckner is positief over overlevingsplan

DUISBURG, 2 MAART. Het Duitse staal- en machinebouwconcern Klöckner-Werke, dat sinds december vorig jaar in surséance verkeert, heeft zijn overlevingsplan gepresenteerd. In grote lijnen komt het erop neer dat de uitstaande schulden voor ongeveer de helft worden afgeschreven en dat er een hoogoven in Bremen wordt uitgeschakeld.

De surséance van Klöckner is een van de grootste sinds ruim tien jaar. De onderneming is tevens de eerste staalonderneming die in de huidige Europese staalcrisis zijn toevlucht tot uitstel van betaling heeft moeten nemen. De procedure geldt voor Klöckner-Werke en de staaldivisies Klöckner Stahl en Klöckner Edelstahl.

Het overlevingsplan voorziet in afschrijving van 1,4 miljard van de 2,7 miljard mark aan schulden van de twee staaldivisies. Schuldeisers die activa van Klöcker als borg voor hun leningen hebben, kunnen rekenen op zestig procent van hun vorderingen. Andere crediteuren krijgen veertig procent. Verder wil het concern een hoogoven in zijn vestiging in Bremen doven. Daardoor worden 1400 werknemers overbodig en wordt de capaciteit voor de produktie van ruwstaal verminderd met 700.000 ton. Klöckner onderhandelt tevens met een groep beleggers over de verkoop van zijn fabriek in Georgsmarienhütte.

De grootste crediteur van Klöckner is Deutsche Bank. Bij de aanvraag voor de surséance in december liet deze bank, de grootste van Duitsland, al weten in te stemmen met de procedure. Het is nu aan de rechter bij wie de surséance is ingediend om een vergadering van schuldeisers uit te schrijven. Wil het plan van Klöckner kunnen worden uitgevoerd, dan moet het met een meerderheid van tachtig procent van de stemmen van de schuldeisers worden goedgekeurd. In bankkringen wordt de kans op welslagen van het plan redelijk groot geacht. (ANP)