Eurofobie en zelfkazerij De Gids en Neue ...

Eurofobie en zelfkazerij De Gids en Neue Rundschau over Europa: de inzet is zeer onmiskenbaar bij het Duitse blad groter dan bij het Nederlandse. De Gids 1993/1. Meulenhoff, 85 blz. ƒ 14,90. Neue Rundschau 1993/1. S. Fischer Verlag, 167 blz. DM 15

Over de gewone Fin De Tweede Ronde, winter '92/'93. Bert Bakker, 224 blz. ƒ 14,50

Eurofobie en zelfkazerij

Vergelijk nu eens: De Gids heeft een nummer over "Europa', en Neue Rundschau van S. Fischer Verlag ook. "Quo vadis, Europa?' zette De Gids met grote letters op het omslag, en kondigt op dezelfde plaats stukken aan over "Maastricht' en "Literatuur en nationaliteit'. Neue Rundschau vergelijkt het terugkeren van de demonen van het verleden - nationalisme, etnische zuiveringen, fascisme, xenofobie - met het putten uit vormen van vroeger in de kunst: het postmodernisme. Politiek en postmodernisme: het ziet er vergezocht uit, maar het levert interessante gezichtspunten op.

De econoom E.P. Wellenstein zoekt in de Gids overeenkomsten tussen het Romeinse burgerschap van keizer Caracalla en het burgerschap dat voortvloeit uit de Europese Unie sinds Maastricht: alleen de naam is hetzelfde. Een afdoende verklaring voor de afkeer van het Verdrag van Maastricht in Denemarken en elders vindt Wellenstein niet, wel constateert hij dat er stilaan een "Europa à la carte' door ontstaan is.

Politicoloog Alfred Pijpers legt in "Over Maastricht en de risico's van een Bosnisch theepartijtje' uit hoe gemakkelijk links en rechts Nederland de Europese Unie in gleed, hoe een goede zaak dat is, maar hoe belangrijk ook om geen gemeenschappelijke militaire (interventie)macht in het leven te roepen. "De oorlog op de Balkan, hoe ontstellend ook, heeft een lokaal-regionaal karakter. (-) Afzijdigheid, neutraliteit, niet-gebondenheid zijn honorabele begrippen in de geschiedenis van de internationale betrekkingen.' Liever profijt en rust dan heldhaftige bemoeienis, dát willen Europa's burgers diep in hun hart zegt Pijpers, die zich lijkt te willen verschuilen achter dat hart.

In de rubriek "Buitenlandse literatuur' begint in dit nummer een serie over literatuur en nationaliteit, waarbij wel voorop staat dat literatuur een internationaal "gebeuren' is - "iedere poging om literatuur te verbinden met het nationaliteitenbeginsel is een politieke en ook beperkende daad'. Hier: Joep Leerssen over de nationale rel bij J.M. Synge's toneelstuk The Playboy of the Western World in 1907: "Waarom die behoefte aan culturele autarkie en culturele afbakening die telkens weer in Europa de kop opsteekt - ook in het Nederland van vandaag-de-dag, met zijn Eurofobie en dagelijkse opwekkingen tot bescherming van de culturele zelfkazerij?' Hoogleraar Amerikanistiek Rob Kroes schrijft enigszins teleurstellend over de invloed op Nederland van Amerika, het land zonder "alte Basalte'.

"Wiederkehr des Vergangenen - Politik und Postmoderne' in Neue Rundschau beslaat ongeveer honderd bladzijden en bestaat uit acht bijdragen. De "verbazingwekkende parallel' tussen de politiek sinds 1989 (de val van de Muur) en het al wat oudere postmodernisme in de kunst wijst volgens de redactie op een belangrijk tijdgebonden verschijnsel. "De kracht, waarmee het schijnbaar voorbije in deze tijd terugkeert is onthutsend.'

Een vaak herhaalde vraag is die naar de rol van de intellectueel in het Europa van vandaag. Zdzislaw Krasnodebski vat in een boeiend artikel de kwestie luchtig samen met een "l'intellectuel est mort, vive l'intellectuel': in het Westen speelt hij sinds het verdwijnen van het politiek engagement geen rol van betekenis meer, in Oost-Europa daarentegen beleeft de intellectueel triomfen als politicus of moralist - Havel, Michnik en Konrad. In het Westen veel consumptiegoederen en weinig hooggeachte intellectuelen; in het Oosten precies het omgekeerde, en hoe die westerse cultuur van vergevorderde expertise zich in één Europa met de cultuur van moralisten moet verzoenen ziet Krasnodebski nog niet voor zich.

