Alles aan Auxerre is legendarisch, gek en verfrissend

De Franse club Auxerre is morgen tegenstander van Ajax in de kwartfinale van het toernooi om de UEFA Cup. De eerste wedstrijd wordt in Frankrijk gespeeld. Een portret van een provincieclub die zijn populariteit dankt aan spectaculair voetbal en een bevlogen trainer, maar ook aan mythen en legenden.

AUXERRE, 2 MAART. In het voetbal in Frankrijk wordt de toon gezet door het kapitalisme van Olympique Marseille, AS Monaco en Paris St. Germain. In zo'n wereld is men snel geneigd meer sympathie op te brengen voor een sociaal bewogen partij, een partij die met humane en eenvoudige middelen de heersende macht probeert te ondermijnen. In het Franse voetbal wentelt Auxerre zich al jaren in die ondergeschikte rol.

Voor kritiek hoeven de club, zijn voorzitter Jean-Claude Hamel en zijn merkwaardige trainer Guy Roux daarom nauwelijks te vrezen. Want wie zou Auxerre kwalijk durven nemen dat het nooit kampioen wordt, hoe dicht de club uit de periferie van Bourgondië de Franse top ook regelmatig nadert.

Om het beeld van Auxerre in stand te houden heerst rondom de club een sfeer van mythevorming. Dan is alles exemplarisch, legendarisch, gek en verfrissend aan Auxerre. Bijboorbeeld die "bijzondere en buitengewoon vriendelijke' manager/trainer Guy Roux, die in de 32 jaar dat hij aan Auxerre is verbonden, de club van de laagste naar de hoogste afdeling heeft geloodst. Of het nu zijn aparte benadering is, of zijn inzicht, zijn slimheid, zijn gevoel voor jeugdig talent, zijn handigheid om gesjeesde talenten weer vertrouwen te geven en zijn tactische gaven, Roux doet er met een fijn gevoel voor imagologie alles aan om dat beeld te versterken.

Auxerre (AJA in de volksmond) staat te boek als de club van de jeugd. De naam Association de la Jeunesse Auxerroise zegt het al. Dat was in 1905 ook de opzet van pastoor Deschamps, naar wie het Stade de l'Abbé Deschamps is genoemd. Roux buitte die ideële gedachte uit. Hij besloot jeugd op te leiden tot beroepsvoetballers en hen te gebruiken voor zijn eigen belang en dat van de latere profclub (sinds 1980) Auxerre. Economische motieven, zoals Ajax, waarmee de club dezer dagen wordt vereenzelvigd. Roux heeft bij talrijke clubs zelfs zo'n hechte relatie opgebouwd dat hij de eerste optie heeft op een aankomend talent.

Dat is de werkelijkheid. Daarnaast zal Roux niet gauw de legenden die over hem worden verspreid, ontkennen. Natuurlijk, een betere promotie is er niet. Dat hij Chinezen inhuurde om zijn spelers met vingeroefeningen meer contact met zichzelf en hun gevoel te laten krijgen, dat hij zijn spelers door de bossen van Morvan liet wandelen om kracht op te doen in de daar veronderstelde aanwezigheid van magnetische energie. Dat hij de plaatselijke discotheken tot het ochtendgloren naloopt om zijn spelers te controleren. Wat eigenlijk niet veel goeds zegt over de disciplinaire macht van Roux.

Roux is een vader voor zijn jongens. Vraag het Eric Cantona, Joël Bats, Jean-Marc Ferreri, Alain Roche, Basile Boli - hij nam hem bij zich in huis - internationals en nu elders gevestigde namen. Vraag het de Belg Enzo Scifo die door Roux bij Bordeaux uit zijn lijden werd verlost, bij Auxerre zelfvertrouwen kreeg, vervolgens werd verkocht naar Torino en nu een van 's werelds beste voetballers is. Vraag het Frank Verlaat, de 24-jarige ex-

Ajacied. Hij werd als tweede keus binnengehaald (eerste keus de Duitser Helmer mocht niet van de Duitse bond en werd door zijn club Borussia Dortmund verkocht aan Bayern München) en groeide onder Roux uit tot een steunpilaar in de verdediging.

