De overheid als jockey van de economische paardenkracht

Fundamentele kritiek op de politieke partijen en daarmee op de werking van de democratie is wel degelijk mogelijk. Daartoe is het nodig de beleidsdocumenten van de grote politieke partijen over "duurzame groei en sociale zekerheid', die mank gaan aan een onvolledige probleemstelling en een inconsistente analyse, te vergelijken met de grondige analyse Nederland in drievoud van het Centraal Plan Bureau (CPB).

De essentie van het door J.W. Oerlemans niet gedefinieerde begrip "democratisch gehalte' (NRC Handelsblad 3 oktober) is de delegatie en controle van de politieke macht, die de burgers periodiek zelf beoordelen. Deze delegatie, controle en beoordeling kan alleen vruchtbaar zijn wanneer er een balans is tussen de bestuurlijke taken en de tijd en de middelen, die daarvoor beschikbaar zijn. Deze balans is verstoord, doordat de politiek zich niet heeft vernieuwd. Er is een discrepantie ontstaan tussen de beperkte regeerperioden van soevereine staten en het economische systeem, dat wordt bepaald door internationale ontwikkelingen, die tijdsdimensies kennen van tientallen jaren. Het gevaar dat de democratie bedreigt, is de korte termijn.

De kiezers verwachten dat de democratie duurzame groei waarborgt. Sociale zekerheid is daar een onderdeel van. Tegen de achtergrond van een snel groeiende wereldbevolking en een nog steeds groeiende armoedekloof is duurzame groei een complex begrip en bovendien doortrokken van potentiële tegenstrijdigheden. Dat eist het stellen van prioriteiten. Is het dan teveel gevraagd om op deze punten de probleemstelling volledig te formuleren en de analyse consistent uit te voeren en te toetsen op uitvoerbaarheid? Blijkbaar wel, want een analyse van de beleidsdocumenten levert de volgende conclusies op: Het begrip duurzame groei wordt nauwelijks onderscheiden in bevolkingsgroei, werkgelegenheid, sociale zekerheid, armoedeproblematiek en duurzaamheid/milieu. De omstandigheden waaronder deze afzonderlijke beleidsterreinen met elkaar in strijd kunnen komen, worden niet scherp gedefinieerd. Verbanden met andere beleidsterreinen zijn, indien aanwezig, vaag en het beleid wordt niet getoetst aan gunstige en ongunstige economische omstandigheden.

Oerlemans behandelt de bestuurskracht van de democratie niet. In tegenstelling tot zijn artikel en de documenten van de politieke partijen publiceerde het CPB in 1992 Nederland in drievoud, een grondige analyse van diverse economische scenario's die de wereldeconomie zou kunnen volgen. Het CPB werkt de scenario's uit door de sterke en zwakke kanten van de economieën van de Verenigde Staten, Japan, Europa, het Oostblok, Zuidoost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika te analyseren tegen de achtergrond van de volgende wereldwijde trends: De wereldbevolking neemt toe van 5.3 miljard naar 7.7 miljard in 2015 en 95 procent van deze groei zal zich voordoen in de ontwikkelingslanden. De niet vervangbare grondstoffen worden als gevolg van technische vooruitgang en hogere reële prijzen minder gebruikt en daardoor niet uitgeput. Het is mogelijk een duurzame groei van een kwart tot een half procent van hetwereldinkomen te bereiken. De voedselproduktie dient met 75 procent tot 100 procent toe te nemen maar het is zeer de vraag of dit lukt. De samenhang tussen technische vooruitgang, de structuur van de markten en de internationalisatie van de economie worden alleen maar sterker.

Op basis van deze wereldwijde trends en analyse van het beleid in de diverse economische regio's komt het CPB tot drie verschillende scenario's voor de wereldeconomie en daarbinnen voor Nederland. Het CPB probeert niet het meest waarschijnlijke scenario te bepalen. Het wil juist een raamwerk bieden dat alle mogelijke plannen (dus ook het artikel van Oerlemans en de plannen van politieke partijen) kan toetsen op hun visie, kracht en realiteitszin. Nederland in drievoud eist impliciet van een goede analyse en van een goed beleid, dat de samenhang met relevante andere terreinen op consistente wijze is doordacht en dat de conclusies en het beleid uitvoerbaar blijven onder alle mogelijke omstandigheden. De beleidsdocumenten van de politieke partijen noch het artikel van Oerlemans voldoen aan deze eis en daarmee schieten ze fundamenteel tekort.

De stappen van de democratie zijn per definitie klein en worden niet altijd in dezelfde richting gezet. Daarom is een kompas met daarop duurzame groei als richting van essentieel belang. Onderlinge afhankelijkheid is een veel gebruikt begrip maar het is niet zo makkelijk in praktijk te brengen. Het in depraktijk toepassen van onderlinge afhankelijkheid kan het paradigma zijn dat de democratie een leidraad naar duurzame groei geeft. Mocht er een nieuwe wereldorde komen dan zal die gebaseerd zijn op het paradigma van de toegepaste onderlinge afhankelijkheid. Uiteindelijk moet onderlinge afhankelijkheid gestalte krijgen in juridisch bindende contracten, waar investeringsbeslissingen op gebaseerd kunnen worden.

De dimensie van de economie ontbreekt volledig in de beschouwing van Oerlemans. De beurzen van Tokio, Londen en New York oliën 24 uur per dag het economische proces. Dat is een factor om rekening mee te houden bij het doordenken van een strategie om duurzame groei in de praktijk bereikbaar te maken. Nu de ideologische debatten achter ons liggen, kunnen we ons concentreren op het optimaal uitbuiten en beteugelen van het marktmechanisme. De overheid moet als jockey kunnen fungeren van de economische paardenkrachten. Zij moet gevoel hebben voor de bewegingswetten ervan, die gebaseerd zijn op risicoperioden van soms tientallen jaren. De jockey-overheid kan getypeerd worden als een overheid die er in slaagt marktsectoren in hun geheel, consistent en met een lange-termijnvisie te benaderen, de zelfregulering stimuleert, de kwaliteitseisen eraan stelt, de toepassing daarvan controleert en de zelfregulering waar nodig afdwingt.

Wat kan de Nederlandse democratie doen om haar bestuurskracht te laten toenemen en concrete aanknopingspunten te vinden voor het in de praktijk toepassen van duurzame groei?

Politieke partijen zouden zich de discipline moeten opleggen om in beleidsdocumenten de verbanden, conflicten en prioriteiten met andere terreinen te leggen en plannen volledig uit te werken zodat ze ook maatregelen bevatten die uitvoerbaar blijven onder slechte economische omstandigheden.

Politieke partijen zouden hun programma vooraf moeten laten gaan door een hoofdstuk waarin zij niet een ideologie formuleren, maar een praktische lange-termijnvisie geven met daarin opgenomen de samenhang van hun programma-onderdelen en de prioriteiten ingeval er keuzes moeten worden gemaakt.

Politieke partijen zouden hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor strategische hoekstenen van het maatschappelijk bestel moeten erkennen. Deze projecten dienen te worden uitgetild boven het politieke debat van iedere dag. De structuur en planning van deze projecten moeten worden opgenomen in een apart hoofdstuk van het volgende regeerakkoord, waar ook de oppositie haar goedkeuring aan hecht. Onderdeel van dit hoofdstuk in het regeerakkoord moet zijn: het ontwerpen van parlementaire procedures die opeenvolgende kabinetten in staat stellen strategische projecten efficiënt te voltooien. De voorstellen hebben tot doel de balans tussen delegeren, controleren en beoordelen enigszins te herstellen. In die zin kan het democratisch gehalte dus toenemen.