Titels in Assen voor Falko Zandstra en Carla Zijlstra; NK allround stiefkind schaatsen

ASSEN, 1 MAART. Sinds Coen de Koning in 1903 het eerste Nederlandse kampioenschap allround in de huidige vorm op zijn naam schreef, is het nationale schaatstoernooi niet zo'n stiefkindje geweest als in de jaren negentig. Het evenement wordt momenteel steeds aan het einde van schaatskalender geplakt en komt voor rijders en publiek als een onbetekende toegift. Daarnaast zijn de locaties van het wegkwijnende gebeuren meestal primitief. Een open baan veelal, waar weer en wind vrij spel hebben en voor een ongelijke strijd zorgen. Vroeger werd dat nog gezien als "het heroïsche gevecht met elementen'. Tegenwoordig, in het tijdperk van de schaatshallen, wordt het als heel hinderlijk en onnodig ervaren.

De Nederlandse kampioenschappen in Assen, bij de mannen gewonnen door Falko Zandstra en bij de vrouwen door Carla Zijlstra, werden het afgelopen weekeinde geteisterd door wind, sneeuw, hagel en alles wat er verder nog aan witte substantie uit de lucht kan vallen. Omdat het meestal korte, maar hevige buien waren die boven het IJsstadion Drenthe tot ontlading kwamen ontstonden er regelmatig ongelijke omstandigheden. Het deed een beetje denken aan het toernooi van twee jaar geleden toen een stevige bries van zee de NK in Alkmaar tot een loterij devalueerde. Nu was de gevestigde orde zo sterk dat een opgelopen achterstand in een sneeuwstorm meestal op een andere afstand weer ongedaan kon worden gemaakt.

Dat deed bijvoorbeeld stayer Carla Zijlstra, die zaterdag op de drie kilometer op het rechte eind zestien slagen nodig had om van bocht tot bocht te komen en vervolgens op een tijd uitkwam (4.55,91) die nog slechter was dan een rijdster liet klokken na een val. Op de afsluitende vijf kilometer kreeg de Groningse echter gerechtigheid. De achttienjarige Barbara de Loor, op dat moment leider van het klassement, reed deze afstand pas voor de vierde keer in haar leven en klapte in het tweede deel van de race in elkaar waardoor ze een voorsprong van achttien seconden op Zijlstra in een paar ronden verspeelde.

Daar waar de vrouwen een logische kampioen hadden in Carla Zijlstra, won bij de mannen tamelijk soeverein de zo langzamerhand mateloos populaire Falko Zandstra. Maar Rintje Ritsma werd de schlemiel van het toernooi. De elementen werkten dermate in zijn nadeel dat hij ijzer met handen moest breken. Op de vijf kilometer kampte hij met een forse wind. Op de tien kilometer kwam hij plotseling in een sneeuwjacht terecht, de enige bui eigenlijk van de tweede dag. Daardoor moest hij de tweede plaats afstaan aan Bart Veldkamp, die de langste afstand in aanzienlijk betere omstandigheden 36 seconden sneller aflegde.

Ritsma kon er achteraf wel om lachen en dat zei eigenlijk genoeg over het vrijblijvende karakter van het toernooi. “Ik ben kennelijk niet voor het geluk geboren”, grapte hij. “Ik zag die bui anderhalf uur vantevoren al hangen. Toen dacht ik: "Deze is voor mij. Ik ben het haasje'. Ik ben dit seizoen nu al een paar keer derde geworden, maar aan deze bronzen medaille hecht ik totaal geen waarde. Dit toernooi was geen reclame voor de schaatssport. Er zijn dan mensen die zeggen: "ja, maar vroeger ging het ook zo'. We leven nu toch in een andere tijd. Als er schaatshallen zijn, moet je ze benutten.”

De mogelijkheden om indoor te schaatsen en weersinvloeden uit te sluiten worden de komende jaren alleen maar groter. In Assen zal half maart de sloopkogel de huidige accommodatie tegen de vlakte beuken. Vervolgens herrijst op dezelfde plek nog voor september een grotendeels overkapte vierhonderd meterbaan met een tribunecapaciteit voor twaalfduizend toeschouwers. Als voorbeeld dient de Uithof in Den Haag, zij het dat de dakconstructie iets verder doorloopt naar het midden van de piste voor het ijsspeedway. Bovendien stampt de gemeente op het complex ook nog een subtropisch zwembad uit de grond. Totale kosten: 35 miljoen gulden.

