Zelfbewuste telefoniste weet met eigen emoties geen raad

Voorstelling: Apachendans door theatergroep Carver. Regie: Mirjam Koen; decor: Gerrit Timmers, Peter Koopmans; muziek: Truus Melissen, Louis ter Burg; spel: Beppie Melissen, Leny Breederveld. Gezien: 26/2 Toneelschuur Haarlem. Tournee: 4/3 t/m 29/5.

Apachendans, de nieuwste voorstelling van theatergroep Carver, gaat nu eens niet over de onderkant van de samenleving. Anders dan in voorgaande produkties als Café Lehmitz en Koorts, waarin respectievelijk verlopen cafébezoekers en het keukenpersoneel van een hotel werden geportretteerd, hebben de personages in Apachendans het maatschappelijk gered.

Beppie Melissen, die zoals gebruikelijk het idee voor de voorstelling aandroeg, maakte met Leny Breederveld en regisseur Mirjam Koen ditmaal een stuk dat zich afspeelt in een multifunctioneel centrum voor culturele doeleinden. De twee medewerkers daar zijn druk doende met het organiseren van een themaweek over "de indiaan in ons bestaan'.

Melissen en Breederveld nemen beide rollen voor hun rekening. René van 't Hof, die samen met hen tot de vaste kern van Carver hoort, is deze keer niet van de partij. Dat valt te betreuren omdat het succes van eerdere voorstellingen van de groep voor een belangrijk deel berustte op zijn ongeëvenaarde mimeacts. Nu hij niet meedoet blijkt echter dat Melissen en Breederveld ook op eigen kracht in staat zijn een virtuoze voorstelling op de planken te zetten met minder stille scènes en meer tekst. Die tekst is raak en met veel modieuze gemeenplaatsen ("Mag ik eerst even kijken wat ik hiervan vind?').

Beppie Melissen is zelfs sterker dan ooit. Het is alsof ze haar kans schoon zag om aan te tonen dat ze minstens zoveel komische kwaliteiten heeft als Van 't Hof. Hoewel ook Leny Breederveld een gedenkwaardige rol speelt, is haar aandeel in de voorstelling veel bescheidener. Zij heeft vooral de functie van aangever en ze dringt zich letterlijk minder op de voorgrond dan Melissen doordat ze zich geregeld terugtrekt in een kamertje achter op het toneel.

Melissen bevindt zich voornamelijk voor op het toneel, achter een balie van spiegelglas. Zoals ze daar zit, in het witte mantelpak, met de gouden pumps en het hoog opgetaste haar is ze het toonbeeld van de goed verzorgde, zelfbewuste vrouw die weet dat ze geknipt is voor haar werk. Dat werk bestaat vooral uit telefoneren. Daar heeft ze een speciale telefoonstem voor: beslist, koel en met een charmante lach. Er hoort ook een bepaalde houding bij: rechtop, waarbij ze met het puntje van haar tong de binnenkant van de bovenlip aftast en tegelijkertijd met een precieuze wijsvinger het haar op haar achterhoofd beroert.

Ja, ze heeft alles onder controle, deze Kelly, en toch ook weer niet helemaal. Het zijn in eerste instantie de gesprekken over haar doodzieke vader waarbij iets schemert van gevoelens die ze niet de baas is. Erger wordt het als Chris, haar pak en snor dragende collega, een grapje met haar uithaalt. Razend is ze. Steeds duidelijker blijkt dat ze bestormd wordt door emoties waar ze zich geen raad mee weet. Chris kampt daar trouwens ook mee. Even gooien ze alle remmen los en dansen ze een wilde indianendans. Eenmaal weer tot rede gekomen slaagt Kelly er toch nog in een positieve gedachte te formuleren: "Alles kan erger.'

Dat de personages in Apachendans worstelen met het evenwicht tussen denken en voelen en op hetzelfde moment bezig zijn met een themaweek over de indiaan, de natuurmens bij uitstek, is uiteraard veelzeggend. Toch verbinden Mirjam Koen en de beide actrices daar gelukkig geen conclusies aan. Hadden ze dat wel gedaan dan was Apachendans lang niet zo aangenaam licht van toon geweest. De aanblik van takken, houten beeldjes en een wigwam die geleidelijk aan hun intrede doen in het strakke kantoordesign (ontworpen door Gerrit Timmers en Peter Koopmans) is zonder commentaar al vermakelijk genoeg.