"Extremisme uit Iran grootste gevaar'

DEN HAAG, 2 MAART. De opkomst van het door Iran gestimuleerde en betaalde islamitisch fundamentalisme is het belangrijkste gevaar waarvoor de wereld op dit moment staat. Dat zei Israels president Chaim Herzog vanmorgen in een rede voor leden van de Eerste en Tweede Kamer in Den Haag. De president doelde onder meer op de Palestijnse groepering Hamas, waarvan Israel onlangs vierhonderd leidende figuren heeft gedeporteerd.

“Dit fundamentalisme bedreigt heden ten dage de regimes van vrijwel het gehele Midden-Oosten, het initieert opstanden in vele landen in onze regio en het verspreidt zich snel door de gehele wereld”, zei Herzog. Het gevaar wordt nog groter nu deze groepen massavernietingswapens in handen dreigen te krijgen. “Als je het extremisme van het islamitisch fundamentalisme verbindt met de terreur van massavernietigingswapens heb je een catastrofale formule. De wereld staat voor een somber en sinister vooruitzicht.”

Hij riep de Kamerleden op dit gevaar niet te negeren en zich niet opnieuw te laten verrassen door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zoals het Westen zo vaak heeft gedaan. Hij noemde daarbij onder andere de Sovjet-inval in Afghanistan, de val van de sjah van Perzië, de opkomst van het "Khomeinisme' in Iran, de Iran-Irak oorlog en Saddam Husseins overval op Koeweit.

In zijn rede tijdens een lunch in de Trêveszaal aan het Binnenhof ging premier Lubbers vanmiddag in op Herzogs waarschuwingen over organisaties als Hamas. “Het is onze indruk dat de effectiefste methode om dergelijke oppositie tegen het vredesproces te bestrijden het bereiken is van snelle en tastbare resultaten, in het bijzonder met betrekking tot de levensomstandigheden in de bezette gebieden”, zei Lubbers.

Nederland steunt derhalve de veroordeling door de VN van de recente deportaties door Israel, voegde hij eraan toe. “Meneer de president, ik geloof dat dergelijke dingen onder vrienden openhartig kunnen worden uitgesproken.”

In een rede gisteravond tijdens een diner op Paleis Noordeinde zei koningin Beatrix dat recente uitingen van anti-joodse gevoelens in Europa “onheilspellende herinneringen” oproepen. “Het is de dringende plicht van onze regeringen, van allen die verantwoordelijkheid dragen en van iedere burger persoonlijk, deze ontoelaatbare ontwikkeling te bestrijden en te keren.”