Bioaardappel alternatief voor gifpieper; Kritiek op alleenheerschappij van Bintje in patatindustrie

De stichting Natuur en Milieu en Milieudefensie publiceren vandaag een rapport tegen het gebruik van Bintjes in de patatindustrie. Als tafelaardappel is deze "gifkampioen' op zijn retour, maar in de patatindustrie staat het Bintje nog steeds op eenzame hoogte.

UTRECHT, 2 MAART. Weer is het Bintje de gebeten hond. Twee jaar geleden begon de milieu- en consumentenbeweging, onder aanvoering van de Vereniging Milieudefensie, een campagne om dit aardappelras, maar ook de Bildstar en Eigenheimer, van de Nederlandse markt te drukken, omdat er bij de teelt zeer veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. “Gifpiepers genoeg gegeten”, was de leus. Vandaag lanceerden de stichting Natuur en Milieu en Milieudefensie een rapport dat om dezelfde reden de Nederlandse patatindustrie op de korrel neemt. Ook bij de bereiding van voorgebakken frites blijkt "gifkampioen' Bintje een hoofdrol te vervullen.

Inmiddels zijn aardappelrassen in opkomst die bij de teelt 80 procent minder pesticiden nodig hebben of zelfs helemaal zonder kunnen. Die zouden volgens de milieubeweging het Bintje, alsook de milieu-onvriendelijke Russet Burbank, Morene en Marijke na verloop van tijd geheel kunnen vervangen. Gedacht wordt aan het jaar 2000, met als tussendoelstelling 50 procent minder "gifpiepers' voor de patatsector in 1996.

Tegelijk wordt de rijksoverheid opgeroepen een stimulerend beleid voor "gifarme' rassen te voeren. Als zo'n beleid niet van de grond zou komen, moet ze met ingang van het seizoen 2000 de teelt van onder andere Bintje en Russet Burbank verbieden.

Een milieuvriendelijk alternatief waar al een zekere roep van uitgaat, is de aardappel Agria, die in 1987 op de officiële rassenlijst verscheen en sindsdien 15 procent van de fritesmarkt wist te veroveren. Veel lager (samen enkele procenten) scoren Van Gogh en Herta, terwijl zojuist twee nieuwe potentiële Bintje-vervangers aan de lijst zijn toegevoegd: Asterix en Disco. Rassen van dezelfde aard die nog op erkenning wachten zijn Aziza, Benno Vrizo en Turbo.

Het onderzoek van beide milieu-organisaties werd begeleid door prof. L. Reijnders en uitgevoerd door H. de Lange en M. Bloem. Zij verzuimden niet hun licht op te steken bij de fritesindustrie. Uit de gesprekken die ze daar voerden, bleek dat deze bedrijfstak “zeer welwillend” staat tegenover de invoering van milieuvriendelijke aardappels in het produktieproces. “De industrie”, schrijven De Lange en Bloem, “is zich bewust van de problemen rond rassen als Bintje en Russet Burbank. Alleen durft ze geen uitspraak te doen over te termijn waarop Bintje bij hen geheel zal zijn verdwenen. Ze wil voor de introductie van nieuwe rassen ruim te tijd nemen en risico's zoveel mogelijk beperken.”

Wel heeft één van de fabrikanten, Aviko in het Gelderse Steenderen, kort geleden een fritessoort van onbespoten aardappelen en voorgebakken in zuivere zonnebloemolie op de markt gebracht. Het produkt heet bio-frites en is verkrijgbaar in een aantal grote supermarkten van Delhaize in België. Eerder kwam Castel Frites uit Apeldoorn met een soortgelijk ecologisch artikel, maar dat is intussen uitverkocht. De omzet van onbespoten consumptieaardappelen of "tafelaardappelen' is, over heel Nederland gerekend, in enkele jaren gestegen van één naar drie procent (in supermarkten naar ruim vijf procent).

Wat beurteling als "patat' of "frites', eventueel "friet', wordt aangeduid, heet voluit "patates frites', door Van Dale omschreven als “in vet gebakken reepjes aardappel”. Waar sprake is van fritesindustrie, gaat het om de producenten van voorgebakken of diepgevroren patat: bij elkaar zestien bedrijven, die samen per jaar circa 1,6 miljoen ton aardappelen verwerken en zich hoofdzakelijk richten op de export.

