Hoge prijs voor deugdzaamheid

Frankrijk verkeert in recessie. In het laatste kwartaal van vorig jaar daalde de nationale produktie (in termen van bruto binnenlands produkt) met 0,5 procent. Het was voor het eerst sinds vele jaren dat het Franse instituut voor de statitiek (INSEE) een daling vaststelde. De economische groei over het gehele jaar 1992 bedroeg 1,8 procent - wat overigens beter is dan Duitsland (één procent, het Verenigd Koninkrijk (0,5 procent), maar slechter dan de Verenigde Staten waar de groei volgens het Franse ministerie van financiën in 1992 2,1 procent bedroeg (en zelfs 4,8 procent in het laatste kwartaal).

Hoewel officieel pas sprake is van een recessie als het bruto binnenlands produkt twee kwartalen achtereen afneemt, maakt niemand in Parijs zich illusies. Minister van financiën Michel Sapin stelde vast dat de groei in Frankrijk in 1992 “twee keer zo groot was als die in de rest van Europa”, maar dat “een land, zelfs met een goed economisch beleid, niet kan hopen geheel alleen te ontsnappen aan de mondiale economische vertraging.” Sommige economen menen dat Frankrijk al in een proces van deflatie is terecht gekomen. Die vrees is iets verminderd door de geconstateerde prijsstijging (0,4 procent) in januari. Dit cijfer is echter voor het eerst op een andere manier berekend (op basis van prijspeil 1990 en niet langer dat van 1980, wat tot nog toe als basis werd gebruikt).

De industriële produktie daalde het laatste kwartaal met 2,1 procent. De daling was het grootst bij de autoindustrie: 16,7 procent in de maanden november en december. De economische studiedienst van de bank Crédit Lyonnais voorziet in een voorspelling voor 1993 een vermindering van de produktie in 28 bedrijfstakken. In slechts tien sectoren is nog groei of een gelijkblijvende produktie te verwachten. De export die in 1992 de belangrijkste bijdrage leverde aan Franse economische groei, nam in het laatste kwartaal met 1,4 procent af, hetgeen op jaarbasis neerkomt op een vermindering met 5,6 procent. Deze vermindering wordt toegeschreven aan de verminderde vraag in Duitsland, de grootste afnemer van Franse produkten, en de gevolgen van de opeenvolgende devaluaties van het pond sterling, de lire en de peseta die de concurrentiepositie van de Franse exportindustrie benadelen. De investeringen daalden in het laatste kwartaal vorig jaar evenals de zeven voorafgaande kwartalen - met 4,4 procent. Het bedrijfsleven kampt met grote voorraden en lege orderportefeuilles.

De economische groei zal volgens sommige Franse deskundigen dit jaar dichter bij de nul dan bij de een procent uitkomen, hoewel Parisbas nog van 1,4 procent uitgaat. Eind januari waren bijna drie miljoen Fransen (10,5 procent van beroepsbevolking) werkloos. Hun aantal nam in 1992 met 5,1 procent toe. Het aantal aanbiedingen voor arbeidsplaatsen daalde in januari met 10,4 procent en slechts 40 procent van de aangeboden banen betreft vaste aanstellingen voor onbeperkte duur. De vice-voorzitter van de Franse werkgeversorganisatie CNPF, Ernest-Antoine Sellière, sprak onlangs de verwachting uit dat de situatie op het gebied van de werkgelegenheid “in het tweede kwartaal aanmerkelijk slechter zal worden.” Dan komt er een einde aan een groot aantal stages en voor werkgevers goedkope korte termijn-banen ("solidariteitscontracten'), waarmee de regering-Bérégovoy de toename van de werkloosheid wilde stuiten. Sellière voorspelde dat de rentabiliteit van de bedrijven verder zal verminderen.

De slechte conjunctuur in geheel Europa, de opeenvolgende devaluaties van het pond sterling, de lire, de peseta en het Ierse punt, en de geboorte van de grote uniforme markt in de Europese Gemeenschap leidt in Frankrijk tot een explosieve situatie. De hevige protestacties van de Bretonse vissers die hun vis niet meer kwijt kunnen wegens goedkope importen, uit bv. Schotland en Ierland, maar ook uit Rusland, zijn daarvan de illustratie. Wat voor de vissers in Bretagne geldt, is ook van toepassing op staal, textiel en tal van andere sectoren. In het Europa van twee snelheden - de landen van de markzone, inclusief Frankrijk en de overige EG-landen - moet Frankrijk een steeds hogere prijs betalen voor zijn deugdzaamheid van de politiek van de "harde franc'.

De dagrente bedroeg eind vorige week 11,25 procent en voor leningen van drie maanden moet meer dan 12 procent worden betaald. Desondanks daalde de franc licht in waarde tegenover de Duitse mark. Het pond sterling bereikte eind vorige week een nieuw diepterecord met een koers van 2,3130 mark, tegenover 2,95 mark toen de Britse munt nog deelnam aan het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel. De Bretonse vissers moeten nu bloeden in naam van de toekomst van het monetaire Europa, zoals het Franse bedrijfsleven als geheel, zuchtend onder de hoge rente, al langer doet. Na de parlementsverkiezingen van eind maart en het aantreden van een nieuwe, rechtse regering zal blijken hoe lang de kruik nog te water gaat.