BEUNHAZEN (1)

In NRC Handelsblad van 24 februari presenteert de psycholoog prof. J.E. Hueting een nieuwe typologie voor de beoordeling van zijn collega's in andere takken van wetenschap.

Er zijn beunhazen, knoeiers, half-intellectuelen en bezweerders. Ter illustratie wijst hij onder meer op de polemoloog B.V.A. Röling (een beunhaas-heuler) de polemoloog H.W. Tromp en diens opvolger (een rechttoe-rechtaan hooggeleerde knoeier). Het doel van Huetings aanklacht is erop te wijzen dat nep-wetenschappers een oneigenlijk beroep doen op de beperkte financiële middelen voor "fatsoenlijk onderzoek'. De polemologie ligt de laatste tijd in de vuurlinie, maar dit begint op laster te lijken.

Bij zijn oordeel over de polemologen gaat Hueting weliswaar “met een gerust hart' op Heldrings gezag af, maar het is toch armoe dat een pleidooi voor zuivere wetenschap gebaseerd moet zijn op een paar columns. Misschien kan hij het werk van de beschimpte hoogleraren zelf ook eens ter hand nemen.

Heldring heeft inderdaad niet veel op met de polemologen. Maar ook bij Heldrings kritiek vraag ik mij af in hoeverre hij de recente ontwikkelingen in de wetenschap van oorlog en vrede kent. Hueting ontbeert die kennis zeker, terwijl die voor zijn centrale stelling over vermeend misbruik van onderzoeksgeld toch van belang is. Toegegeven, de prestaties van het Polemologisch Instituut bleven achter bij wat men van een onderzoeksinstituut mag verwachten. Maar Hueting had toch op z'n minst kennis kunnen nemen van de wetenschappelijke produktie van de laatste paar jaren (waaronder vijf dissertaties).