Hij gelooft dat het postmoderne levensgevoel en denken - de wereld of ideologie is geen geheel maar een elastische veelheid van waarheden - geen voorbijgaande fase is. Het postmodernisme buiten politieke filosofieën komt aan bod in artikelen over architectuur ("Mit Zitaten bauen') en, helaas erg literatuurtheoretisch, over literatuur: "Hier herrscht ein Neben-, Mit-, Gegen- und Durcheinander von älteren, erneuerten und neueren Richtungen, Schulen und Theorieansätzen.' De link tussen postmodernisme in kunst en politiek blijft door de zwakke, onactuele stukken over bouw- en schrijfkunst een beetje vaag, maar dat is de politiek-filosofisch geëngageerde auteurs in Neue Rundschau niet aan te rekenen. Misschien is dat symptomatisch en ligt er in de Duitse en Oosteuropese politiek een veel grotere uitdaging dan in de literatuur?

De niet-theoretici in dit nummer logenstraffen zo'n conclusie gelukkig wat hun betreft onmiddellijk met hun gedichten: "Für all jene mit dem Kehlenschnitt/ ein Lied singen und dabei sich schämen'.

In een goede recensie van Cees Nootebooms Berlijnse notities lezen wij: "ein europäisches Buch und besonders in einem europäischen Kontext von Bedeutung'.

De Gids en Neue Rundschau over Europa: de inzet is zeer onmiskenbaar bij het Duitse blad groter dan bij het Nederlandse. De Gids 1993/1. Meulenhoff, 85 blz. ƒ 14,90. Neue Rundschau 1993/1. S. Fischer Verlag, 167 blz. DM 15

Over de gewone Fin

De Tweede Ronde, ruw door uitgeverij Bert Bakker verstoten en ogenblikkelijk door Van Oorschot overgenomen, zal er in de toekomst iets anders uit gaan zien. Het laatste nummer biedt nog een vertrouwde aanblik. Het is de vijftigste aflevering van dit kwartaalblad en bevat werk uit een "internationaal zeer veronachtzaamde literatuur': de Finse. Gastredacteur Adriaan van der Hoeven maakte alle vertalingen en schreef een beschouwing over de Finse letteren, "Ontvolkte bossen'. "De Finse literatuur is doordrenkt van de gewone man en vrouw. En gewoon wil zeggen, van gewone afkomst, niet oninteressant'. Als het tweede kenmerk van het Finse wezen en dus de literatuur noemt Van der Hoeven het absurdisme, een reactie op "vervreemding en ontheemding' die traditionele bosvolkeren ondergaan in een moderne maatschappij. De vijf gekozen verhalen uit het Fins, enkele zeer recent, vertonen inderdaad soms opvallend onrealistische trekjes. Verder zijn het "gewone' verhalen; niet bijzonder, niet oninteressant. Aan de flinke hoeveelheid Finse poëzie valt vooral een hoog natuurgehalte op.

Dat geldt ook voor de ruim vijftig Nederlandse gedichten in dit nummer. Veel zachtaardige, weemoedige en tot het eigen geluk beperkte verzen, met aan opmerkelijks de cyclus "Blauwdruk' over het ouderwetse boerenleven van Chris Honingh - "Het biggehoofd, vergeven van de maden, hangt/ bijna in het water, een touw sluit om de kaken,/ de lippen spijtig blauw. Je staat erbij te lachen.'

De afdeling Nederlands proza bevat voorpublikaties van Dieuwke Eringa (een oorlogsherinnering) en de Vlaming André Janssens (een saai moordverhaal). De vader van Lisette Lewin debuteert hier met zijn jeugdherinneringen - hij herinnert zich zulke zintuigelijke details als het kriebelen van meubelpluche in jonge knieholten als je een korte broek draagt. De dochter van de man die hier een twaalfjarig Don Juannetje is schreef een verhaal dat ze opdroeg aan Bas Roodnat, "Mijn kersentuin'. Het zijn herinneringen aan de vrouw, "Tante Pop', bij wie zij als kleuter in de oorlogsjaren op de Veluwe ondergedoken zat. Perfect, ontroerend, en ook oprecht geïrriteerd proza - het beste in De Tweede Ronde.

Van de Pointlachtige auteur L.H. Wiener - man-alleen, schlemiel - is er een verhaal met een thema dat ook Pointl onlangs uitbuitte: het tegenvallende afspraakje na een contactadvertentie.

De Tweede Ronde, winter '92/'93. Bert Bakker, 224 blz. ƒ 14,50