De babbelbranche floreert uitstekend in Nederland

Symposia zijn een markt geworden waar jaarlijks voor miljarden guldens wordt omgezet; nergens floreert de babbelbranche zo als in Nederland. Een dagje weg bij het departement, het instituut of de zaak; menigeen ziet er reikhalzend naar uit.

De deelnemer aan een symposium wordt die ochtend door een glimlachende hostess ingeschreven, krijgt zijn eerste kopje koffie, doet aan sociale contacten met vakgenoten uit het hele land en neemt vervolgens plaats in de zaal, waar na een korte inleiding door de dagvoorzitter, twee of drie sprekers het onderwerp-van-de-dag van verschillende kanten belichten. Natuurlijk doen ze dat met sheets. Een inleider zonder sheets, al zijn ze nog zo onbegrijpelijk, hoort er niet echt bij; ook de sheetsbranche maakt gouden tijden door. De doorgewinterde symposiumbezoeker brengt zijn halve leven in half verduisterde zalen door.

Na de ochtend volgt een gevarieerde lunch en 's middags gaat het symposium door; al dan niet gesplitst in vier of vijf workshops en tussentijds onderbroken voor een kopje thee. Tot slot een forumdiscussie, een voorzitter die zegt dat hij maar niet zal proberen al het besprokene samen te vatten en nog een gezellig drankje toe. Dit alles voor een interessant deel op rekening van de fiscus; de belastingdienst staat toe dat de werknemer van de symposiumkosten per jaar de eerste 1.000 gulden volledig en van de volgende 3.000 gulden 75 procent mag aftrekken, dus in totaal 3.250 gulden.

De VPRO heeft het symposium ontdekt. Alle maandagavonden van deze maand is het resultaat daarvan te bezichtigen in een programma dat eenvoudigweg Symposium heet. Het blijkt niet zozeer het verschijnsel "symposium' te belichten, maar de samenvatting te zijn van een debat dat aan het einde van de dag onder leiding van VPRO-presentator Peter van Ingen op een symposium is gevoerd. Het programma gaat dus over de inhoud van een symposium. Gisteravond was dat de VUT.

Symposium is daardoor een programma uit die eindeloze serie, van Een groot uur U tot Met Witteman, waarin een presentator met deskundig publiek praat. Van Ingen en redactrice Annemieke Smit zijn alleen zo handig geweest het publiek niet naar de studio te halen, maar zelf met camera en microfoon naar een zaal te gaan; naar deskundigen die toch al voor een symposium bijeen waren.

Zoals altijd hangt het succes van zo'n uitzending af van de levendigheid van de discussie, de durf van de deelnemers, de flexibiliteit van de presentator en diens vermogen de informatie niet in een woordenbrij te laten wegzinken. Dat lukte gisteravond aardig; dertigers en veertigers (“onze generatie”, zei van Ingen) moeten er maar niet op rekenen dat een collectieve VUT er voor hen nog inzit. De samenleving wordt te grijs en de VUT te duur. Terwijl nu van de 50-plussers in Nederland maar 40 procent werkt. Een half afgekeurde buschauffeur vatte zijn probleem samen: “Wij zijn niet herplaatsbaar.”

Maar voor de generatie-Van Ingen/Smit hoeft dat geen probleem te zijn; mits de werkgever een verstandig personeelsbeleid voert en let op prettige arbeidsomstandigheden. Misschien moet hij zijn personeel vaker naar een symposium sturen.