Grieken vrezen nieuwe godsdienstoorlog en eigen moslims

KOMOTINI, 2 MAART. Langs de slingerende kustweg in Thracië, het uiterste noordoosten van Griekenland, staan tussen de aankondigingen van campings en hotels opvallende waarschuwingsborden: vergeet Cyprus niet. De Turkse inval van 1974 om de moslim-minderheid op het eiland te "redden' kan zich namelijk herhalen - en dan hier. Zo vrezen althans de Griekse autoriteiten.

“We kunnen een tweede Cyprus niet uitsluiten, nu president Özal probeert woordvoerder van alle moslims op de Balkan te worden”, had in Athene prof. Thanos Veremis, directeur van de Helleense stichting voor veiligheid en buitenlandse politiek, al gezegd. Hij had daarbij gewezen op de "herleving' van het contact tussen aartsvijand Turkije en de 120.000 Griekse moslims. Hoewel hij niet direct rekent op een invasie, vormt een door Ankara geïnspireerde claim op autonomie voor West-Thracië volgens hem een reëel gevaar. En onderminister van buitenlandse zaken Virginia Tsouderos had gewaarschuwd dat de “devote moslim Özal” de tegenstellingen tussen de verschillende religies op de Balkan aanwakkert. De Turkse bemoeienis kan, zo meende zij, “uiteindelijk leiden tot godsdienstoorlogen”.

De eigen moslim-minderheid van Balkan- en EG-land Griekenland is voornamelijk nog hier in West-Thracië te vinden, waar zij al woont sinds het Ottomaanse rijk zich zes eeuwen geleden tot aan Wenen toe uitbreidde. Pas in 1913 is dit gebied bij Griekenland gevoegd. Toen Griekenland en Turkije in 1923 overeen kwamen elkaars religieuze minderheden te "ruilen', werden de (Turkse) moslims in Thracië en de (Griekse) orthodoxen in Istanbul van deze gedwongenvolksverhuizing uitgezonderd. Beide staten beloofden plechtig de rechten van deze minderheden te respecteren. Maar het slepende conflict over Cyprus relativeerde voor Ankara het belang van de afspraak, wat in de jaren vijftig en zestig effectief leidde tot de verdrijving van bijna alle Grieken uit Turkije. Het kolonelsregime dat tussen 1967 en 1974 in Athene heerste, begon vervolgens "op basis van wederkerigheid' ook de Turken in West-Thracië te discrimineren. En daaraan is, volgens rapporten van Amnesty International en Helsinki Watch, nog geen einde gekomen.

Het eerste dat opvalt bij het binnenrijden van de stad Komotini is de variatie in de bebouwing. Achter de rijen appartementsgebouwen die elke Griekse stad lijken te domineren, liggen lage, eenvoudige huisjes aan vaak onverharde straten. Naar schatting 12.000 van de ongeveer 40.000 inwoners van Komotini zijn van Turkse afkomst, en je hoeft niet lang te zoeken waar zij wonen. De winkeltjes in de nauwe straatjes zijn Turks, de boetieks in de wandelpromenades zijn Grieks. De smederijtjes zijn Turks, de garagebedrijven Grieks. Koffiehuizen zijn Turks, hotels Grieks - en zo is de scheidslijn door de hele stad te trekken.

“Wij hebben hier geen problemen, Grieken en moslims leven vreedzaam naast elkaar”, vertelt desondanks prefect Dionysios Karachalyos in het provinciehuis in Komotini. Bezorgdheid over de slechte huisvesting van de moslim-minderheid is volgens hem ook niet nodig. “U moet begrijpen dat de islam bepaalden gewoonten met zich mee brengt, zoals een uitgebreid sociaal leven en het binnenshuis blijven van de vrouwen. Daarom staan hun woningen zo dicht op elkaar staan en daarom hebben ze ook geen ramen.”