Dertig kilometer noordelijker laat de gemeente Groningen het er niet bij zitten. Daar wordt deze zomer een volledig overkapte vierhonderd meterbaan gebouwd met dien verstande dat de toeschouwerscapaciteit bescheiden blijft: ten hoogste vierduizend bezoekers kunnen langs het ijs plaatsnemen. Bouwkosten niettemin: 43 miljoen gulden en tien miljoen voor de infrastructuur. Het kan dus niet op ten tijde van economische recessie. Maar de Drenten en Groningers hebben weer wat om elkaar de ogen uit te steken in de onderlinge prestigestrijd.

Ondertussen profiteren de schaatsliefhebbers. Want door deze twee splinternieuwe ijsbanen, bezit Nederland straks vijf gedeeltelijk of geheel overkapte vierhonderdmeter pistes: Den Haag, Deventer, Heerenveen, Groningen en Assen. Een dergelijk drama als afgelopen weekeinde kan dus in de toekomst moeiteloos worden voorkomen. Maar gebeurt het ook? Jurjen Osinga, directeur van de KNSB, wijst erop dat de meeste leden van de bond altijd nog in het westen wonen. “Het gewest Noord-Holland/Utrecht heeft de meeste licentiehouders. Daar kun je met je evenementen niet aan voorbij gaan. Maar dit gewest heeft geen overdekte banen. Het is een dilemma waar de bond jaarlijks voor komt te staan. Elke schaatsclub werkt met vrijwilligers die je af en toe iets moet geven. Maar wat we twee jaar geleden hebben gehad in Alkmaar, toen de NK ook golden als selectiedrempel, dat moet je in het nieuwe seizoen zien te voorkomen. Zeker als het gaat om wedstrijden die belangrijk zijn voor de Olympische Winterspelen. Die zullen moeten worden gehouden op een overdekte baan. Maar niet daar waar de stof nog op het ijs kan liggen van de nieuwbouw.”

In mei wordt de nieuwe schaatskalender van het olympische seizoen bekend gemaakt. Er zijn volgens Osinga stemmen opgegaan om het NK allround weer meer status te geven. Het evenement zou daartoe naar voren moeten worden geschoven en eventueel als selectiedrempel kunnen dienen voor de EK in Hamar. De verantwoordelijke kernploeg- coaches zien daar echter weinig heil in. Henk Gemser van de vrouwen: “Dan zou je dus in december iets moeten organiseren. Maar waar blijf je die maand met je worldcup-verplichtingen? En Kraantje Lek? Nee, volgend seizoen moet je het juist zo houden. Het had met name dit jaar anders gekund.” Mannencoach Ab Krook vult hem aan. “Het NK afstanden zul je tussen kerst en Nieuwjaar moeten plannen met het oog op de Spelen. Dan heb ik die maand ook nog tijd nodig voor een trainingskamp.”

Het NK allround blijft dus zeker nog een seizoen het ondergeschoven kindje van de schaatstoernooien. In een jaar dat Nederland geen enkel internationaal toptoernooi mag organiseren (WK vrouwen is heel ongelukkig voor de Spelen gepland in Butte, het WK mannen in Gotheburg). De rijders zelf hechten in principe best veel waarde aan een Nederlandse titel. “Het verhoogt toch je marktwaarde”, vindt Carla Zijlstra. En Falko Zandstra: “Ik heb hier mijn best gedaan. Dit voegt iets toe aan je erelijst. Ik heb bovendien nog eens bewezen dat ik geen typische indoorschaatser ben.” Maar Bart Veldkamp, die na een mislukte vijfhonderd meter zijn woede afreageerde op een kleedkamerdeur, keek verder dan alleen naar zichzelf. “De subtop van Nederland beschouwt dit als het belangrijkste evenement van het jaar. Voor die rijders is toch wel heel vervelend als ze in een kansloze positie worden gemanoeuvreerd door een bui hagelstenen.”