Den Haag en de kunst van het boekhouden

VIER MILJOEN is aanzienlijk minder dan een kwart miljard. Maar in de gemeente Den Haag heeft een overschrijding van vier miljoen bij het Gemeentemuseum sneller politieke gevolgen dan de bomkrater in de gemeentelijke begroting van een kwart miljard, die twee jaar geleden werd toegedekt.

Gisteren is de wethouder van financiën, cultuur en mediabeleid, Ans van den Berg (VVD), afgetreden naar aanleiding van het boekhoudkundige gat dat de voormalige directeur van het Haags Gemeentemuseum, Rudi Fuchs, heeft achtergelaten. Het siert de wethouder dat zij haar politieke verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Haar vertrek vestigt evenwel de aandacht op twee chronische administratieve probleemgevallen.

Fuchs heeft er nooit een geheim van gemaakt dat financieel beheer hem matig interesseert. Toen vorige week duidelijk werd dat bij het Gemeentemuseum de laatste jaren 3,9 miljoen gulden te veel is uitgegeven - op een jaarlijks budget van 12 miljoen - kon dat nauwelijks worden aangemerkt als een surprise. Den Haag wist dat men met de aanstelling van Fuchs in 1987 een financieel risico in huis haalde, want ook bij het Van Abbemuseum in Eindhoven had hij een gat op de begroting achtergelaten. Net als de gemeente Amsterdam dit wist voordat Fuchs vorig jaar bij het Stedelijk Museum werd benoemd. Maar Fuchs is een autoriteit in de Nederlandse museumwereld en zijn minachting voor het kasbeheer is op de koop toe genomen. Weliswaar heeft Fuchs naar zijn zeggen in brieven aan het gemeentebestuur de overschrijdingen meegedeeld, als directeur van een gemeentelijke instelling had hij zijn eigen verantwoordelijkheid.

DE HAAGSE gemeenteraad reageerde verrast verontwaardigd op de erfenis van Fuchs en binnen enkele dagen stroomde politiek bloed. Het vertrek van wethouder Van den Berg accentueert de wankelmoedigheid van het stadsbestuur in het recente verleden op een bijzondere wijze. Toen twee jaar geleden bekend werd dat de gemeente in totaal 262 miljoen gulden te veel had uitgegeven, voelde geen van de grote fracties in de raad voor een politieke bijltjesdag. De achtergrond van de jongste tegenvaller is niet anders dan die van de mega-overschrijding van twee jaar geleden. De financiële administratie van het gemeentelijk apparaat deugt niet - nog steeds niet. Weliswaar is dit het laatste jaar - omwille van een lobby voor financiële steun van het rijk - krachtig weersproken, óók door de wethouder van financiën en cultuur die nu is afgetreden, maar inmiddels is een ruime reeks voorbeelden voorhanden die aangeeft dat de praktijk weerbarstiger is. In de kast met financiële lijken van de gemeente Den Haag bevinden zich nog de overschrijdingen bij de bloemententoonstelling Floriade (8 miljoen, te delen met Zoetermeer en volgens de betrokkenen te wijten aan onvoldoende inkomsten aan parkeer- en toiletgeld), bij de gemeentelijke dienst arbeidsvoorzieningen (8 miljoen) en bij de verlegging van tramlijn 8 naar het Congresgebouw (7 miljoen, waarmee dit vermoedelijk de duurste tramlijn ter wereld is met een prijs van 70.000 gulden per meter). Het rijk had vorig jaar dan ook beter moeten nadenken voordat men de gemeente extra financiële middelen verschafte.

INMIDDELS ZOU het verstandig zijn als de gemeente Amsterdam zich nog eens rekenschap geeft van de houding van de heer Fuchs als museumdirecteur in financiële zaken. Fuchs noemde zich “verantwoordelijk maar niet schuldig” voor de kostenoverschrijding in Den Haag. Ingrijpende bezuinigingen hadden het hem, zei hij, steeds moeilijker gemaakt zijn taak naar behoren uit te oefenen. Dat mag zo zijn, maar die constatering levert geen vrijbrief om zorgvuldig financieel beheer te verwaarlozen. Het is een misverstand dat een overheidstaak beter wordt verricht naarmate men minder acht slaat op bezuinigingen waartoe door de democratie is besloten. In het Nederlandse publieke domein is er helaas een periode geweest waarin deze denktrant door te veel mensen werd omarmd.