Sinds zijn onstaan, omstreeks 1960, draait deze bedrijfstak voornamelijk op het Bintje. Dit ras levert reepjes die het hoogste commerciële rendement opleveren, omdat ze aan alle kwaliteitseisen voldoen: een goede lengte (hoe langer hoe beter), juiste dikte (per land verschillend), stevig, niet melig en goed van kleur: voorgebakken mogen ze niet grauw zijn en nagebakken horen ze er goudbruin uit te zien. Kortom, voor de industrie een ideaal ras. Dat het Bintje tegelijk als "kampioen-gifpieper' te boek staat, komt door zijn sterke behoefte aan bestrijdingsmiddelen, wat weer een gevolg is van zijn gevoeligheid voor ziekten en plagen. Dat zijn in het bijzonder aardappelmoeheid (veroorzaakt door aaltjes in de grond) en een hardnekkige schimmelziekte.

Van de ruim 14 miljoen kilo pure pesticiden (zogenoemde werkzame stof) die jaarlijks in de Nederlandse akkerbouw omgaat, komt 70 procent voor rekening van de aardappelteelt, terwijl die teelt slechts een vijfde deel van de akkerbouwgrond in beslag neemt. Dat betekent tussen de dertig en veertig kilo werkzame stof per hectare aardappels van uiteenlopende rassen, maar vooral weer het Bintje.

Als consumptie-aardappel is dit ras duidelijk op zijn retour. De campagne van onder andere Milieudefensie heeft ertoe geleid dat het aandeel van Bintje in de supermarkten is gedaald van 75 naar ongeveer 40 procent. Maar in de patatindustrie, die ruim een derde van de aardappeloogst afneemt, staat het Bintje nog altijd aan top.

Het rapport van de milieu-organisaties geeft een uitgebreid overzicht van de schade voor natuur en milieu. De pesticiden die aardappelmoeheid en schimmelziekte de kop moeten indrukken, tasten oppervlakte- en grondwater aan en vormen een bedreiging voor de drinkwatervoorziening. Mens, dier en plant kunnen ook rechtstreeks de nadelige effecten van diverse stoffen ondervinden. Over dichloorpropeen, een veel toegepast grondontsmettingsmiddel, staat bijvoorbeeld vermeld: “Het kan de huid, de ogen en ademhalingswegen bij de mens irriteren. Het geeft kans op hart-, lever- en nierbeschadiging en is waarschijnlijk carcinogeen (kankerverwekkend). Herhaalde blootstelling aan lagere concentraties kan het zenuwstelsel aantasten.”

Dichloorpropeen wordt veelvuldig in te hoge gehaltes in de Drentse Aa aangetoond. Metam-natrium, een andere grondontsmetter, leidt regelmatig tot grootschalige vissterfte. Ook de luchtvervuiling door het gebruik van die middelen is aanzienlijk, doordat ze na verloop van tijd grotendeels uit de grond verdampen.

Toch verwachten de onderzoekers enige verbetering. Ze ontlenen dat perspectief aan het Meerjarenplan Gewasbescherming, waardoor de druk op boeren om milieuvriendelijker te telen, is toegenomen. In de aardappelsector zullen volgens De Lange en Bloem veel agrariërs genoodzaakt worden hun bouwplan aan te passen of over te schakelen op rassen die resistenter zijn tegen aardappelmoeheid.

Een grootscheepse actie ten gunste van deze Bintje-vervangers in de patatindustrie als vervolg op de eerste aardappelcampagne ligt niet in de lijn der verwachting. “We proberen”, zegt een woordvoerder van Miliedefensie, “ons doel via onderhandelingen met de bedrijven te bereiken.” Volgens prof. Reijnders van Natuur en Milieu is de industrie al wel gevraagd op de bestaande zakken patat te vermelden welk ras aan de voorgebakken reepjes ten grondslag ligt, de "gifpieper' Bintje of de milieuvriendelijke Agria. “Maar daar hadden ze geen oren naar”, aldus Reijnders.