Het opleidingsinstituut van Auxerre en het internaat hebben een grote naam in Frankrijk. Ruim de helft van de selectie is door Roux en zijn assistenten opgeleid. Hij haalt jongens van vijftien, zestien jaar uit heel Frankrijk naar Auxerre. Hiaten in het jeugdbestand vult hij op met spelers wier talent elders stagneerde en die passen in zijn taktiek van voetballen. Roux, 54 jaar geleden in de Elzas geboren, houdt al jaren hardnekkig vast aan het 4-3-3-

systeem, simpel gezegd een voorhoede met twee buitenspelers en een midvoor.

Het elftal speelt zeer aanvallend, met als gevolg dat het verdedigend zeer kwetsbaar is. Vaak heeft Roux met die spectaculaire stijl succes. Dat is ook een reden waarom de club populair is. De laatste jaren handhaaft Auxerre zich in de subtop. Dit jaar maakt de prestatiecurve een neerwaartse beweging. Vrijdag won de club voor het eerst dit jaar. Na zeven nederlagen. Een serie die (toeval?) werd ingezet nadat bekend werd dat Auxerre in de kwartfinale van de UEFA Cup Ajax zou treffen. De club duikelde in korte tijd van de koppositie naar de middenmoot.

Belangrijkste spelers zijn naast Verlaat, doelman en international Bruno Martini, voorstopper William Prunier, de middenvelders Rafaël Guerreiro en Corentin Martins, rechterspits Christophe Cocard, centrumspits Gérald Baticle (met acht doelpunten topscorer in het UEFA-Cuptoernooi), linkerspits Pascal Vahirua en diens regelmatige vervanger Didier Otokoré.

Niet alleen het grote aantal geblesseerde spelers speelde Roux parten in de afgelopen zwakke periode. Veel spelers, weet Roux, zijn al bezig met hun toekomst bij een andere, een grotere club. Dat is het noodlot van Auxerre. Maar aan de andere kant zorgt de regelmatige verkoop van spelers ervoor dat de club zich financieel staande houdt in het kapitale geweld van de Franse topclubs en dat de club zijn accommodatie kan verbeteren. Auxerre werkt nu met een budget van bijna twintig miljoen gulden. Mede door de transfers van Scifo naar Torino en Boli naar Marseille kon Roux een sporthal en een internaat voor ongeveer dertig jeugdvoetballers laten bouwen.

Auxerre mag dan populair zijn in Frankrijk, in het stadje is de club dat nauwelijks. Twintigduizend toeschouwers kan het Abbé Deschamps-stadion bevatten. Wanneer het in de competitie voor de helft is gevuld is dat meegenomen. Morgenavond tegen Ajax zijn de tribunes natuurlijk allemaal bezet. De meeste toeschouwers zijn agrariërs, van buiten het stadje, dat 50.000 inwoners telt. De club wordt zwaar gesubsidieerd door de gemeente omdat burgemeester Jean-Pierre Soisson van voetbal houdt, en gesponsord door Duc de Bourgogne, een merknaam voor het gevogelte dat door poelier Gérard Bourgoin wordt verkocht.

Auxerre schakelde eerder in het UEFA-Cuptoernooi Lolomotiv Plovdiv (2-2 en 7-1), FC Kopenhagen (5-0 en 2-0) en Standard Luik (2-2 en 2-1) uit. De club heeft een reputatie als cupfighter. Drie jaar geleden werden de Fransen in de kwartfinale uitgeschakeld door Fiorentina. Thuis is Auxerre op z'n sterkst, in het sfeervolle stadion, waar het twee jaar niet in een Europa-Cupwedstrijd heeft verloren. Maar een hel is het geenszins in Abbé Deschamps. Dat zijn verhalen die behoren bij de mythevorming. Een hel aan de Yonne, een hel in de streek van de Chablis, een hel in Bourgondië, dat zou ook misplaatst zijn.