Het zijn de Turkse regering en het Turkse consulaat in Komotini die volgens Karachalyos problemen màken. Vorige week nog moest Griekenland vier Turkse predikers vragen het land te verlaten: zij waren als toerist binnengekomen maar zij bleken zonder toestemming gebedsdiensten in Thracië te leiden. Ankara heeft onmiddelijk fel tegen hun "uitzetting' geprotesteerd en gezworen dat zij de "Turkse' moslims in Thracië zal blijven steunen. De prefect heft de handen ten hemel en vraagt: “Waarom bemoeien zij zich met onze binnenlandse aangelegenheden?” Zijn eigen antwoord op de vraag luidt: “Om invloed op de Balkan te krijgen en om Griekenland te destabiliseren.”

De Turken hebben volgens Karachalyos een “agent” in dr. Sadik Ahmet, de arts uit Komotini die opkomt voor de rechten van de islamitische Grieken en door hen twee jaar geleden in het parlement is gekozen. “Sadik overlegt meer met meneer Özal dan met zijn eigen regering, en dat maakt wel duidelijk hoe hij denkt.” De opvatting van de prefect in deze wordt overigens gedeeld door bijna alle politici in Athene en door bijna de gehele Griekse pers.

Sadik Ahmet werd twee keer tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. In 1988 omdat er van de 15.000 handtekeningen onder zijn petitie aan de Raad van Europa er vier vals bleken te zijn, en in 1990 omdat hij in een verkiezingsmanifest had geschreven over de Turkse minderheid inplaats van over de moslim-minderheid. Volgens de Griekse autoriteiten leeft in Thracië slechts een "tweetalige' religieuze minderheid en beslist geen etnische- of nationale minderheid. Na protesten van mensenrechtenorganisaties werd het beroep in de eerste zaak verdaagd. In in de tweede zaak mocht hij na 64 dagen cel de rest van zijn straf afkopen. Sinds hij daarna parlementariër werd, is Ahmet moeilijker aan te pakken. In zijn kleine spreekkamer hoort hij ongestoord de klachten van zijn kiezers aan.

“Natuurlijk vraag ik hulp aan de Turkse regering”, zo bevestigt de parlementariër zijn contacten met Ankara. “Ook zij heeft tenslotte in 1923 belooft dat onze rechten zouden worden gegarandeerd. En dat is wat ik nastreef.” Behalve dat het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord "Turkse' verboden is om de moslim-minderheid aan te duiden, kent de wet overigens geen discriminerende bepalingen jegens moslims. Het gaat volgens Ahmet om de manier waarop plaatselijke ambtenaren de wet toepassen.

Zo worden gronden en gebouwen van moslims veel vaker onteigend dan die van Grieken, terwijl de aangekondigde wegen of bedrijfsterreinen vervolgens nooit worden aangelegd. En voor moslims is het weer veel moeilijker om vergunningen en kredieten te krijgen om iets nieuws te beginnen. Het onderwijs is een andere grief van Ahmet. “Juist de Turkse scholen staan te verkrotten, juist de Turkse klassen zijn overvol, juist het lesmateriaal voor Turkssprekende kinderen is hopeloos verouderd.” Hij overhandigt een rapport van de mensenrechtenorganisatie Helsinki Watch van vorig jaar, waarin zijn klachten worden onderschreven.

Nadat premier Mitsotakis twee jaar geleden een bezoek bracht aan de regio, kwam er enige verbetering in de situatie van de islamitische Grieken. Zo kregen zij toestemming net als andere Grieken grond en huizen te kopen. Maar het is de vraag of de verbetering blijvend is, nu de Balkan-activiteiten van president Özal de "Turkofobie' in Griekenland weer hebben aangewakkerd. De situatie van de "Turkse' Grieken is moeilijk los te zien van de staat van de Turks-Griekse betrekkingen: de krant van de socialistische oppositie voert de laatste weken een campagne tegen de “uitverkoop van Thracië aan de Turken”. De rechtse Nieuwe Democratie heeft zich hier inmiddels bij aangesloten: zij waarschuwt tegen het hoge geboortecijfer onder de Griekse moslims.